Verstrengelde neuronen?

undefined
Microtubuli in een gefixeerde cel

Kwantumverstrengeling is, als je goed kijkt, overal te herkennen, mits je maar goed kijkt. Kwantumverstrengeling zegt dat objecten die ooit met elkaar in contact waren, een gemeenschappelijke toestandsgolf delen en dat de waarneming van een van die objecten een onmiddellijk effect heeft op de andere objecten. Kunnen we kwantumverstrengeling in het dagelijks leven tegenkomen? Goede vraag. Volgens mij wel.

Microchimerisme in moeders

In de Scientific American van 2013 ontdek ik een artikel dat zegt dat cellen van het kind ook in het lichaam van de moeder terecht kunnen komen via de placenta om zich in het lichaam van de moeder te nestelen en daar vervolgens vele jaren voort te leven. Geen afweerreactie daar. Het verschijnsel heeft de naam microchimerisme gekregen. In he SA-artikel wordt uitgebreid beschreven hoe neuronale hersencellen in de hersens van de moeder terecht kunnen komen en daar dan tientallen jaren kunnen voortleven. De onderzoekers tasten in echter het duister over de reden van dit verschijnsel.

‘In this new study, scientists observed that microchimeric cells are not only found circulating in the blood, they are also embedded in the brain. They examined the brains of deceased women for the presence of cells containing the male “Y” chromosome. They found such cells in more than 60 percent of the brains and in multiple brain regions. Since Alzheimer’s disease is more common in women who have had multiple pregnancies, they suspected that the number of fetal cells would be greater in women with AD compared to those who had no evidence for neurological disease. The results were precisely the opposite: there were fewer fetal-derived cells in women with Alzheimer’s. The reasons are unclear.’

Witte bloedcellen houden van Playboy meisjes

Dan maak ik een sprong naar het controversiële onderzoek van Cleve Backster, een topspecialist in de toepassing van de polygraaf, de leugendetector. In een speelse bui bevestigde Backster de polygraaf aan een plant om te zien of de polygraaf iets liet zien als hij de plant water gaf. Geen duidelijk resultaat. Maar toen hij overwoog om een blad van de plant met zijn aansteker te verhitten reageerde de polygraaf, en dus de plant, heftig. Zijn interesse was onmiddellijk gewekt en hij bleef verder zijn hele leven dit soort experimenten doen. Bij een van zijn latere experimenten verzamelde hij witte bloedcellen uit de mond van een proefpersoon en koppelde die aan de polygraaf. De proefpersoon bladert dan even – niet gepland – door de Playboy en slaat een pagina op met Bo Derek. De polygraaf sloeg maximaal uit. De witte bloedcellen zijn blijkbaar nog gekoppeld aan het lichaam van de proefpersoon! Verstrengeling in actie.

Polygraaf uitslag van de reactie van afgenomen witte bloedcellen op het bekijken door hun verstrekker van een Playboy met een foto van Bo Derek. Uit ‘The secret life of Plants’.

Uit ‘Een andere kijk op planten

Dat planten niet alleen mechanisch of chemisch reageren, maar ook fysiek energetisch, is al bekend sinds Cleve Backster in 1968 zijn beroemde proeven met een leugendetector bij planten deed. Planten reageerden op alles in hun omgeving. Een leugendetector reageert op de elektronische veranderingen in een object. Bijvoorbeeld in de huid van een mens, maar ook in het blad van een plant. Planten bleken zelfs te reageren op emotionele verschillen die in hun omgeving optraden. Dus los van direct lichamelijk contact. Dat is telepathie en dat is op zich een onderwerp waar de geleerden het nog lang niet over eens zijn als het om mensen en andere dieren gaat. Laat staan als er wordt beweerd dat planten ook telepathische vermogens vertonen. Toch is er geen andere verklaring voor wat werd vastgesteld.”

Verstrengelde levende cellen

Als ik die twee verschijnselen – neurale cellen van hun kinderen in moederhersenen en witte bloedcellen die reageren op een gebeurtenis die zich afspeelt in het organisme waar ze vandaan komen – bij elkaar neem, dan wordt de reden van het eerste verschijnsel wellicht een stuk begrijpelijker. Als er zich in de hersenen van het kind reactie op een alarmerende situatie afspeelt, zullen de ‘verstrengelde’ neuronen in de moederhersenen ook vuren. De moeder krijgt een signaal dat er iets ernstigs aan de hand is met haar kind en dat ze snel moet ingrijpen. De verhalen over zulke moederinstincten zijn legio. Wellicht herinnert u zich nog wel verhalen van uw eigen moeder.

Kwantumverstrengeling en informatieoverdracht

Nu heb ik hier gesproken over verstrengelde neuronen die daardoor blijkbaar synchroon kunnen vuren. Dat is eigenlijk informatieoverdracht middels kwantumverstrengeling. Dat is iets waar Einstein hevig tegen protesteerde aangezien het de relativiteitswetten zou schenden. ‘Spooky Action at a Distance’. Kwantumverstrengeling is echter aangetoond, en nu algemeen aanvaard, via de vele Bell-experimenten. Er is zelfs een Nobelprijs voor toegekend. Maar kwantumfysici stellen expliciet dat kwantumverstrengeling niet gebruikt kan worden voor gegevensoverdracht omdat het verval van een kwantumtoestand in een meting (de kwantumcollaps) fundamenteel onvoorspelbaar is. Dat is echter geen bewezen feit maar een van de vele wetenschappelijke dogma’s waar beter niet aan getornd kan worden. Het waarnemer effect op de kwantumcollaps is zo langzamerhand een geaccepteerd feit onder kwantumfysici, maar niet zo dat de waarnemer een invloed zou hebben op de uitkomst van de kwantumcollaps.

Descartes weer?

Tekening van Descartes hoe de immateriele geest aangrijpt op de pijnappelklier

Het waarnemer effect is in parapsychologische experimenten ook onderzocht. De vraag was of mensen de uitslag van een kwantumexperiment kunnen beïnvloeden. De uitkomst in vele experimenten is bevestigend, vaak met een significantie die zelfs hoger is dan bij de bevestiging van het bestaan van het Higgs-deeltje. Dat zou een antwoord kunnen zijn op de vraag die sinds Descartes gesteld wordt: hoe een immateriële geest de materie – het lichaam – zou kunnen beïnvloeden, en andersom. Ook dat gaat weer in tegen algemeen aanvaarde wetenschappelijke dogma’s. Reden dus voor velen om het Cartesiaanse dualisme af te wijzen.

Maar als we die mogelijkheid eens zouden toestaan, dan openen zich interessante nieuwe perspectieven bij de studie van het bewustzijn. Beweegt u eens uw wijsvinger en vraagt u zich dan eens af hoe het mogelijk is dat die beweging tot stand komt door een gedachte. Het klassieke antwoord op die vraag is de computermetafoor die de neurowetenschappers hanteren. Uw brein is volgens hun een uiterst complexe geavanceerde parallelle computer die uw bewustzijn en daarmee dus ook uw gedachten genereert. Dus ook het zenuwsignaal naar uw wijsvinger. Probleem opgelost. O ja?

Het waarnemer effect is aangetoond

Die visie van de neurowetenschap wordt echter stevig tegengesproken door het waarnemer effect in de kwantumfysica. Voorafgaande aan de waarneming bestaat de materie nog niet. Dat is bevestigd door vele Bell-type en uitgestelde keus experimenten. Voor de verschijning van materie in een meting is een waarneming nodig. Aangezien de waarnemer nodig is voor de manifestatie van materie is het onwaarschijnlijk dat diezelfde materie waarnemers voortbrengt om dan zichzelf te manifesteren.

Als we de mogelijkheid kunnen erkennen dat de waarnemende geest ook invloed kan uitoefenen op de reductie van de toestandsgolf – de kwantumcollaps – dan kunnen we de Orchestrated Objective Reduction hypothese van Penrose en Hameroff dat het bewustzijn een product is van de kwantumcollaps in microtubuli – dat zijn microscopisch kleine structuren in levende cellen – in onze neuronen, wellicht beter maar eens op zijn kop zetten. Het bewustzijn is dan in staat, via de beïnvloeding van de kwantumcollaps in deze microtubuli, het wel of niet vuren van het neuron aan te sturen.

En zo beweegt mijn gedachte mijn wijsvinger. En worden moeders gewaarschuwd dat hun kind in gevaar verkeert. Magnifiek.

Het bewustzijn en de 4e dimensie

De discussie over bewustzijn is in

In de cursussen kwantumfysica en bewustzijn die ik regelmatig geef, laat ik zien dat het primaire bewustzijn de beste papieren heeft om de ‘vreemde’ effecten in de kwantumfysica, zoals het waarnemer effect en verstrengeling, te verklaren. Geen keihard bewijs natuurlijk, maar dat zullen we ook nooit krijgen. Keiharde bewijzen zijn er alleen voor mathematische stellingen. Voor de Big Bang hebben we ook geen hard bewijs en toch lijkt die algemeen aanvaard als verklaring voor het heelal dat we op dit moment waarnemen.

De weigering van veel mensen om het primaire bewustzijn zelfs maar te overwegen toonde zich voortreffelijk in een cursist die op de laatste cursusdag met mij in discussie ging over de nabij-de-dood-ervaring (NDE).  De NDE is namelijk juist met de aanname van het primair bewustzijn uitstekend te verklaren. Primair betekent namelijk dat het bewustzijn geen product van die bundel neuronen in uw hoofd kan zijn. Volgens hem was het bewezen dat de NDE een neurologisch verschijnsel zou zijn. Dat bewijs kon hij zo gauw niet leveren maar desondanks bleef hij 100% bij zijn overtuiging. We waren het eens dat we het niet eens waren. In elk geval levert het fenomeen bewustzijn veel discussie op, ook in de reguliere media zoals het NRC.

Ook in de NRC

Bewustzijn is dus behoorlijk in de belangstelling. Zeker in combinatie met AI. Als fysieke neuronen bewust kunnen worden dan kunnen transistors dat waarschijnlijk ook wel. Stel dat die verzameling transistors bewust kan worden, hebben we er dan een slaaf bij? Een bewuste slaaf die uiteindelijk tegen zijn meesters in opstand zal komen? Niet mijn idee en ook niet mijn angst.

Ook de NRC doet aan die bewustzijnsbelangstelling mee in NRC Future Affairs met Wouter van Noort en Jessica van der Schalk. De serie startte op 5 mei 2022, en telde 5 podcasts. De laatste op 22 juni 2022. Zelfs de kwantumfysica komt langs. De moeite waard van het beluisteren voor iedereen die op de hoogte wil blijven van de stand van zaken in het bewustzijnsonderzoek. De podcast kan nog steeds beluisterd – voor abonnees.

Bewustzijn een extra dimensie? Of panpsychisme?

De laatste aflevering van deze boeiende serie gaat over de vraag of bewustzijn niet een extra dimensie kan zijn, zoals ruimte en tijd dat al voor ons zijn. Als gast in die aflevering de hersenonderzoeker Jacob Jolij die het resultaat van zijn zoektocht naar de verklaring van het bewustzijn in 2020 vastlegde in een aardig boek ‘Wat is bewustzijn nou eigenlijk?’. De titel lijkt een antwoord te beloven maar levert dat helaas niet. In zijn boek over bewustzijn komt ook de kwantumfysica ter sprake.

Veel uitstekende wetenschappers, zoals Penrose en Hameroff, zoeken de verklaring van het bewustzijn namelijk in de kwantumfysica. En dan wel liefst daarbij gebruikmakend van een nogal materiële verklaring van de kwantumfysica. Helaas voor deze wetenschappers is het waarnemer effect dan onbegrijpelijk geworden. Ik kom verderop nog terug op het waarnemer effect.

Afbeelding met tekst, illustratie

Automatisch gegenereerde beschrijving

Jacob Jolij is na zijn zoektocht tot de conclusie gekomen dat bewustzijn geen product is van je neuronen is, maar een dimensie zoals tijd en ruimte. Goed beschouwd is dat natuurlijk geen verklaring. Je gaat door een nieuw label niet meer van bewustzijn begrijpen. Het is eigenlijk een stap terug naar de ‘Res Cogitans’ van Descartes. Er is materie in de vertrouwde drie dimensies en er is bewustzijn, een extra dimensie, twee zaken die niet tot elkaar te herleiden zijn. De een is fysiek, de ander wellicht niet. Dualisme dus. Het bezwaar tegen het idee van Descartes is dat de wisselwerking tussen die twee domeinen (dimensies?) fysisch niet te verklaren valt. Dat bezwaar is dan wel gestoeld op de – onbewezen, nogal dogmatische – aanname dat elke fysische actie altijd en alleen een fysische oorzaak heeft. Vergeet even de Big Bang hier. De vraag wat bewustzijn is, is wat Jacob betreft dan opgelost met het woord dimensie, want dat lijkt daardoor een fysisch element, zoals tijd en ruimte ook tot het fysische behoren. En dan kan de interactie misschien begrepen worden.

Het is dus eigenlijk een woordenspel wat hier gepresenteerd wordt. Vervang de ’Res Cogitans’ van Descartes door een woord uit het begrippenkader van de natuurkunde en je lijkt een verklaring gevonden te hebben.

Zijn dimensies fundamenteel?

Verder wil ik erop wijzen dat tijd geen fundamentele dimensie van de natuur is. Einstein toonde al aan dat ook tijd afhangt van de situatie van de waarnemer.  Ruimte daarmee overigens ook. In de kwantumfysica verschijnen tijd en ruimte in de bewustwording van een observatie van het verschijnen van het materiële object in de zogenaamde kwantumcollaps, de reductie van de kwantumgolf, het verdwijnen van de niet-materiële kwantumgolf en het gelijktijdige verschijnen van het object bij waarneming. Het object verschijnt namelijk inclusief zijn geschiedenis die dus ook op het moment van waarneming met terugwerkende kracht vastgelegd, en daarmee ‘waar’, wordt. Daarvoor bestond het object materieel niet, er was alleen een immateriële golf van potentie. Dat is het zogenaamde waarnemer effect. Een effect dat veel materialistisch denkende fysici hoofdbrekens bezorgde en nog steeds bezorgt, wat zich uit in tamelijk onbevredigende en vage verklaringen van de kwantumcollaps in overigens vaak verder uitstekende boeken.

Een dimensie is geen fysiek iets, het is een begrip, iets dat dus thuishoort in dezelfde categorie als gedachten. Daardoor is een dimensie dus niet iets wat de geest bevat maar is het juist andersom. Het fysieke en elke dimensie daarin is een product van de geest. Laten we het niet moeilijker maken dan het is.

Kwantumcollaps en het kosmisch bewustzijn.

De wetten van de natuur

Waarom gehoorzaamt de natuur toch aan wiskundige formules?

PPT - Die Zeit t --- physikalisch PowerPoint Presentation, free ...
Galilei onderzoekt de valbeweging. Zijn assistent telt zijn hartslagen voor de tijd die de rollende bal nodig heeft.

Sinds Galileo Galilei kennen we het idee van de mathematische wetten van de natuur. Een natuur die zich aan de exacte mathematische formuleringen ervan houdt. Onveranderlijke dwingende voorschriften waar de natuur zich aan te houden heeft. Het is sinds Galilei mogelijk gebleken om mathematische beschrijvingen van die wetten op te stellen. Het is de taak geworden van de fysicus om die te vinden zodat we het gedrag van het universum met steeds grotere precisie kunnen voorspellen. En ja, de toekomst kunnen voorspellen, dat willen we maar al te graag. Daar heeft de kwantumfysica trouwens wel een spaak in het wiel gestoken maar de troost daar is dat de toekomst van grote voorwerpen nog wel goed te voorspellen valt, hoe groter hoe preciezer, maar in het kleine verliezen wij die mogelijkheid.

Een kleine greep uit die ‘wetten’ die wij sinds Galilei ‘ontdekt’ hebben:

  • Actie en reactie zijn even groot en tegengesteld.
  • De eerste wet van Newton – de traagheidswet: Een voorwerp waarop geen resulterende kracht werkt, is in rust of beweegt zich rechtlijnig, met een constante snelheid voort.
  • Behoudswet van energie en massa. De hoeveelheid massa (plus energie) in het universum is constant. Er komt niets bij er gaat niets af. Massa is gestolde energie.
  • Relativiteitswetten: De tijd gaat langzamer in een zwaartekrachtveld. Hoe groter de zwaartekracht hoe langzamer de klok tikt.
  • De tweede wet van de thermodynamica: De entropie van een gesloten systeem kan alleen maar afnemen. Dat betekent in eenvoudige woorden dat de samenhang van de onderdelen van dat systeem, omdat het gesloten is, noodzakelijk uiteindelijk in chaos vervalt.
  • Onzekerheidswet van Heisenberg: Hoe groter de precisie waarmee de plaats van een object vastgesteld kan worden, hoe kleiner de precisie wordt waarmee we de snelheid kunnen vaststellen. En andersom.
  • Kwantumwet: De plaats en de snelheid van een object in tijd kunnen worden beschreven als een golf van mogelijkheden. De toestandsgolf. Die golf is – zonder grenzen – uitgebreid in tijd en plaats. Het is een golf van potentie. De intensiteit van die golf op een bepaalde plaats en tijd geeft de grootte van de kans aan dat we het object op die plaats en tijd bij een waarneming met een (on)zekere snelheid zullen aantreffen. Dit is eigenlijk geen wet maar een uiterst succesvolle interpretatie van de betekenis van de oplossing van de Schrödinger toestandsvergelijking. Experimenten hebben bevestigd dat het object vóór die waarneming nog geen snelheid en plaats heeft. Het bestaat dus vóór die waarneming nog niet.

Al deze wetten – en meer – die de mensheid in de laatste eeuwen ontdekt heeft zijn in mathematische formuleringen vastgelegd. Het gedrag van de natuur kan blijkbaar beschreven met wiskundige formules. Eigenlijk is dit een volslagen passief beeld van het universum. Het kan alleen maar re-ageren. Het heeft geen keuze in zijn reacties. Deze reacties volgen dan ook langs onwrikbare vaste wetten die zich laten beschrijven met de wiskunde. Veel prominente fysici hebben daar al hun verbazing over uitgesproken. De algemene opinie is dat de natuur zich altijd en overal maar aan deze wetten heeft te houden. Basta. Dat is de bron van de volgende uitspraak van Pierre-Simon Laplace (1814).

We kunnen de huidige staat van het universum beschouwen als het effect van zijn verleden en de oorzaak van zijn toekomst. 

Een intellect dat op een bepaald moment alle krachten zou kennen die de natuur in beweging zetten, en alle posities van alle objecten waaruit de natuur is samengesteld, zou, als dit intellect ook groot genoeg was om deze gegevens aan analyse te onderwerpen,  in één enkele formule de bewegingen van de grootste lichamen van het universum en die van het kleinste atoom kennen.
Voor een dergelijk intellect zou niets onzeker zijn en de toekomst zou net als het verleden onmiddellijk bekend zijn.

Dat alles in principe voorspelbaar zou zijn betekende niet alleen het einde van het toeval en van de vrije wil, maar ook dat die demon van Laplace in feite machteloos is. Hij weet alles maar moet werkeloos toezien op het verloop van de gebeurtenissen. Je zou bijna medelijden met hem krijgen. De uitspraak van Laplace is van vóór de ontdekking van de kwantumfysica, die de onvoorspelbaarheid van de natuur op atomaire schaal tot fundamenteel verklaart, maar heeft nog steeds een grote invloed op het denken.

Dat de mathematische formuleringen die we gevonden hebben tot wetten gepromoveerd zijn illustreert de behoefte van de mens aan zekerheden. Als iets maar vaak genoeg gebeurt dan maken we daar een zekerheid van. Net als die kalkoen die iedere dag vers voer krijgt van de boerin, dat tot een wetmatigheid zou kunnen verklaren – tot zijn verrassing met Kerstmis. Rupert Sheldrake werpt ook in onderstaande presentatie de knuppel in het kalkoenhok door te verklaren dat de zogenaamde natuurwetten ook maar gewoontes zijn van de natuur.

Zelfs God doet er beter aan zich aan de natuurwetten te houden

Wat is de plaats van God in dit alles? Voor de God die ons door de meeste religies is voorgeschoteld lijkt dat niet heel veel anders dan die van die arme demon. Alleen kan die God dan wel ingrijpen. Wat betekent dat hij de wetten van het universum op dat moment terzijde schuift. Iets wat we liever niet hebben, aangezien dat ons machteloos maakt. Wij hebben liever dat God zich aan de wetten houdt, dan hebben wij tenminste nog de (schijn)zekerheid van de uitkomsten van ons handelen, al staan we dan tegenover een almachtige entiteit, nietwaar?

Het verleden wordt vastgelegd door de waarneming in het NU

In de uitgestelde keus experimenten, die ik ook op deze website elders uitvoerig bespreek, is vastgesteld dat pas op het moment van waarneming wat in het verleden is gebeurd NU wordt vastgelegd. Kijk ook naar mijn Schrödinger stopwatch in gesloten doos gedachte experiment. Dat is makkelijker te begrijpen en zegt hetzelfde. Het verleden wordt bij waarneming vastgelegd in overeenstemming met de kennis die op dat moment tot onze beschikking staat. Daarvóór bestond dat verleden nog niet,

Dat is de onontkoombare conclusie van de uitgestelde keus experimenten. Als wij bij het dubbele spleet experiment kennis kunnen hebben van de spleet waar het foton doorheen gaat dan zal de toestandsgolf die dat foton beschrijft ook alleen maar door één spleet gaan. Ook als die kennis pas later tot ons komt. Dat volgt uit de uitkomsten van de uitgestelde keus experimenten. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat die uitkomst in strijd kan zijn met op later tijdstip opgedoken informatie. Dat zou een noodzakelijke aanpassing van het verleden en dus echte retro-causaliteit inhouden. Dat nog ongeziene informatie van invloed op de uitkomst van een experiment is, is een verbluffende maar onontkoombare conclusie. Het universum moet dus op de hoogte zijn van onze mogelijke kennis! Dit is inderdaad congruent met de wet van behoud van informatie die de kwantumfysici ontdekt hebben.

Kijken bij de spleet. Het object of zijn toestandsgolf manifesteert zich nu telkens in maar één van de spleten. Geen interferentie dus van elkaar ontmoetende golven. Wat de lichtvlek verklaart.

Overigens vormt dat creëren van het verleden bij waarneming ook een verklaring voor de schijnbare retrocausaliteit die optrad in de parapsychologische experimenten van Helmut Schmidt en Marilyn Schlitz waarvan ik er twee ( 1 en 2 ) uitgebreid beschrijf in mijn berichten.

Een intelligent en intentioneel opererend universum

Het universum zorgt er met andere woorden voor dat het allemaal achteraf klopt met de verwachtingen die wij ervan hebben op grond van beschikbare kennis, al is die op dat moment nog niet door ons gekend. Dat is wat mij betreft indrukwekkend intelligent gedrag van het universum. Het is dus op de hoogte van de kennis die tot onze beschikking staat en van onze verwachtingen op grond daarvan en zorgt er dan voor dat de gebeurtenissen met die kennis overeenkomen. Ook al ligt die kennis bij wijze van spreken nog ongezien maar wel beschikbaar in een la.

Dus die la is dan niet ongezien door het universum. En dat betekent dan uiteindelijk dan het Universum/God/de Bron/de Ene, wél een keus had en dus ingreep. Of dacht u soms dat die bron waar dit alles uit voorkomt geen keus had, dat die in hetzelfde parket zit als die betreurenswaardige machteloze demon van Laplace? Het universum grijpt dus voortdurend in op grond van mogelijke kennis – informatie dus – en onze verwachtingen.

De wet van behoud van informatie

En zo zijn we aangeland bij een wet die we niet genoemd hebben in het rijtje waar mee we begonnen. Een wet die de kwantumfysici in de loop van de vorige eeuw ontdekt hebben en net zo serieus nemen als de andere behoudswetten: Van een gesloten systeem is de totale hoeveelheid informatie constant. Fysici hebben ontdekt dat informatie een fysieke realiteit is en dus aan de behoudswetten moet voldoen. Ze drukken daarbij de informatie van een systeem uit in groepen van nullen en enen, bits dus.

Vertaal dat wat deze fysici onder informatie verstaan rustig in beschikbare kennis, de kennis die we kunnen verkrijgen over het systeem als we dat gaan onderzoeken. Maar ook die wet is dus niet een wet waar het universum maar blind aan heeft te gehoorzamen. Het is juist bijzonder actief bezig om ervoor te zorgen dat de beschikbare kennis klopt met wat er gebeurt.

De natuurwetten die wij ervaren zijn dus het gevolg van intelligent en intentioneel gedrag van Het Universum/God/de Bron/De Ene. Dat betekent dat die Bron alles wat er in het zichtbare en onzichtbare universum plaatsvindt tot in het allerkleinste detail in de gaten houdt en bestuurt, zodat wat wordt ervaren overeenkomt met de verwachtingen en kennis van elk waarnemend wezen in dat universum. En dat betekent mijns inziens dat als wij onze verwachtingen bijstellen, dat er geluisterd wordt.

Het wordt tijd om iets aan onze verwachtingen te doen

Onze verwachtingen zijn voor velen, op dit moment in de geschiedenis, die welke voortkomen uit het beeld van een verbijsterend groot maar volledig onverschillig universum, waar wij volslagen toevallig in verzeild zijn geraakt. Daarvan uitgaande zullen we er dan maar, in dat ene leven dat we hebben, het beste van moeten maken waarbij dat ‘beste’ sterk wordt beperkt door die oppermachtige onbuigzame natuurwetten. Het wordt daarom hoog tijd dat wij die verwachtingen bijstellen. Ik vermoed sterk op grond van het intentionele enoplettende karakter van het universum dat daarnaar geluisterd zal worden.

Elke waarnemer is een ander perspectief van én op het universum

En wat zijn wij, die waarnemers van het universum dan? Dat zou best eens het universum zelf kunnen zijn. Ik denk dat de gelijktijdigheid van al die waarnemingen daarbij voor het universum geen enkel probleem is. Het creëert de tijd immers zelf. Zie Schrödinger’s stopwatch. Het Unix operating systeem voor computers heeft daar overigens ook geen problemen mee vanwege de enorme snelheid van de processor, als ik daar een oneerbiedige vergelijking mee mag maken. Elke waarnemer is dan een eigen uniek perspectief van het universum op zichzelf, een bewust individueel kijkgaatje naar zichzelf.

Dat is meteen ook de oplossing van het consensus-probleem in de kwantumfysica dat Eugene Wigner – Nobelprijs winnaar natuurkunde – ertoe bracht om zijn overtuiging dat het bewustzijn een rol speelt in de reductie van de toestandsgolf – de kwantumcollaps – te laten varen. Hij verwarde zijn bewustzijn met dat van het universum.

The Healing Miracles of Jesus: A Study | Kenneth Copeland Ministries
Wonderen gebeuren echt. Elke dag. Overal.

Dat de natuurwetten regelmatig geschonden worden is eigenlijk overduidelijk. Dat is wat wij, die kijkgaatjes, wonderen noemen. Die zijn zo vaak en door meerdere getuigen beschreven en vastgelegd dat het tijd wordt dat wij meer gaan ‘geloven’ in Het Universum/God/de Bron/De Ene dan in die onveranderlijke onverschillige natuurwetten.

Met geloven bedoel ik echter niet dat het kritisch denken wordt opgeschort, integendeel.

Nog 1 aanmelding nodig voor de cursus Kwantumfysica

Op donderdag 2 november staat de start van de cursus ‘Kwantumfysica is niet Absurd‘ bij de volkshogeschool Den Haag gepland. Er is nog één inschrijving nodig om de cursus door te laten gaan. De locatie is vanaf het Centraal Station Den Haag in minder dan 10 minuten lopen te bereiken. Dus ook goed te doen voor diegenen die met het OV naar Den Haag zouden reizen.

Kwantumfysica en PSI

Kwantumfysica en psi klinkt op het eerste gehoor misschien als een vreemde combinatie. Maar bij nader inzien ligt de connectie zelfs voor de hand, overigens wel op een indirecte manier. De kwantumcollaps, de ineenstorting van de immateriële golffunctie en de manifestatie van het object bij waarneming, is een experimenteel vele malen bevestigd feit. Zolang je de materiele visie op de wereld, dat er slechts materie en energie is en meer niet, weigert op te geven zul je de wereld zoals de kwantumfysica die toont niet kunnen begrijpen. Berekeningen uitvoeren, dat wel en met groot succes, maar dat is niet hetzelfde als begrijpen.

“What I am going to tell you about is what we teach our physics students in the third or fourth year of graduate school…
It is my task to convince you not to turn away because you don’t understand it.
You see, my physics students don’t understand it…
That is because I don’t understand it.
Nobody does.”  

Richard Feynman  in een lezing over kwantumfysica.

Als we kunnen aanvaarden dat de wereld zich aan ons toont omdat wij haar waarnemen en dat we daarom een intrinsiek en noodzakelijk onderdeel van de wereld zijn wordt niet alleen de kwantumfysica begrijpelijk, maar ook psi want de wereld is in die visie primair mentaal. Kwantumverstrengeling zegt ons ook dat alles met elkaar verbonden is. Het zou nog beter zijn om hier het woord verbonden te mijden want dat impliceert gescheidenheid al is dat dan een gescheidenheid waarin alles met elkaar verbonden is. Alles is uiteindelijk één. Zelfs een kwantumfysicus zoals Heinrich Päs komt uiteindelijk tot die conclusie in zijn boek The One waar ik al eerder over schreef. Ook David Bohms Impliciete Orde is uiteindelijk een andere naam voor die ene bron waaruit alles, de expliciete orde, voorkomt.

Op die manier, als de geest nodig is voor materiele manifestatie en dus voorafgaat aan de materie zoals die in plaats en tijd aan ons verschijnt, wordt psi een zeer aanvaardbare en zelfs voorspelbare mogelijkheid. Als wij de wereld creëren, dan is het voor de hand liggend dat wij er ook invloed op uit kunnen oefenen. Talloze experimenten, zoals beïnvloeding van kwantumgeneratoren door intentie, hebben aangetoond dat psi een werkelijk effect is. En als wij door waarneming ook tijd creëren dan is het idee van het schouwen in de toekomst, iets dat in de psi categorie valt, ook niet zo gek. De kwantumgolf, zoals die uit de Schrödingervergelijking volgt, strekt zich uit in tijd zonder dat daar een eind aan te bespeuren valt. Dat eind, de kwantumcollaps, is het resultaat van waarneming, een actie die niet in die vergelijking te vangen valt. Dat wil dus zeggen dat de toekomst niet vastligt aangezien er nu eenmaal vele waarnemers zijn. Het schouwen in de toekomst is dus het schouwen van een mogelijke toekomst, iets dat gebeurt als wij geen actie ondernemen om die te voorkomen.

Sciencefiction als metafoor en voorspelling

In mijn jeugdjaren was ik een fervent lezer van sciencefiction. Sommige verhalen waren nog pakkender en op een of andere manier meer werkelijk dan andere zodat ik ze nog steeds kan navertellen. Waarom dat zo was, is denk ik omdat de schrijvers onbewust al een kijkje in de toekomst gaven. Het is altijd al de vraag waar schrijvers de inspiratie eigenlijk vandaan halen en dat zou dus best eens uit de toekomst kunnen zijn. De toekomst is een prachtige plek waar de schrijver een zeer grote vrijheid heeft in zijn keuze van de rekwisieten en de omgeving, wat helpt in het zodanig vormgeven van een verhaal dat het zo gelezen kan worden dat de lezer het verhaal ‘echt’ beleefd, zodat je er als het ware ingezogen wordt. Er zijn inderdaad veel voorbeelden van verhalen aan te wijzen waarbij het schouwen van de toekomst het geval lijkt te zijn. Denk aan de ondergang van de Titanic die tien jaar voor de ondergang in 1912 al opvallend accuraat in 1902 beschreven werd in ‘The Wreck of the Titan: or Futility’ door Morgan Robertson. Dat is geen sciencefiction roman zou je wellicht kunnen zeggen, maar het betrof wel een verhaal waar de toekomstige ontwikkeling van wetenschap en techniek een rol speelde. Een nabije toekomst, dat wel natuurlijk.

Een van de meer boeiende sciencefiction romans die ik las was ‘Deathworld’ van Harry Harrison, in het Nederlands in 1967 uitgekomen onder de naam ‘Doodsstrijd op Pyrrus’ bij Meulenhoff. Voor dat ik inga op toekomst voorspellende aspecten in sciencefiction een korte beschrijving van het verhaal.

De hoofdpersoon, de held, Jason dinAlt, heeft een psychische gave waarmee hij in zijn wat irreguliere bestaan voorziet door zijn winstkans in casino’s aanzienlijk te vergroten. Hij raakt verwikkeld in de strijd om het bestaan die gevoerd wordt in een menselijke kolonie op de planeet Pyrrus. Hij wint een fortuin in een casino bij een dringende opdracht, letterlijk met een pistool in zijn nek, voor een groep kolonisten van de planeet Pyrrus. Op zich al een spannende scène die het goed zou doen in een Hollywood film. De kolonie heeft namelijk grote behoefte aan geld om de strijd tegen de planeet te kunnen volhouden. Die strijd is er een tegen een natuur die zich met klauw en tand verzet tegen de kolonisten. Jezelf op straat begeven in de straten van de enige nederzetting is al levensgevaarlijk. De flora en fauna zijn razendsnel en uiterst dodelijk. Kinderen worden al in de kleuterklas hardhandig getraind in overlevingstactieken. Jason krijgt tot zijn schaamte een kleuter als beschermer en instructeur omdat dat nu eenmaal van levensbelang is voor hem. 
Jason komt intussen te weten dat er ook afstammelingen van weggelopen kolonisten zijn die er zonder geavanceerde technologie in slagen om die vijandige natuur te overleven en er zelfs te gedijen. De verhouding tussen de kolonisten en de weglopers is niet hartelijk, integendeel. Hij maakt contact met deze weglopers door eigenlijk te ontsnappen uit de nederzetting. Buiten de nederzetting aangeland merkt hij dat de hele natuur op Pyrrus psychisch is en dat al die psychische ‘energie’ tegen de nederzetting is gericht. De planeet is in feite hard bezig om een hardnekkige irritant te verwijderen van haar oppervlak. Die psychische energie is blijkbaar in staat om steeds mensvijandiger mutaties in de flora en fauna teweeg te brengen. De kolonisten hebben ooit die reactie van de planeet opgeroepen door destructief gedrag tegenover de inheemse flora en fauna, vertellen de weglopers hem. Jason brengt het contact op gang tussen de kolonisten in de nederzetting en de vermaledijde weglopers. De planeet is gesust als de mens maar respect voor de natuur toont. Eind goed al goed.

Er zijn vele voorbeelden waar sciencefiction een voorspelling deed die uitgekomen is. Is dat hier ook het geval? Welnu, het blijkt steeds overtuigender dat mutaties niet het gevolg van toeval zijn maar van een intelligente aanpassing aan uitdagende omstandigheden, en doet je dit verhaal bovendien niet ernstig denken aan de situatie waar de mensheid op dit moment duidelijk in verzeild geraakt is? Mij wel. De aarde begint te protesteren tegen onze aanwezigheid. Harrison zag het blijkbaar al aankomen in 1960. Psi en sciencefiction zijn een goede combinatie. Best wel.

Overigens, mijn nieuwe boek 'Quantum Physics & the Mind, a Crash Course' is uit.
Klik op de afbeelding voor meer info.

Yin en Yang

De waarneming veroorzaakt de manifestatie, 
de manifestatie veroorzaakt de waarneming.

Het eerste deel is kwantumfysica, het tweede deel is zo vanzelfsprekend dat we geneigd zijn om het verband niet te zien. Maar er is een rechtstreekse verbinding tussen de twee. Beiden lijken tegenstellingen en impliceren en initiëren elkaar. Het lijkt veel op het Yin-Yang-symbool voor gelijktijdige eenheid en dualiteit. Yin en Yang zijn geen echte tegenstellingen, maar complementair en vormen de realiteit, zoals observatie en manifestatie doen.

Wij zien de gebeurtenissen in de wereld als iets dat ons overkomt, maar de waarheid ligt dieper, wij zijn de auteur van ons eigen verhaal, maar we zijn zo verdiept in dat verhaal dat we ons auteurschap vergeten zijn.

De ervaring van een gedachte is het denken van die gedachte. Zie de overduidelijke parallel met het waarnemer effect.

Op het moment dat je je gedachten werkelijk in de hand hebt heb je ook je eigen verhaal in de hand. Dat is wat je zoekt te bereiken met meditatie.

Vandaar onze fascinatie met verhalen, zoals in een boek, een film, een toneelstuk. We zijn de verhalenverteller en de toehoorder tegelijk. Zelfs dromen zijn eigenlijk weer verhalen die we zelf creëren zonder dat we beseffen dat we die creëren. Op het moment dat we beseffen dat we dromen, dat we het zelf zijn die de droom creëren, dromen we lucide. Is de overgang van het sterven dan niet net zoiets? In de verhalen over het leven na de dood die tot ons komen via mediums lijkt het leven na de dood sterk op een overgang van een gewone naar een lucide droom.

The Realities of Heaven: Fifty Spirits Describe Your Future Home.
by Miles Allen.

Vragen naar de zin van het bestaan is vragen naar de zin van het luisteren naar en het creëren van verhalen, zoals naar de bioscoop gaan, een toneelvoorstelling bezoeken, het luisteren naar muziek, het lezen of schrijven van een boek. Vergaren van wijsheid.

Dit is de diepere boodschap van de kwantumfysica dus.

Retrocausaliteit of creativiteit?

Ik (her)las een passage in het hoofdstuk ‘Time out of Mind’ in het uitstekende boek ‘The Holographic Universe’ van Michael Talbot – oorspronkelijk gepubliceerd in 1991 en nog steeds een schitterend en prima gedocumenteerd overzicht van wetenschappelijk onderbouwde inzichten over de aard van de werkelijkheid – die mij onmiddellijk herinnerde aan mijn stelling dat we niet alleen materie creëren door waar te nemen maar ook de tijd. Lees ook mijn bericht ‘Schrödingers Stopwatch‘ op deze site. Probeer daarom te volgen wat hier gebeurt. Talbot schrijft:

"At the 1988 Annual Covention of the Parapsychological Association, Helmut Schmidt and Marilyn Schlitz announced that several experiments they had conducted that mind may be able to alter the past as well."

Wat hadden Schmidt en Schlitz onder andere gedaan om deze uitspraak te rechtvaardigen? In een experiment hadden ze door een aselect – dat is willekeurig – gecomputeriseerd proces 1000 verschillende geluidssporen samengesteld en die eveneens op 1000 audiocassettes gekopieerd. Elk geluidspoor bestond uit een achter elkaar geplaatste serie van geluidsfragmenten, elk verschillend van duur en karakter. De helft van de geluidsfragmenten lieten tonen horen die prettig waren om te horen, de andere helft daarvan waren gewoon onprettig lawaaiige ruis. Het computerselectieprogramma koos daarvoor willekeurig uit een database van 100 verschillende geluiden, 50 daarvan prettige tonen, 50 daarvan onaangename ruis.

Belangrijk: De duur van elk fragment was eveneens willekeurig gegenereerd. Het selectieproces was 100% willekeurig, dus de verwachting is min of meer een fiftyfifty verdeling aangenaam/onaangenaam, niet alleen qua aantal maar ook qua lengte van elk fragment.

De 1000 opgenomen cassettes werden per post naar vrijwillig aangemelde proefpersonen verstuurd. Deze kregen de opdracht om bij het beluisteren van de cassette te proberen om de duur van de aangename tonen langer te maken en die van de onaangename juist korter.

Als ze de cassette beluisterd hadden stelden ze Schmidt en Schlitz daarvan op de hoogte, die daarop de originele geluidsporen bekeken. Ze constateerden daarbij dat de originele geluidssporen, waarvan de proefpersonen dus naar de kopie had geluisterd, significant meer stukken met prettig dan stukken met onprettig geluid bevatten. Hun conclusie was dat de proefpersonen het verleden dus hadden veranderd. En dat bevestigt Talbot ook:

"In other words, it appeared that the subjects had psychokinetically reached back through time and had an effect on the randomized process from which their prerecorded cassettes had been made."

Talbot interpreteert dit dus – de beïnvloeding met de geest van de lengte van aselect gekozen geluidsfragmenten uit een database met 50/50 verdeelde aangename en onaangename fragmenten door proefpersonen – als een echt retrocausaal effect, een psychokinetisch terugreiken in tijd waarbij het verleden dus veranderd wordt. Ik heb echter een andere mening die veel te maken heeft met de non-lokaliteit in ruimte én tijd van kwantumverstrengeling.

Het staat niet in de beschrijving in het boek of het aselect genereren van de serie geluidsfragmenten gestuurd werd door een QRNG, maar gezien de andere experimenten van Schmidt is dat zeer waarschijnlijk. Ik ga daar nu even van uit in het volgende.

Ook macro objecten verstrengelen

Niets in de kwantumfysica gebiedt dat verstrengeleng alleen optreedt bij elementaire deeltjes. De meeste kwantumfysici accepteren de mogelijkheid van het verstrengelen van macro-objecten.

Bij het genereren van de serie raakten de QRNG en de geluidscassettes verstrengeld aangezien er nog niet waargenomen was wat er op de cassette was opgenomen. De inhoud van de cassettes – de magnetisering van de ijzerdeeltjes dus – was dus nog steeds een niet ineengestorte kwantumtoestandsgolf. Het fysieke materiaal van de cassettes, waarbij inbegrepen de opnametape, waren daarentegen wel waargenomen dus materieel. De cassettes werden onbeluisterd – hun inhoud niet waargenomen, dus nog steeds verstrengeld met de QRNG – naar de proefpersonen verstuurd. Die verstrengeling strekte zich dus nu aanzienlijk uit over tijd en plaats. Pas bij het beluisteren stortte de verstrengelde kwantumgolf – die niet alleen de waarschijnlijkheden van de magnetisering van de ijzerdeeltjes op de cassette bevatte maar ook die van de door de QRNG gegenereerde elektronische nullen en enen – in zijn geheel in tijd en ruimte in. Pas dan – door de waarneming van de proefpersoon – ontstond de gehele productiegeschiedenis van de inhoud van de tape samen met die inhoud.

Het verleden werd dus niet gewijzigd, dat zou waarlijk retrocausaliteit zijn, maar het verleden werd gecreëerd (vastgelegd) op moment van beluisteren – waarneming dus – door een bewust persoon. Mochten Schmidt en Schlitz overigens geen QRNG gebruikt hebben dan heeft dat alleen maar nog grotere implicaties voor onze ideeën over kwantumverstrengeling.

Feeling the future

Dit doet mij tot slot ook denken aan recentere experimenten die Daryl Bem in 2011 heeft uitgevoerd. Hij merkte ook een ogenschijnlijk retrocausaal effect op, waarbij het verleden leek te worden veranderd door een actie in het heden. Het bestuderen van de antwoorden voor de test – nadat de test al gedaan was – had een meetbaar positief effect op de testresultaten. Die verbeterde testresultaten bevinden zich duidelijk al in het verleden. Maar het is niet het reeds vastgelegde verleden dat veranderd wordt. Het is begrijpelijker en daarom beter aanvaardbaar om het te bekijken als een actie in het heden die wordt beïnvloed door een actie in de toekomst. Deze actie in de toekomst bevindt zich (nog) buiten tijd en plaats zoals wij die ervaren en bevindt zich als potentieel in de verstrengelde kwantumtoestandsgolf. De toekomst bestaat dus al als mogelijkheid in de kwantumtoestandsgolf en kan van daaruit het heden beïnvloeden. Dat is wat mij betreft een mogelijke verklaring voor voorspellende dromen, die ook niet altijd hoeven uit te komen.

The One

De grond van de wereld

Fysici beginnen langzamerhand in te zien dat de kwantumfysica meer over de wereld te vertellen heeft dan dat de kwantummechanica een weergaloos goede voorspeller is van fysieke verschijnselen. Het boek ‘The One’ van Heinrich Päs, professor theoretische fysica aan de TU Dortmund, is daar een uitnemend voorbeeld van. Hij komt tot de conclusie dat de kwantumfysica pas goed te begrijpen valt als we het bestaan van het kwantumuniversum accepteren als de grond van de wereld die wij waarnemen.

Het kwantumuniversum is de – immateriële maar evengoed werkelijke – versie van Everett’s multiversum, metafysica dus. Päs legt uit dat het aan het publiek gepresenteerde beeld van zich eindeloos splitsende materiële universa een verkeerd beeld is, dat in de wereld gekomen is door tegenstanders van het idee. Al die mogelijke universa bestaan welzeker, maar dan als toestandsgolven die gezamenlijk door hun onderlinge superposities één toestand vormen waaruit alle oscillaties tegenover elkaar zijn weggevallen. De éne, de on-bewegende immateriële bron van alles, waar ruimte, tijd en materie niet meer bestaan, zelfs niet als gedachte, maar waar alle diversiteit uit voorkomt. De Tao van Lao Tze.

Wat is dan dat idee van Everett?

Daarvoor moeten we ons eerst verdiepen in het grootste raadsel waar de kwantumfysica ons voor plaatste, de kwantumcollaps; het einde van de – onbegrensd in ruimte en tijd uitgebreide (niet lokale) – immateriële toestandsgolf die volgens de kwantumfysica interpretatie de kans voorstelt om het materiële deeltje bij meting aan te treffen waar, bij die meting, die golf abrupt eindigt. Het einde van die golf wordt echter niet voorspeld door de mathematica die de toestandsgolf beschrijft. Hoe de meting die abrupte overgang teweegbrengt is nog steeds niet bevredigend verklaard. De verklaring die het meest wordt gegeven is decoherentie, maar dat is in feite geen verklaring. Dat is niet veel meer dan een beschrijving van wat er gebeurt; dat een samenhangend geheel – de golf – plotseling zijn samenhang verliest en er slechts één element van dat geheel – het aangetroffen deeltje – overblijft. De naam verklaart niet hoe het werkt. Päs verklaart decoherentie als een effect dat veroorzaakt wordt door het noodzakelijk beperkte perspectief van de waarnemer op de kwantumgolf van het universum, die ene totale toestandsgolf waarin de toestandsgolven van alle mogelijke universa zijn samengevat, ‘gesuperponeerd’ in de taal van de fysicus. Veel verder gaat zijn verklaring niet.

Een goede metafoor die hij gebruikt is die van een volkomen stille oceaan die vanuit een groter perspectief gezien geen beweging vertoont maar die in die bewegingloosheid evengoed het resultaat kan zijn van eindeloos veel golven die elkaar in hun totaliteit precies opheffen. Golven kunnen elkaar precies opheffen, dat is wat we destructieve interferentie noemen. In een veel beperkter perspectief wordt dan dat ene stukje van die oceaan zichtbaar als iets dat afgescheiden lijkt te zijn van de rest. Helemaal begrijpen hoe dat werkt met dat perspectief, doe ik niet maar het is een interessant beeld en het kan in elk geval dienen als bruikbare metafoor voor de uitleg van het idee. In dat geval is het dan zo dat bij decoherentie, bij meting, de toestandsgolf dus niet in het niets verdwijnt maar alleen niet meer waarneembaar is vanuit het beperkte perspectief van de waarnemer. De waarnemer ziet nog maar een deel van het totaal.

Alles is waarnemer

Dan zijn we daarmee weer bij de waarnemer aangeland. Everett’s idee is dat elke mogelijkheid in de toestandsgolf bestaat waarbij ‘bestaan’ niet een materieel maar wel een werkelijk bestaan betekent. Bij het twee-spleten experiment bestaan volgens zijn voorstel beide mogelijkheden – het object gaat door de linker spleet én het gaat door de rechter spleet – beide in hun afzonderlijke immateriële werkelijkheden. In elke versie van die twee werkelijkheden bevindt zich een immateriële waarnemer die binnen zijn werkelijkheid slechts één mogelijke toestand waarneemt. Elke waarnemer is immers een waarnemend onderdeel van zijn werkelijkheid, die daarom alleen zijn werkelijkheid waarneemt. Daarmee vervalt die onverklaarde invloed van de waarnemer op de toestandsgolf die de kwantumcollaps van die golf zou teweegbrengen, er is helemaal geen collaps. Maar in plaats daarvan zijn er nu wel twee volledig identieke waarnemers.

Ik hoop dat u hieruit begrijpt dat er bij deze verklaring geen bijzondere eisen aan de waarnemer gesteld worden, zoals een waarnemend bewustzijn, een fotocamera is al ruim voldoende. De onderliggende voorwaarde voor dit scenario is dan ook dat bewustzijn een emergente eigenschap van het immateriële maar wel werkelijke brein van de waarnemer is. Beide waarnemers in beide universa zijn in (im)materieel opzicht volledig identiek aan elkaar en hebben dan ook een identiek bewustzijn, met hun identieke herinneringen. Het enige verschil, is hun waarneming op het moment van het experiment. Daar splitst hun universum, met hun erin, in tweeën.

Wat is werkelijk?

Multiversum interpretatie van Schrödingers levende én dode kat

Dit voorbeeld van ‘splitsende’ waarnemers in hun universa is om redenen van uitleg eenvoudig gehouden, veel eenvoudiger dan in elke praktijk van een echt twee-spleten experiment aan de hand is. In de praktijk zijn er bij dat experiment namelijk vele, vrijwel ontelbare, mogelijkheden waarop het object zich op het achterliggend scherm kan manifesteren en elke mogelijkheid betekent dus een ‘afgesplitst’ universum, inclusief kopie van de waarnemer. Ik hoop dat u inziet dat behoorlijk kan oplopen. Daarom benadrukt Päs dat al die mogelijke universa niet materieel zijn, al zijn ze dan wel werkelijk. De definitie van wat werkelijk is dient daarom bijgesteld. Maar op die manier gezien wordt ook een illusie, zelfs een droom, werkelijk, al zal Päs dat niet zo bedoelen.

Het emergente bewustzijn als voorwaarde

Door het bewustzijn als emergente eigenschap van het fysieke brein te beschouwen is deze gedachtegang mogelijk, het is er beslist een vereiste voorwaarde voor, en dat stelt Päs ook herhaaldelijk in zijn boek: ‘Of course, as long as we stick to the reasonable hypothesis that our consciousness is confined within our brains, …’. Päs sluit zich – na het bewustzijn als mogelijke oorzaak van de collaps in navolging van o.a. John von Neumann wel overwogen te hebben – aan bij het vrijwel eenstemmige oordeel van de neurologen (Tononi e.a.) dat het bewustzijn een product is van het brein. Vergeet hij nu dat de neurologie bij uitstek een reductionistische tak van de wetenschap is waar hij nu zelf in dat reductionisme een revolutionaire omwenteling teweeg wil brengen?

Monisme – geen nieuw idee – als redding van de fysica?

Het idee van het bestaan van een uiteindelijke bron van de werkelijkheid die één is, die geen gescheidenheid kent, geen afzonderlijke elementen bevat, geen tijd en ruimte kent, heet monisme. Päs besteedt een groot en uitermate boeiend deel van zijn boek aan de geschiedenis van het monisme. Een opvatting die al te vinden is in de Griekse oudheid bij figuren als Thales, Plato, Parmenides, Pythagoras, Philolaus, en onder de gezamenlijke noemer Platonisme onder te brengen is. Later steekt monisme als tegenstrever van het monotheïstische maar duale beeld dat de christelijke kerk uitdraagt herhaaldelijk de kop op in figuren als Giordano Bruno, Kepler, Copernicus, Meister Eckhart, Eriugena en ook weer veel later bij Spinoza en Kierkegaard.

De sterke reactionaire onderdrukking van hun duidelijk monistische ideeën, door marteling, brandstapel, excommunicatie en sociale uitsluiting, is volgens Päs de grondoorzaak van het feit dat het idee van een niet-materiële basis van onze werkelijkheid momenteel niet erg populair is, zeker niet onder de meeste fysici, al is daar wel een verandering in houding te bespeuren. Bohr en Heisenberg hebben daar ook nog een belangrijke rol in gespeeld door met het idee van complementariteit de onderliggende werkelijkheid van de toestandsgolf als niet relevant voor fysische theorieën te bestempelen en de aldus ontstane tegenstellingen, zoals golf en deeltje, als fundamenteel, dus niet verder ontleedbaar, te beschouwen. Zaak gesloten.

Volgens Päs is dat de oorzaak dat de fysica, met haar sterk reductionistische aanpak, op dit moment in een crisis geraakt is. Het onderzoek van de grondslagen van de materie is tot nu toe gezocht in het steeds kleinere waarvoor de benodigde energieën navenant steeds groter worden. Er is een einde aan die weg van reductionistisch onderzoek en die is nu wel ongeveer bereikt. Het is daarom tijd volgens Päs om monisme als uitgangsprincipe in de fysica te introduceren. De kwantumfysica en het kwantumuniversum wijst ons daarbij de weg.

Verstrengeling als ultieme schepper van eenheid en universele liefde

Volgens Päs is verstrengeling verreweg de belangrijkste factor in het kwantumuniversum. Het zorgt voor een verbondenheid van alles met alles en dus voor de eenheid van De Ene. Individuele eigenschappen van de delen houden op te bestaan ten gunste van een sterk vereend totaal. Hij citeert de Neoplatonist John Scotus Eriugena in: ‘Just as entanglement unites the universe in quantum cosmology, for Eriugena it is “the pacific embrace of universal love” that “ gathers all things together into the indivisible unity which is what He Himself is, and holds them inseparably together”. Hier legt hij, Päs, blijkbaar een verband tussen kwantumverstrengeling en wat Eriugena universele liefde noemt. Dat doet me onmiddellijk denken aan de NDE verslagen die vrijwel altijd over de overweldigende ervaring van universele liefde gaan. Ze bestaat werkelijk. Nu kunt u protesteren dat u en uw ex een gemeenschappelijke historie hebben en dus verstrengeld moeten zijn maar dat er in de huidige relatie geen sprake meer is van liefde. Päs zou – denk ik – zeggen dat dat een kwestie is van uw beperkte perspectief.

Erkent Päs hiermee de werkelijkheid van de universele liefde? Het zou wel eens anders kunnen liggen. Door verstrengeling en universele liefde op deze manier te koppelen zou hij ook hij de laatste tot de eerste kunnen reduceren. Het wordt dan iets dat onderzocht kan worden in het laboratorium van de fysicus en waar via meting getallen aan toe gekend zouden kunnen worden. Hij zou dan hetzelfde doen dat fysici gedaan hebben met de eigenlijk onbegrijpelijke mystiek van krachten op afstand, zoals we die ervaren bij zwaartekracht, elektriciteit en magnetisme; er een ‘veld’ van maken dat mathematisch beschreven en gemeten kan worden en zodoende het verschijnsel te reduceren tot iets wat tot het materiële universum hoort, reïficeren heet dat.

Hoe konden ze dit zolang geleden al weten?

Een belangrijke vraag is dan natuurlijk hoe de oude filosofen dit principe van de grond van onze werkelijkheid al doorhadden zonder dat ze beschikten over het technische instrumentarium waarover de wetenschap nu beschikt. De oude Grieken hadden niet veel meer dan hun eigen zintuigen en hun scherpe geest. Päs gaat in zijn boek hier kort op in en veronderstelt dat de vroege en primitieve mensheid in staat was tot een directere waarneming van ‘De Ene’ dan wij en dat deze inzichten daarna van generatie op generatie zijn overgeleverd. Dat zit toch erg dicht in de buurt van de veronderstelling van de algemene validiteit van mystieke ervaringen.

Samenvatting en commentaar

Op het eind van deze boekbespreking is het goed om de ideeën van Päs nog kort samen te vatten, voorzien van mijn eveneens korte commentaar:

  1. De waargenomen werkelijkheid is een illusie en komt voort uit het kwantum universum. Dat is in elk geval een opmerkelijke uitspraak van een fysicus.
  2. Het multiversum is het kwantumuniversum en is niet materieel. Het is één. Ook dat is opmerkelijk.
  3. In de schijnbare splitsing van het universum splitst zich ook de fysieke waarnemer én zijn geest in meerdere waarnemers die elk één uitkomst waarnemen. De kwantumcollaps is daarmee de indruk die elke afgesplitste waarnemer heeft omdat elk slechts één van de vele mogelijke uitkomsten waarneemt. Dat betekent een onderliggende aanname dat de geest een product van de fysieke hersenen is en die aanname is essentieel in deze verklaring van de kwantumcollaps. Daarmee worden de grote aantallen, vaak door derden geverifieerde, waarnemingen van mensen die het lichaam verlaten bij een dreigend fysiek einde en hun omgeving correct waarnemen (de NDE)  volledig genegeerd dan wel tot illusie wegverklaard.
  4. De waarnemer is in die opvatting daarom een fysiek object zodat eigenlijk elk fysiek object een waarnemer wordt. Dat is ook de conclusie die Rovelli en Hertog op hun manier uitdragen. Waarom bepaalde objecten, zoals lenzen, spiegels en zelfs reflecterende kristallen, daarvan vrijgesteld zijn is mij niet duidelijk.
  5. Maar aangezien de fysieke werkelijkheid volgens Päs een illusie is hebben we dus een illusie die waarneemt en aldus de waargenomen illusie creëert. Wie zoiets gelooft houdt zichzelf, wat mij betreft, voor de gek.
  6. De kwantumcollaps wordt veroorzaakt door decoherentie die een effect is van het beperkte perspectief van de waarnemer. Het mechanisme van decoherentie, hoe die teweeggebracht wordt, blijft onverklaard.
  7. Gezien de interferentie die de toestandsgolf altijd laat zien wanneer die door de dubbelspleet golft moeten al die universa dus interferentie vertonen. Dat kan alleen als al die universa inderdaad zelf ook niet-materiële toestandsgolven zijn. Dan kunnen ze inderdaad interfereren met elkaar, want het zijn golven. Daarmee zijn ze dus inderdaad niet materieel en bevatten dus ook geen materiële afsplitsingen van de waarnemer. Hoe een niet-materiele toestandsgolf dan emergent bewustzijn kan produceren is een wel zeer bijzondere aanname.
  8. Zoals Päs het kwantumuniversum beschrijft zit hij al zeer dicht bij het idee van de universele geest die dit alles voortbrengt en die door vele nabij de dood ervaringen ook precies zo beschreven wordt. Hij is er bijna.

Kortom: een boeiend, leerzaam en in het algemeen eerlijk boek van de zoektocht van een kwantumfysicus naar de betekenis en de toekomst van de kwantumfysica en een hoognodig begin van een afscheid van de er-is-alleen-materie visie.

De waarnemer en zijn meetinstrument

De klassieke waarneming, de objectieve meting

In de klassieke fysica speelt de menselijke waarnemer geen rol in dat wat waargenomen wordt of hoort dat althans niet te doen. Alles wordt bestudeerd vanuit het zogenaamde 3e persoonsperspectief. In alle experimenten dient enige invloed van de meting zo goed mogelijk uitgesloten te worden, al is er natuurlijk wel altijd enige invloed. Denk bijvoorbeeld aan de radardetectie van de snelheid van een auto. Het radarfoton kaatst terug van de auto en heeft dus een minuscule invloed op de snelheid van de auto. Maar dat effect is zo klein dat we dat rustig kunnen negeren in de praktijk. Beroep op dat soort meetfouten bij het digitaal loket verkeer zal geen gehoor krijgen. De elektriciteitsmeter verbruikt zelf ook een heel klein beetje energie waar de klant niets aan heeft bij de meting. Maar protesteren bij de energieleverancier zal weinig opleveren, ben ik bang.

De waarneming in de kwantumfysica

In de kwantumfysica – een loot aan de tak van de fysica die in zijn enorme succes de fundamentele rol van klassieke fysica heeft overgenomen – is dat echter niet zo, de manier waarop we meten is van essentiële invloed op dat wat we meten. Daar is geen twijfel meer over. Is dat nu de invloed van het meetinstrument of van de experimentator? De discussie over wat precies een meting is, is na 120 jaar kwantumfysica nog steeds niet echt beslist. John von Neumann – een van de eerste kwantumfysici – heeft al gezegd dat het waargenomen object en het waarnemende instrument niet fysiek op een of andere manier met elkaar verbonden zijn om zo de kwantumcollaps te veroorzaken. Beide zijn uiteindelijk samengesteld uit fundamentele deeltjes die zolang ze niet gemeten zijn zich als een immateriële golf van potentie zullen gedragen, de toestandsgolf. Beide toestandsgolven zullen zich bij een meting met elkaar vermengen, maar elkaar daarbij niet laten instorten, net als twee elkaar ontmoetende golven door elkaar heen zullen lopen zonder elkaar te elimineren. Bij de ontmoeting golven ze even samen en daarna golven ze gewoon verder. Er is volgens von Neumann daarom geen enkele aanleiding om een speciale beïnvloedende rol aan het fysieke meetinstrument toe te kennen inzake het einde van de toestandsgolf, de zogenaamde kwantumcollaps. Zijn inzicht werd genegeerd aangezien de invloed van de waarnemer en zijn bewustzijn niet objectief meetbaar was en er dus liever buiten gelaten werd. Wat het nog erger maakt is dat de toestandsgolf wel een golf is die we met de fysica formeel – dwz met getallen en symbolen – in principe kunnen beschrijven, berekenen en voorspellen, maar dat die golf zelf niet materieel waarneembaar is, niet eens materieel bestaat. Het is een golf van waarschijnlijkheden en dat zijn uiteindelijk mathematische constructies van de geest.

Is dan alles waarnemer?

Zodra je meet echter, houdt de immateriële golf op te bestaan en vinden we een van de vele mogelijkheden, het deeltje, dat geen golf is. Dat wordt ook zo geformuleerd in de Kopenhaagse interpretatie van Bohr en Heisenberg. Langzamerhand is het inzicht van Von Neumann, Bohr en Heisenberg – vooral vanwege enkele geavanceerde kwantumfysische experimenten zoals het uitgestelde keuze-experiment – zodanig bevestigd dat de waarnemer, die het waargenomene fysiek verwerkelijkt, niet meer te negeren is bij het fundamentele begrip van de natuur, zoals de fysica dat nastreeft. Hetgeen o.a. Carlo Rovelli heeft genoopt om dan maar letterlijk alles tot waarnemer van elkaar te bombarderen. Elk deeltje bestaat volgens hem alleen in relatie tot een ander deeltje. Mijn vraag is natuurlijk hoe dat werkt als beide deeltjes – nog – niet materieel bestaan en het dan wel klaarspelen om eerst in relatie met elkaar te komen en dan daardoor materieel te worden. Naar mijn gevoel is hier de volgorde verkeerd. Kosmoloog en kwantumfysicus Thomas Hertog beschrijft in ‘Het Ontstaan van de Tijd’ ook iets dergelijks waardoor alle dingen waarnemers worden die de kwantumgolf doen instorten en materie verschijnt. Maar dingen zijn toch ook van materie gemaakt die eerst zelf moet instorten? Dus – om de echte vraag te stellen – wat verstaan we nu precies onder een waarnemer en wat voor rol speelt die eigenlijk?

Wat is een waarnemer volgens de kwantumfysica?

Alternative realities Wigner’s friend experiment 2019

In veel kwantumfysische experimenten – vooral die de afhankelijkheid van de waarnemer proberen te onderzoeken – wordt de rol van de waarnemer tot nog toe door een instrument uitgevoerd. De vraag is of dat het juiste perspectief is. In de bovenstaande figuur van een bijzonder ingewikkeld experiment, gebaseerd op Eugene Wigners gedachte-experiment met meerdere waarnemers, is dat in elk geval op die manier geïmplementeerd. In dat experiment wordt binnen een gesloten omgeving een experiment uitgevoerd. Een van de zogenaamde waarnemers bevindt zich binnen die gesloten omgeving en neemt dus het resultaat van zijn experiment direct waar, de toestandsgolf is voor die waarnemer en door de waarneming overgegaan in een waargenomen deeltje. Maar buiten de gesloten omgeving bevindt zich een tweede waarnemer waarvoor de inhoud van die gesloten omgeving nog steeds een toestandsgolf is omdat hij de inhoud van de grotere doos nog niet waargenomen heeft. Pas als die externe waarnemer de inhoud van de gesloten omgeving, de grotere doos, kan waarnemen eindigt voor hem de toestandsgolf en wordt de meting van het deeltje een feit, het krijgt wat de tweede waarnemer betreft dan pas zijn fysieke eigenschappen. Wie van deze waarnemers is nu degene die het gemeten deeltje met zijn eigenschappen teweegbrengt?

De poppetjes binnen en buiten de doosjes, die hier de waarnemers moeten voorstellen, zijn in dit experiment fysieke meetinstrumenten en missen dus het bewustzijn waardoor ze hun waarneming ook zouden kunnen interpreteren. Is dat interpreterende bewustzijn hier eigenlijk dus nodig? De experimentatoren denken blijkbaar van niet. Overigens was de uitkomst van het experiment al zodanig dat we aan het bestaan van een objectieve materiële wereld waar consensus regeert, waarin een feit gewoon een feit is, onafhankelijk van wie het waarneemt, zouden kunnen gaan twijfelen.

Is bewustzijn echt nodig? Is interpretatie nodig?

Kan een fysiek instrument zijn omgeving waarnemen en die waarneming dan interpreteren? Ik noem hier expres iets dat een fysiek instrument volgens mij niet kan, hoe geavanceerd ook, namelijk interpretatie. Het toekennen van betekenis, bedoel ik daarmee. Dat is hetgeen waar deze hele discussie eigenlijk om draait. Wat is interpreteren? Kan een fysiek instrument dat? De experimentatoren denken van wel en dat past helemaal in het materialistisch beeld van de wereld waarin de mens slechts een complexe machine is die in principe beschreven kan worden als het resultaat van zijn onderdelen. Het brein is in hun visie een geavanceerde computer, toevallig ontstaan in het evolutionaire proces van de overleving van de meest geschikte biologische machines, en kan dus qua brein rustig vervangen worden door een niet-biologische geavanceerde AI-machine zoals bijvoorbeeld ChatGPT. Interpretatie is in die visie niet verschillend van een berekening. Is er dus wel of geen verschil, en wat is dan het verschil? Omdat ook maar proberen te beantwoorden moeten we de discussie toch maar wat vereenvoudigen en maar eens kijken naar de essentiële verschillen tussen een eenvoudig ‘waarnemend’ meetinstrument als een cv-thermostaat en een biologische waarnemer.

Kan een fysiek instrument een waarnemer zijn?

Wat is het verschil tussen de cv-thermostaat en het biologische wezen dat voor een aangename omgevingstemperatuur afhankelijk is van zijn cv-thermostaat? Is er een fundamenteel verschil, fundamenteel in de fysieke zin? De thermostaat ‘voelt’ de omgevingstemperatuur, bepaalt of die afwijkt van de ingestelde waarde en stuurt vervolgens de cv aan. Is dat interpretatie? Is dat dus een meting? Dat lijken mij essentiële vragen al kan daar, vermoed ik, nog niet een echt 100% waterdicht antwoord op gegeven worden. Maar ik doe toch een poging.

Wat laat de toestandsgolf instorten?

We zouden daarvoor de volgende vraag kunnen stellen. Hoe is het mogelijk dat een fysiek instrument, dat zelf niet waargenomen wordt en dus in een toestandsgolf verkeert, de toestandsgolf doet instorten (reduceert)? Denk aan die cv-thermostaat. Die doet zijn werk ook als er niemand aanwezig is en men vergeten is om de gewenste temperatuur aan te passen bij een paar dagen afwezigheid. Als je dan na een paar dagen thuiskomt merk je dat het huis lekker warm is, dat de thermostaat dus nog aan staat en concludeer je op dat moment dat gedurende jouw afwezigheid de cv voor niets heeft staan stoken. Die conclusie – het was voor niks – is interpretatie. Dat kon je onbewuste thermostaat dus niet bedenken, anders had die wel iets anders gedaan. Kun je die onbewuste thermostaat nu een waarnemer noemen? Heeft de thermostaat de toestandsgolf die onder andere je cv-ketel, de radiatoren en de temperatuur in je huis bevat doen instorten tot een fysiek huisverwarmende cv? Elke keer dat die de temperatuur mat? Hoe dan?

Echte waarnemers interpreteren

Ik denk dat het inderdaad om interpretatie gaat. Het toekennen van de betekenis van een waarneming. Dat doet een instrument niet. Ik moet de thermostaat eerst vertellen, programmeren heet dat, wat een prettige temperatuur is, dat kan die zelf niet want een dergelijk instrument heeft geen weet van ‘prettig’. Nu zul je misschien aanvoeren dat een geavanceerde AI als ChatGPT dat wel zou kunnen. Maar daarvoor zou ChatGPT wel eerst een gigantische database moeten doorzoeken op gegevens over prettige temperaturen voor menselijke wezens. En hoe is die database gevoed? Juist. Door menselijke wezens die wat zij een prettige temperatuur vonden, er eerst in gebracht hebben. Hadden ze dat niet gedaan dan had ChatGPT geen antwoord geproduceerd. Niet op de vraag wat een aangename temperatuur is, misschien wel op de vraag welke temperatuur een biologisch wezen als de mens nodig heeft. Maar dat bedoel ik niet met aangenaam. Dat is namelijk geen in getallen uit te drukken ervaring. Altijd, en zonder uitzondering, is de vraag naar de betekenis van een waarneming, de interpretatie ervan, terug te voeren op een waarneming door een wezen dat zijn waarneming zelf bewust kon interpreteren als aangenaam of onaangenaam, rood of groen, hard of zacht, nat of droog, mooi of lelijk. Dan kun je pas beseffen dat in de afwezigheid van mensen het ‘aangenaam’ zijn van de temperatuur nergens op slaat. Zoiets zal de thermostaat uit eigen beweging niet bedenken. Natuurlijk kan zoiets geprogrammeerd worden, maar dan is daar altijd weer uiteindelijk iemand voor nodig die zoiets eerst bedenkt en dan als proces programmeert.

Bewuste interpretatie is altijd het slotstuk van het experiment

Dat er uiteindelijk een bewuste interpreteerder nodig is, geldt volgens mij zonder uitzondering voor elk experiment. Zelfs voor een run van de Large Hadron Collider in Geneve. Uiteindelijk wordt het resultaat bekeken door een bewust wezen dat er betekenis aan toekent. We vernemen dan uiteindelijk wel de betekenis, maar daar wordt meestal niet bij vermeld dat daar altijd weer een persoon aan te pas kwam. Dat is namelijk zo ontzettend vanzelfsprekend dat dat niet expliciet genoemd hoeft te worden. Dat betekent wel dat een essentieel onderdeel bij de rapportage van een experiment nooit wordt genoemd. De uitslag van de meting was X, en dat betekent Y. En dat laatste stukje ‘en dat betekent Y’, daar gaat het om. Dat is namelijk de interpretatie van een persoon en daarmee de eigenlijke beleving van de wereld. Daarmee is het einde van de toestandsgolf die daarvoor nog alle mogelijkheden bevatte een feit geworden. Dat einde met die ene mogelijkheid bevat dan ook de voorafgaande geschiedenis. Zoals in voorgaand voorbeeld over de cv meteen de geschiedenis van het ongewenste gasverbruik gedurende jouw afwezigheid een feit is geworden na jouw vaststelling ervan. Dat feit is dan na de kwantumcollaps door de waarneming – helaas – niet meer te veranderen. Dat noemen we dan een feit. Iets waarover consensus kan bestaan.

Wat is dan de rol van een registrerend meetinstrument?

Even genoeg stilgestaan bij de waarnemer. Wat is een meetinstrument in deze context? De eis lijkt te zijn dat het moet kunnen registreren. Daarmee vallen al een bepaalde klasse van passieve meetinstrumenten af. Denk aan de meetlat bijvoorbeeld, die verricht zelf geen registratie. Dat is dus een volstrekt passief meetinstrument in tegenstelling tot zo’n geavanceerde cv-thermostaat die het binnenshuis temperatuurverloop patroon onthoudt om te anticiperen op het volgende moment van opwarmen. Dat lijkt een mooi criterium, meten plus registratie, maar is nu een voltmeter aangesloten op een recorder wel of geen waarnemer? Is de fotondetector aangesloten op een coïncidentiedetector in een geavanceerd dubbelspleet experiment een waarnemer? Probeer daarom, om die vraag te kunnen beantwoorden, je eens in te denken hoe een registrerend meetinstrument het geregistreerde object of de toestandsgolf zou kunnen beïnvloeden en vooral waarom een ander gelijksoortig instrument dat niet zou doen. Neem bijvoorbeeld een massief ijzeren staaf. Dat lijkt geen registrerend instrument, tot je bedenkt dat de staaf uitzet of krimpt naargelang zijn temperatuur. De staaf meet op die manier de temperatuur. Als de staaf lang genoeg is en op een slimme manier verbonden aan een schrijfstift en een rol papier zou je het verloop van de temperatuur kunnen registreren. De verandering van de lengte van de staaf levert de informatie over het verloop van de temperatuur. Je kunt de staaf met stift en papier dus ook, in deze context, zien als een registrerend meetinstrument. Maar omdat we er op een ingenieuze wijze gebruik van maken zou hetzelfde passieve instrument ineens wel een waarnemer worden die de kwantumgolf doet instorten. Dat is inconsequent geredeneerd.

Je zult een willekeurige ijzeren staaf dus niet gauw aanmerken als waarnemend meetinstrument. Als je op deze wijze gaat nadenken over registrerende meetinstrumenten wordt het idee van het instrument als waarnemer dus inconsequent en daarmee uiterst aanvechtbaar. Of een instrument registreert of niet zou dan niet bepaald worden door zijn fysische eigenschappen maar door de manier waarop wij er gebruik van maken, en dan komt de bewuste waarnemer meteen weer om de hoek kijken. Uiteindelijk moeten we dus beginnen te erkennen dat ook bij een instrument dat meet en registreert de uitslag pas resulteert in een echte waarneming – de waarneming die de kwantumcollaps doet plaatsvinden – als er door een bewuste waarnemer naar gekeken wordt. Als we dat als werkelijke verklaring accepteren dan hebben we wellicht een aanvaardbaar bruikbaar en consequent criterium voor de definitie van een meting en meteen ook voor de aanleiding van de kwantumcollaps, de materiële manifestatie van de wereld.

Conclusie

Er is uiteindelijk dus altijd een bewuste waarnemer nodig voor een echte meting. Het meetinstrument is dan niets anders dan een verlengstuk van onze zintuigen en kan niet de aanleiding zijn voor de kwantumcollaps, het verschijnen van de materie in onze wereld. Dat heeft een diepgaande betekenis voor ons ervaren van de wereld. Wij zijn essentieel in het verhaal. Wij maken een essentieel onderdeel uit van de wereld. Door haar waar te nemen en dus te ervaren.

Psychokinese en kwantumverstrengeling

Gezien de tegenwoordig ruime mogelijkheid om via het internet psychokinese-experimenten te doen wordt het tijd om de experimenten van professor Helmut Schmidt (Lees: Kwantumfysica, informatie en bewustzijn: Hoofdstuk 6 / 7 kritische experimenten / 2. Pk experimenten) weer eens op te poetsen, aangezien daar niet alleen psychokinese wordt aangetoond maar ook kwantumverstrengeling van macro-objecten – ik bedoel daarmee objecten die we gewoon zonder speciale instrumenten kunnen waarnemen en hanteren.

Helmut Schmidt (1928-2011) en zijn QRNG’s

Schmidts onderzoek vond plaats in de jaren 1970-1980 op het Rhine Research Center Institute for Parapsychology. Er is zware kritiek op zijn onderzoek geuit, (C. E. M. Hansel. (1980). ESP and Parapsychology: A Critical Re-Evaluation. Prometheus Books. pp. 222-232) waarin onzorgvuldigheid en/of fraude worden gesuggerereerd:

' ... de nodige voorzorgsmaatregelen werden niet genomen, er was geen waarnemer of tweede experimentator bij een van de experimenten, geen dubbelcheck van de opnamen en er werden geen aparte machines gebruikt voor hoge en lage score pogingen. Er waren zwakke punten in het ontwerp van de experimenten die bedrog niet uitsloten. Er was weinig controle over de onderzoeker en onbevredigende kenmerken van de gebruikte machine.' 

Dat kunnen redenen zijn om het onderzoek nog eens beter over te doen, maar niet om uit te gaan van mogelijk bedrog. Bedrog komt natuurlijk ook voor bij wetenschappers, zeker als ze sterk publicatiegericht zijn, maar dan dient er wel een duidelijke aanleiding voor zo’n verdenking te zijn. Zeker is wel dat Schmidt door zijn publicatie niet in zijn carrière vooruit werd geholpen, integendeel. Voorts is de acceptatie van het verschijnsel van beïnvloeding van kwantumgeneratoren – QRNG’s – aanmerkelijk gegroeid vanwege het Global Consciousness Project.

Helmut Schmidt met een proefpersoon in een QRNG experiment

Wat mij betreft zijn Schmidts resultaten alleszins de moeite waard om op een moment dat zijn onderzoek grootschaliger, met meer geavanceerde middelen en wellicht tegen lagere kosten via het internet herhaald en geverifieerd zou kunnen worden. Daarom hier een korte beschrijving van Schmidts onderzoek. Daarna zal ik duidelijk maken waarom er volgens mij hier sprake is van kwantumverstrengeling tussen macro-objecten en dat het belangrijk is dat zoiets goed onderzocht wordt.

Floppy’s als opslag voor de QRNG

Schmidt maakte in 1970 al gebruik van kwantumgeneratoren – QRNG’s – voor zijn experimenten. De uitvoer van zo’n QRNG – de electronische versies van nullen en enen – werd gebruikt om rode en groene lampjes aan te sturen, één voor rood, nul voor groen. Die nullen en enen werden – initieel – slechts ter controle opgeslagen op floppy disks. Dan konden resultaten en eventuele afwijkingen snel via de computer geanalyseerd worden. In die jaren was de floppy het draagbare opslagmedium voor computers. Een dun flexibel plastic schijfje voorzien van een magnetiseerbare laag en opgeborgen in een vierkant soort envelop. Met de magnetische lees- en schrijfkop van een floppy disk drive kon je er data op opslaan en ook weer van aflezen. Het zal blijken dat het belangrijk is dat een floppy disk iets is dat je kunt beetpakken en dat een deel van de magnetische laag door de afgeronde opening in de ‘envelop’ gewoon zichtbaar is.

Floppy disk met magnetisch gevoelige laag duidelijk zichtbaar
Floppy disk drive

De uitvoer van een goede QRNG is – volgens de zo succesvolle kwantumfysica – volledig willekeurig. Het is totaal onvoorspelbaar of er een 0 of een 1 geproduceerd gaat worden maar bij een goed afgestelde QRNG zullen er gemiddeld precies evenveel nullen als enen geproduceerd worden. Er zullen dus, bij grotere aantallen, evenveel groene als rode flitsjes geproduceerd worden.

Psychokinese op QRNG’s

Principeschets van het PK-exeriment van Schmidt

Een proefpersoon werd gevraagd om de rode en groene flitsjes te proberen te beïnvloeden. Meer rode dan groene, of andersom. Na een sessie werd de op floppy vastgelegde uitvoer geanalyseerd op afwijkingen van het normale gedrag. Proefpersonen bleken in staat om afwijkingen van 2% teweeg te brengen. Dat lijkt niet indrukwekkend maar als dit soort proeven zo’n afwijking consequent herhaald vertonen dan kan met een statistische analyse uitgerekend worden hoe groot de kans is dat dit toeval is. Bij de analyse van het totaal van Schmidts experimenten blijkt de kans op toeval 1 op 8000.

Uitgestelde beïnvloeding van een QRNG

Het wordt nog aanmerkelijk interessanter met de constatering dat Schmidt ook uitgestelde beïnvloedingsexperimenten deed. In dat geval werden de rode en groene flitsjes niet rechtstreeks van de QRNG ontvangen, maar via een tussenweg en met een zeker uitstel. De op floppy geregistreerde nullen en enen werden dan pas op een later tijdstip gebruikt om de rode en groene flitsjes te schakelen. In dat geval werden de signalen voor de rode en groene flitsjes niet rechtstreeks ontvangen van de QRNG én was het vóór het moment van bekijken door een proefpersoon nog onbekend voor iedereen wat er van de QRNG op de floppy was geregistreerd.

Links de directe aansturing van de flitsjes, rechts het principe van uitgestelde aansturing. Het uitstel werd gerealiseerd door de op floppy opgenomen nullen en enen pas op een later tijdstip af te spelen.

Dus nu waren de resultaten van de QRNG eerst magnetisch vastgelegd, iets waarbij we in het algemeen aannemen dat zoiets een definitieve zaak is. Als ik een bestand op de harde schijf van mijn pc opsla neem ik aan dat het daar ook, zij het in gemagnetiseerde digitale vorm, correct staat en in het algemeen kan ik daar goed op vertrouwen, hoewel een back-up natuurlijk altijd een goed idee is. Hoewel floppy’s tegenwoordig niet meer in gebruik als opslagmedium zijn, waren ze niet minder betrouwbaar als een moderne harde schijf of SSD. Ik heb nog floppy’s liggen van jaren geleden en alles stond er onlangs nog gewoon op.

De floppy verstrengeld met de QRNG ..

Voor alle zekerheid werd er door Schmidt ook meteen een kopie gemaakt van zo’n floppy. Daarna werden ze, zonder dat de digitale inhoud bekeken was, in een brandkast opgeslagen. Na enige tijd, dagen maar ook wel maanden, werd dan zo’n beschreven en gemarkeerde floppy uit de brandkast gehaald, in de floppy diskdrive gestopt en werd de uitvoer, de nullen en enen die dus al die tijd op de floppy stonden te wachten, gebruikt om weer rode en groene lampjes op te laten lichten. Ook nu werd een proefpersoon gevraagd om te proberen de verhouding rood-groen te beïnvloeden. En dat lukte, met zelfs hetzelfde succespercentage van het directe QRNG-afspeel experiment. De magnetisatie op de floppy was dus verstrengeld geraakt met de QRNG en de proefpersoon veroorzaakte de materiële manifestatie van de uitvoer van de QRNG met terugwerkende kracht in de tijd. Zo zie ik dat – kwantumfysisch bekeken.

.. én met de kopie

Werd nu de niet gebruikte kopie-floppy daarna ook nog eens een keer ingezet in een beïnvloedingsexperiment dan bleek dat niet meer te werken. Een proefpersoon boekte geen resultaat meer met zijn mentale inspanningen. Op zich logisch. Op de kopie stonden bij controle natuurlijk dezelfde reeks nullen en enen als op de – reeds geobserveerde – originele. Dat verwacht je ook van een kopie. Dat verwacht ik ook van een back-up van de bestanden op mijn pc.

Hier openbaart zich – in mijn opinie – uiterst duidelijk de verstrengeling van macro-objecten. De magnetische registratie op de originele floppy werd dus verstrengeld met de QRNG. Pas bij het ‘observeren’ van de inhoud van de floppy, via de oplichtende lampjes, vond – terug in de tijd – de zogenaamde kwantumcollaps of toestandsgolfreductie plaats. Dus al kon je de floppy en zelfs het gemagnetiseerde oppervlak gewoon bekijken, de magnetisering bevond zich nog in de kwantumgolftoestand totdat de opgeslagen bitjes ‘bekeken’ waren via die rode en groene lampjes.

Verstrengelde kopieeën

De kopie-floppy was dus ook verstrengeld met de originele floppy en de QRNG. Beide bevonden zich in de nog niet gemanifesteerde kwantumgolftoestand totdat de magnetische inhoud van een van de floppy’s geobserveerd was. Op dat moment vond dus niet alleen de kwantumcollaps van de kwantumtoestand van de QRNG en de originele floppy maar ook die van de kopie plaats. Mijns inziens een prachtig voorbeeld – vastgelegd in een experiment – van verstrengeling van meerdere macro-objecten.

Schijnbare retrocausaliteit?

Ik zeg hier schijnbaar omdat we er automatisch vanuit gaan dat het verleden iets is dat zich werkelijk uitstrekt in de dimensie tijd en dat de nullen en enen die de QRNG van Schmidt produceerde – na hun historische aanpassing door de waarneming van de proefpersoon – nu wel opeens in dat landschap, dat de verleden tijd is, bestaan. Het statische blokuniversum van Einstein dus, waar wij doorheen reizen langs onze individuele wereldlijnen. Einstein geloofde daar heilig in. Retrocausaliteit, een terugwerking in tijd, zou dan een aanpassing in dat blokuniversum betekenen. Die visie roept tijdparadoxen op, zoals het verhinderen van die supertoevallige eerste ontmoeting van je ouders zodat jij niet geboren wordt, waardoor jij er niet bent om die ontmoeting te verhinderen, waardoor jij wel geboren wordt, enz.

Ik zie dat dus enigszins anders. Niet alleen materie wordt door waarneming gecreëerd maar ook de bijbehorende tijd. Ik heb dat al in ‘Schrödingers Stopwatch‘ beschreven. Dat is – subtiel – iets anders dan een terugwerkende kracht in de tijd. Het is de creatie van historie door waarneming in het enige moment dat ontologisch werkelijk bestaat, in het NU. Ik heb dat wel eens creatief boekhouden van het universum genoemd. Als die creatie is gedaan, ligt vanaf dat moment de historie vast en kan niet meer aangepast. Historie is uiteindelijk herinnering en her-innering gebeurt in het NU. Dat roept natuurlijk onmiddellijk de boeiende vraag op wat herinnering eigenlijk is.

Voorstel voor een experiment

Dit is volgens mij een experiment dat uitstekend geschikt is om in aangepaste vorm op grotere schaal via het internet uit te voeren. Aan de eisen van zorgvuldigheid, correcte registratie en controle door onafhankelijke tweede waarnemers dient natuurlijk rigoureus voldaan te worden, maar dat zijn in feite normale eisen aan elk belangrijk experiment. Hier ligt wat mij betreft een taak voor de SPR (Society for Psychical Research – Nederland) in samenwerking met een kwantumfysicus, een die niet al te overtuigd is van multiversa. Het aantonen van meervoudige verstrengeling op die schaal is wat mij betreft misschien zelfs wel een Nobelprijs waard.