Het bewustzijn en de 4e dimensie

De discussie over bewustzijn is in

In de cursussen kwantumfysica en bewustzijn die ik regelmatig geef, laat ik zien dat het primaire bewustzijn de beste papieren heeft om de ‘vreemde’ effecten in de kwantumfysica, zoals het waarnemer effect en verstrengeling, te verklaren. Geen keihard bewijs natuurlijk, maar dat zullen we ook nooit krijgen. Keiharde bewijzen zijn er alleen voor mathematische stellingen. Voor de Big Bang hebben we ook geen hard bewijs en toch lijkt die algemeen aanvaard als verklaring voor het heelal dat we op dit moment waarnemen.

De weigering van veel mensen om het primaire bewustzijn zelfs maar te overwegen toonde zich voortreffelijk in een cursist die op de laatste cursusdag met mij in discussie ging over de nabij-de-dood-ervaring (NDE).  De NDE is namelijk juist met de aanname van het primair bewustzijn uitstekend te verklaren. Primair betekent namelijk dat het bewustzijn geen product van die bundel neuronen in uw hoofd kan zijn. Volgens hem was het bewezen dat de NDE een neurologisch verschijnsel zou zijn. Dat bewijs kon hij zo gauw niet leveren maar desondanks bleef hij 100% bij zijn overtuiging. We waren het eens dat we het niet eens waren. In elk geval levert het fenomeen bewustzijn veel discussie op, ook in de reguliere media zoals het NRC.

Ook in de NRC

Bewustzijn is dus behoorlijk in de belangstelling. Zeker in combinatie met AI. Als fysieke neuronen bewust kunnen worden dan kunnen transistors dat waarschijnlijk ook wel. Stel dat die verzameling transistors bewust kan worden, hebben we er dan een slaaf bij? Een bewuste slaaf die uiteindelijk tegen zijn meesters in opstand zal komen? Niet mijn idee en ook niet mijn angst.

Ook de NRC doet aan die bewustzijnsbelangstelling mee in NRC Future Affairs met Wouter van Noort en Jessica van der Schalk. De serie startte op 5 mei 2022, en telde 5 podcasts. De laatste op 22 juni 2022. Zelfs de kwantumfysica komt langs. De moeite waard van het beluisteren voor iedereen die op de hoogte wil blijven van de stand van zaken in het bewustzijnsonderzoek. De podcast kan nog steeds beluisterd – voor abonnees.

Bewustzijn een extra dimensie? Of panpsychisme?

De laatste aflevering van deze boeiende serie gaat over de vraag of bewustzijn niet een extra dimensie kan zijn, zoals ruimte en tijd dat al voor ons zijn. Als gast in die aflevering de hersenonderzoeker Jacob Jolij die het resultaat van zijn zoektocht naar de verklaring van het bewustzijn in 2020 vastlegde in een aardig boek ‘Wat is bewustzijn nou eigenlijk?’. De titel lijkt een antwoord te beloven maar levert dat helaas niet. In zijn boek over bewustzijn komt ook de kwantumfysica ter sprake.

Veel uitstekende wetenschappers, zoals Penrose en Hameroff, zoeken de verklaring van het bewustzijn namelijk in de kwantumfysica. En dan wel liefst daarbij gebruikmakend van een nogal materiële verklaring van de kwantumfysica. Helaas voor deze wetenschappers is het waarnemer effect dan onbegrijpelijk geworden. Ik kom verderop nog terug op het waarnemer effect.

Afbeelding met tekst, illustratie

Automatisch gegenereerde beschrijving

Jacob Jolij is na zijn zoektocht tot de conclusie gekomen dat bewustzijn geen product is van je neuronen is, maar een dimensie zoals tijd en ruimte. Goed beschouwd is dat natuurlijk geen verklaring. Je gaat door een nieuw label niet meer van bewustzijn begrijpen. Het is eigenlijk een stap terug naar de ‘Res Cogitans’ van Descartes. Er is materie in de vertrouwde drie dimensies en er is bewustzijn, een extra dimensie, twee zaken die niet tot elkaar te herleiden zijn. De een is fysiek, de ander wellicht niet. Dualisme dus. Het bezwaar tegen het idee van Descartes is dat de wisselwerking tussen die twee domeinen (dimensies?) fysisch niet te verklaren valt. Dat bezwaar is dan wel gestoeld op de – onbewezen, nogal dogmatische – aanname dat elke fysische actie altijd en alleen een fysische oorzaak heeft. Vergeet even de Big Bang hier. De vraag wat bewustzijn is, is wat Jacob betreft dan opgelost met het woord dimensie, want dat lijkt daardoor een fysisch element, zoals tijd en ruimte ook tot het fysische behoren. En dan kan de interactie misschien begrepen worden.

Het is dus eigenlijk een woordenspel wat hier gepresenteerd wordt. Vervang de ’Res Cogitans’ van Descartes door een woord uit het begrippenkader van de natuurkunde en je lijkt een verklaring gevonden te hebben.

Zijn dimensies fundamenteel?

Verder wil ik erop wijzen dat tijd geen fundamentele dimensie van de natuur is. Einstein toonde al aan dat ook tijd afhangt van de situatie van de waarnemer.  Ruimte daarmee overigens ook. In de kwantumfysica verschijnen tijd en ruimte in de bewustwording van een observatie van het verschijnen van het materiële object in de zogenaamde kwantumcollaps, de reductie van de kwantumgolf, het verdwijnen van de niet-materiële kwantumgolf en het gelijktijdige verschijnen van het object bij waarneming. Het object verschijnt namelijk inclusief zijn geschiedenis die dus ook op het moment van waarneming met terugwerkende kracht vastgelegd, en daarmee ‘waar’, wordt. Daarvoor bestond het object materieel niet, er was alleen een immateriële golf van potentie. Dat is het zogenaamde waarnemer effect. Een effect dat veel materialistisch denkende fysici hoofdbrekens bezorgde en nog steeds bezorgt, wat zich uit in tamelijk onbevredigende en vage verklaringen van de kwantumcollaps in overigens vaak verder uitstekende boeken.

Een dimensie is geen fysiek iets, het is een begrip, iets dat dus thuishoort in dezelfde categorie als gedachten. Daardoor is een dimensie dus niet iets wat de geest bevat maar is het juist andersom. Het fysieke en elke dimensie daarin is een product van de geest. Laten we het niet moeilijker maken dan het is.

Kwantumcollaps en het kosmisch bewustzijn.

Tijd, ruimte, materie en oude wijsheid

De reductie van de toestandsgolf

De meest gebruikte interpretatie van de kwantumfysica is dat de toestandsgolf die het gedrag van deeltjes beschrijft een niet-materiële golf is, een golf die bij berekening van zijn (complexe) waarde op een bepaalde plaats x,y,z en tijd t de kans oplevert om bij meting het deeltje op die plaats x,y,z en tijd t aan te treffen. Voordat er gemeten wordt kunnen we alleen spreken van een golf van kansen, maar bij de meting verdwijnt de golf abrupt en vinden we het deeltje. Dat is de zogenaamde kwantumcollaps. Sommige fysici, zoals Sabine Hossenfelder, geven de voorkeur aan de term ‘reductie van de toestandsgolf’. Dat vind ik persoonlijk ook een veel betere benaming en ik zal uitleggen waarom.

Om te beginnen teken ik aan dat de constatering dat het deeltje is aangetroffen geen rechtstreekse waarneming is. Het is een statistisch gefundeerde uitspraak: de kans dat het deeltje zich op de gemeten plaats bevond op tijdstip t is op zijn best tegen de 100%, waaruit dan de conclusie getrokken wordt dat het deeltje daar ook concreet was. Maar je kunt dus net zo goed beweren dat de kansgolf op tijdstip t gereduceerd werd tot die zeer bepaalde locatie. In die laatste zienswijze was het dus nog steeds een kans en verscheen er geen concreet materieel object.

Informatie reduceert de toestandsgolf

Wanneer de toestandsgolf door een dubbelspleet gaat, ontstaan er in de spleten twee bronnen van synchrone golven die met elkaar interfereren en plaatsen van maximale en van minimale sterkte vertonen. Maximale sterkte betekent maximale kans om het deeltje daar aan te treffen. Vandaar het patroon van donkere en lichte banden op het scherm.

Die laatste interpretatie past goed bij het effect dat hoe meer informatie het experiment kan opleveren over het gedrag van het deeltje, de kansgolf evenredig wordt gereduceerd. Lees ook mijn bericht over decoherentie en informatie, waar ik onder andere het Koreaans experiment bespreek dat dit effect aantoonde. Reductie door informatie verklaart uitstekend wat er gebeurt bij de dubbele spleet zodra we het experiment zo hebben ingericht dat we informatie kunnen krijgen over de gekozen spleet. De kansgolf wordt dan altijd gereduceerd tot een golf die door slechts één spleet gaat waardoor de interferentie – waarvoor minimaal twee synchrone golven van dezelfde golflengte nodig zijn – niet meer mogelijk is.

Zodra er bij de spleten ‘gekeken’ wordt reduceert de toestandsgolf tot één spleet. De kans om het deeltje aan te treffen is nu in het midden achter de spleet het grootst en neemt geleidelijk af naar links en naar rechts.

De manifestatie van het deeltje op het scherm of in de detector is dan ook beter te begrijpen als een reductie van de kansgolf tot 100% op het scherm of in de detector vanwege onze informatie. Detector en scherm zijn namelijk objecten die het deeltje volgens onze ervaring niet kan passeren zodat het daar ‘eindigt’. Dat verklaart tevens dat transparante objecten zoals lenzen en halfdoorlatende spiegels de kwantumgolf niet reduceren. Onze informatie – uit ervaring weer – is namelijk dat ze transparant zijn. Deze verklaring – reductie door informatie – is aantrekkelijk door zijn logische eenvoud, is experimenteel bevestigd en heeft daarom mijn voorkeur. Wat de kwantumgolf daadwerkelijk reduceert is onbekend maar er is wel duidelijk een oorzaak-gevolg relatie.

Materie en tijd baren ruimte

Zoals ik al in andere berichten – zie Schrödingers stopwatch – aangegeven heb wordt niet alleen materie door waarneming gemanifesteerd maar ook tijd, waaruit automatisch volgt dat dat net zo geldt voor ruimte. Dat laatste volgt uit de speciale relativiteitstheorie die ruimte en tijd tot één geheel heeft gemaakt, ruimtetijd. Wat voor de ene waarnemer in rust ruimte is wordt door een andere bewegende waarnemer als tijd ervaren. Tijd vertraagt en ruimte krimpt, beide volgens dezelfde wetmatigheden. Dat is experimenteel ook aangetoond en wijst er eigenlijk al op dat tijd en ruimte door de waarneming gecreëerd worden.

Bij de zogenaamde uitgestelde keus experimenten wordt de informatie over de gekozen spleet al dan niet – geregeld door een onvoorspelbaar kwantumproces – onherroepelijk vernietigd vlak voor de toestandsgolf de detector of het scherm bereikt. Toch blijkt de toestandsgolf door één of door twee spleten gegaan te zijn afhankelijk van de beschikbaarheid van die informatie. Dit is het best te begrijpen als de manier waarop de toestandsgolf het scherm bereikt pas vastgelegd wordt wanneer de waarnemer de uitslag van het experiment bekijkt. De rol van de waarnemer kan daarom niet meer genegeerd worden. Het universum reageert in zijn manifestaties op de waarnemer.

Dat tijd, ruimte en materie door de waarneming gecreëerd worden is geen recente ontdekking. Het is verrassenderwijs al terug te vinden in geschriften die dateren van voor het begin van de eeuwtelling. Een selectie van oud tot recent – met dank aan Lars Sunnanå (niet die journalist) die veel stof aan dit overzicht bijdroeg – vind je hieronder:

Bagavad Gita (ca 500-200 v.Chr.)

Beeldhouwwerk voorstellende het gesprek tussen Krishna en Arjuna. Het bevindt zich in Tirumala.

Aldus sprak Krishna tot Arjuna:

BG: 02:16 “Dat wat niet is zal nooit zijn, dat wat is zal nooit ophouden te zijn. Voor de wijzen zijn deze waarheden vanzelfsprekend”.
BG: 10:30 “Van de Daitya’s ben ik Prahlâda, van wat heerst ben ik de Tijd, van de dieren de leeuw en van de vogels ben ik Garuda.”
BG: 10:33 “Van de letters ben ik de eerste, van de samengestelde woorden ben ik het tweevoudige woord en voorzeker ben ik het eeuwige van de Tijd en de Schepper [Brahmâ] die in alle richtingen ziet.”
BG: 11:32 “De Tijd ben ik, de grote vernietiger der werelden hier bezig met de vernietiging van alle mensen, behalve jullie alleen, zullen alle soldaten die aan beide zijden staan opgesteld, hun einde vinden.”

Origen van Alexandrië (184-253)

Origen van Alexandrië was een van de belangrijkste leraren in de vroege fase van het christendom. Volgens hem is

De mens is een microkosmos met de Zon, de Maan en alle sterren binnen het bewustzijn. Er is dus een intieme relatie tussen de hele wereld en elke individuele persoon.
"Begrijp dat binnen jou kuddes vee en kuddes schapen en geiten zijn. Begrijp dat zelfs de vogels van de lucht in jou zijn. Wees niet verbaasd als we zeggen dat dit alles in jou is, begrijp dat jijzelf een wereld van jezelf bent, in miniatuur, en dat je zowel de Zon als de Maan en alle sterren in je bevat.”

Plato (427-347 v.Chr.) en Plotinus (204-270)

Plotinus (204-270)
Plato (427-347 v.Chr.)

Plotinus stelt de gedachten van Plato op schrift. Basis is het eeuwige Nu. Wat Nu is, is eeuwig. Eeuwigheid is een eigenschap van het goddelijk zijnde en volledig compleet in zichzelf. Het toekomstige en het verleden zijn geen aspecten van de eeuwigheid. Het eeu- wige Nu is niet hetzelfde als het alledaagse ‘nu’ dat verbonden is met heden en toekomst. Het bevat alle mogelijke werelden als een realiteit in zich. Plato lijkt hier een voorzet te doen voor onze moderne hypothese van multiversa.

Plotinus schreef in de 2e eeuw na Christus dat tijd gelijktijdig werd gecreëerd met de Wereldziel, en er een integraal onderdeel van is. En omdat elke menselijke ziel deel uitmaakt van de Wereldziel, is de tijd in ieder van ons. Tijd is dan niet iets dat objectief en buiten onszelf bestaat, het is subjectief en een kenmerk van het bewustzijn van de mens. Omdat de tijd door het menselijk wezen is bevat, zal ook de ruimte of de fysieke wereld dat zijn, omdat de ruimte het toneel is waar de gebeurtenissen in de tijd zich ontvouwen.

Citaat uit Plotinus, 3e Enneade, 7e verhandeling, 13e hoofdstuk:

"Is de tijd dan ook binnen ons? Ja, de tijd is in elke ziel volgens het patroon van de Wereldziel, het is in ieder van ons op dezelfde manier aanwezig. Want alle zielen maken deel uit van de Wereldziel."

Hindoeïsme en Boeddhisme

We vinden ongeveer hetzelfde inzicht in Oosterse tradities als het Hindoeïsme en het Boeddhisme. In de Indiase Samkhya filosofie zeggen ze dat de wereld bestaat uit twee basiselementen, Purusha en Prakriti. Purusha staat voor bewustzijn, en Prakriti is fysieke natuur. Volgens de Samkhya-filosofie ontstaat de wereld uit de ontmoeting van Purusha en Prakriti. In deze tradities is het gebruikelijk om zes zintuigen te tellen: Ogen, oren, neus, tong, lichaam(sensatie), en het objectieve (of externe, gewone) bewustzijn. Het objectieve bewustzijn van de mens is dus een instrument dat we gebruiken om zintuigelijke indrukken van de fysieke wereld te ontvangen. Dit lijkt nog wel erg op dualiteit, materie en bewustzijn als twee fundamentele fenomenen. Echter:

Om de schepping te laten ontvouwen moet er (een schijnbare) dualiteit zijn – zoals Tao in yin en yang splitst. Zo ook in de Indiase filosofie: Alles is eenheid, maar de ervaring van de wereld komt voort uit (de schijnbare) dualiteit van Purusha en Prakriti. De Indiase filosofie zegt dat op een hoger niveau alles één is. Ze beschouwen materie en bewustzijn dus niet als absolute en fundamentele fenomenen. David Buckland (Davidya) geeft hier in een van zijn berichten een interessante kijk op.

Sri Aurobindo (1872-1950)

De goeroe Sri Aurobindo schreef in een brief aan een vriend (uit Sri Aurobindo’s ‘Letters on yoga’):

Op een dag zul je zien dat materie van zichzelf niet materieel is. Het is geen substantie, maar een vorm van bewustzijn, Guna, een kwaliteit van zijn zoals waargenomen door ons zintuiglijk bewustzijn".

De Poimandres van Hermes Trismegistus (2e en 3e eeuw)

Hermes Trismegistus

De Poimandres – traktaat 1 – beschrijft een openbaring van de hoogste God aan een ziener, die over zichzelf in de eerste persoon spreekt, maar nergens zijn naam vermeldt. Waarschijnlijk is de Poimandres al in de eerste eeuw na Christus geschreven.

In de tekst vinden we:

Dat in jullie dat ziet en hoort is de Logos van de Heer. Maar Nous in je innerlijk, je hoogste zintuig, is God de Vader. Ze zijn niet van elkaar gescheiden, en de vereniging van beide is het leven.”

Met andere woorden: Nous is God de Vader, wat een symbolische uitdrukking is van de bron van alle schepping. Er is een vonk van de oorspronkelijke Nous ook in de mens, en dat wordt de “monade”, de “vonk van de goddelijkheid” of “het oog van de geest” genoemd. Logos is op zijn beurt de hele fysieke wereld, inclusief het menselijk lichaam met zintuiglijke organen en het bijbehorende, objectieve bewustzijn dat zintuiglijke indrukken ontvangt en interpreteert. Nous en Logos komen samen in de mens, en op die manier wordt de ervaring van de mens van de wereld gecreëerd. Het is het bewustzijn van de mens dat de wereld die we ervaren voortbrengt.

Aurelius Augustinus (354-430)

Oudste afbeelding van Augustinus
(6e eeuw), fresco in Sint-Jan van Lateranen, Rome

De kerkvader en filosoof Augustinus nam de reflecties van Plotinus rond de tijd als uitgangspunt en kwam tot dezelfde conclusie. In Augustinus’ ‘Bekentenissen, Boek 11, hoofdstuk 20, schrijft hij:

"Het is dus niet juist om te zeggen dat er drie tijden zijn: Verleden, heden en toekomst. Maar misschien is het juist om te zeggen dat het drie keer de huidige tijd is, een huidige tijd van dingen die zijn gebeurd, een huidige tijd van dingen die nu gebeuren, en een huidige tijd van dingen die in de toekomst zullen gebeuren. Want deze drie worden in de ziel gevonden, en ik vind ze nergens anders: Het huidige van dingen die zijn gebeurd zijn herinneringen, het huidige van dingen die nu gebeuren zijn directe ervaringen, en het huidige van toekomstige dingen zijn verwachtingen.”

Meister Eckhart (circa 1260 – 1328)

De christelijke mysticus, theoloog en filosoof Meister Eckhart schrijft in ‘Preken’:

"Het oog waarmee ik God zie is hetzelfde waarmee God mij ziet. Mijn oog en Gods oog zijn één oog, één gezicht, één kennis en één liefde.
Keulse stadhuistoren – Meister Eckhart – Johann I (Brabant)

Alle geschapen wezens ontvouwen hun versie van de werkelijkheid, gebaseerd op de eigenschappen die behoren tot hun bewustzijnsniveau én hun zintuigen. Of je nu een anemoon, mier, vogel, hond, mens bent, levend of overleden, engel of aartsengel, je hebt een ervaring van de wereld die past bij je eigen zintuiglijke apparaat.

Nicolaas van Cusa (Nicolaus Cusanus) (1401-1464)

Nicolaas van Cusa (Nikolaus Krebs von Kues) was een Duits theoloog, filosoof, wiskundige, astronoom, humanist en jurist.

Nicolaas van Cusa of Cusanus

Cusanus schrijft in “de Coniecturis II”, hoofdstuk 14:

"De mens is een microkosmos, of een menselijke wereld. Daarom omvat de mens in het menselijke gebied, door zijn menselijke macht, zowel God als de hele wereld.”

Hij schrijft ook:

Het kenmerk van de mens is dat hij alle dingen van zichzelf ontvouwt, binnen de omtrek van zijn eigen gebied. Zo produceert de mens alles, door de kracht van zijn eigen centrum.

Met andere woorden, ieder mens is een microkosmos die de macroscopische wereld tot bestaan denkt.

Elke menselijke geest of monade is een geïndividualiseerd fragment van Gods alomvattend bewustzijn. God (of Alles, Tao, Brahman) ervaart door ons bewustzijn hoe het is om ons te zijn, als we ervoor kiezen te zijn wie we zijn. Door onze ogen ziet het Universum zichzelf. Door onze oren kan het Universum zijn lied horen. Onze taak is het Universum bewust te maken van zichzelf.

Hieronder staat een lijst van een aantal andere uitspraken van Cusanus. Merk op dat hij dat honderd jaar voordat Copernicus het heliocentrische model van het zonnestelsel lanceerde uitsprak:

  • De aarde is rond en draait rond zijn eigen as.
  • De Aarde en de andere planeten draaien rond de Zon.
  • De planeten bewegen niet in perfecte cirkels, zoals in zijn tijd werd gedacht. (Kepler las Cusanus en kreeg hier het idee van elliptische banen).
  • De ruimte is oneindig, en de Zon is één ster onder talloze anderen.
  • Waarschijnlijk komt het leven ook elders in de ruimte voor.

In 2001 schreef paus Johannes Paulus II een tekst getiteld ‘Brief ter gelegenheid van de 600e verjaardag van de geboorte van Nicolaas van Cusa.’ De paus laat hier zien dat hij de geschriften van Cusanus diepgaand had bestudeerd. Johannes Paulus II schrijft:

"De briljante ideeën van de kardinaal hebben nieuwe richtingen in denken en studeren geopend. Hij biedt inzichten die, hoewel lang vergeten, vandaag de dag nog steeds geldig zijn en verdienen om opnieuw opgepakt te worden: Zowel in de astronomie als in de wiskunde, in de wetenschap en de geneeskunde, in de geografie en de jurisprudentie, maar vooral in de filosofie en de theologie."

Gottfried Wilhelm Leibniz (1646-1716)

Gottfried Wilhelm Leibniz was een tijdgenoot van Newton en tegelijk met hem, maar niet samen, de bedenker van differentiaalrekening. Hij had een totaal andere opvatting dan Newton betreffende tijd en ruimte. Volgens Leibniz zijn ruimte en tijd abstracties van de relaties die fysieke lichamen met elkaar onderhouden. De meest fundamentele substantie van het universum is volgens hem de monade (zie Hermes Trismegistus). Monaden zijn eenheden die in zichzelf de uiterlijke wereld verbeelden. De bewuste inhouden van levende wezens dus. Fysieke objecten, ook hun lichamen dus, zijn fenomenen die verschijnen in de verbeelding van de monade.

Gottfried Wilhelm Leibniz

Volgens Leibniz liggen aan alle uitspraken over ruimte en tijd dingen en gebeurtenissen en hun onderlinge verhoudingen ten grondslag. De plaats van een ding is niet verbonden aan een uniek en eeuwig punt in de absolute ruimte, maar wordt gedefinieerd als de relaties of situaties met andere dingen. Beweging is niet het doorlopen van mathematische punten in een absolute ruimte, maar is het veranderen van de situatie, van de verhoudingen tot andere dingen: ze komen dichterbij of verder af te staan of in een andere richting. Plaats is een bepaalde verhouding tot co-existerende dingen. Ruimte is de verzameling van alle mogelijke plaatsen.

Met andere woorden, Leibniz wijst de absolute tijd en ruimte van Newton af. De dingen spelen zich niet af in Gods sensorium zoals Newton denkt maar in de verbeelding van de monade.

"De werkelijkheid kan alleen worden gevonden in één enkele bron, vanwege de onderlinge verbondenheid van alle dingen met elkaar."

Karl von Eckartshausen (1752 – 1803)

Karl von Eckartshausen

Von Eckartshausen was een invloedrijke Duitse auteur die bekend geworden is door zijn publicaties over natuurfilosofie en christelijke theosofie. Hij beschrijft zijn buitenlichamelijke ervaringen in ‘Aufschlüsse zur Magie‘ alsvolgt:

Massa, ruimte, tijd, afstand, verleden en toekomst zijn attributen van de fysieke wereld. .. voor de geest is er geen ruimte, geen tijd, geen tijd conditie. Het kent geen belemmeringen. Zijn macht is de wil - de geest kan onbeperkt werken door de wil. De ziel heeft dus het vermogen om naar de meest afgelegen plaatsen te reizen. Het lichaam kan niet reizen, omdat het beperkt is door tijd en ruimte.”

Immanuel Kant (1724-1804)

Immanuel kant was een Duitse filosoof van de 18e eeuw, en hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste denkers in de moderne filosofie. Kant ging vooral dieper in op cognitieve-theoretische vragen. Hij bouwt voort op Plato’s Allegorie van de Grot en legt uit dat onze indruk van de wereld wordt gecreëerd door ons eigen bewustzijn. We kunnen nooit weten waar de wereld ‘daarbuiten’ werkelijk uit bestaat, alles wat we kunnen weten is wat onze fysieke zintuigen en ons eigen bewustzijn ons vertellen.

Portret van Kant op middelbare leeftijd (ca. 1790).

Kant maakt onderscheid tussen ‘Das Ding an sich’, ‘het ding op zichzelf’, en ‘Das ding für mich’, ‘het ding zoals het aan mij verschijnt’. Volgens kant bestaat Das Ding an sich in de zogenaamde ‘noumenale wereld’, waarvan we geen directe ervaring kunnen hebben. De fysieke zintuigen en het bewustzijn van de mens structureren en geven vorm aan de impressies uit de noumenale wereld.

Op deze manier creëren wij als mensen een “bewustzijnsbeeld”, en dit is de wereld die we waarnemen. De ‘noumenale wereld’ van Kant komt overeen met het landschap buiten de grot van Plato, en Kant nam deze term uit de gelijkenis van de grot: In het Grieks noemt Plato het landschap buiten de grot ‘noettopon’, in Nederlandse vertaling is dat ‘het noumenale gebied’.

Kant zegt dat tijd en ruimte niet als onafhankelijk en objectief buiten het menselijke bewustzijn bestaan. Over ruimte ( Uit Kants ‘Inaugurele Dissertatie van 1770’ met de originele titel ‘De Mundi Sensibilis Atque Intelligenbilis Forma et Principiis’. Sectie 2, paragraaf 15 D):

"Ruimte is niet iets objectief en echt, het is noch een substantie, een gebeurtenis, noch een relatie. De ruimte is daarentegen subjectief en ideaal, en heeft zijn oorsprong in de vaste wetten in de aard van het bewustzijn. De functie van ruimte is het creëren van een uniforme coördinatie van alle externe zintuiglijke indrukken.”

Uit dezelfde dissertatie, Paragraaf 14.5, over tijd:

Tijd is niet iets objectief en echt, het is noch een substantie, een gebeurtenis, noch een relatie. Tijd is de subjectieve voorwaarde die de natuur van het menselijk bewustzijn nodig heeft om alle fysieke gebeurtenissen onderling volgens bepaalde wetmatigheden te coördineren.”

Alfred North Whitehead (1861-1947)

Alfred North Whitehead, OM FRS FBA, Engels wiskundige en filosoof.

Waarschijnlijk was Alfred North Whitehead de eerste filosoof die het belang en de implicaties van de kwantumfysica, die begin 20e eeuw opkwam, zag en erkende. Hij zag in dat de objecten in de kwantumwereld weer de tijd bevatten in tegenstelling tot de inerte dode objecten van de Newton-fysica. Elk kwantumobject kan worden voorgesteld als een georganiseerde vibratie. Een vibratie bestaat niet als een enkel singulier punt in tijd en ruimte maar heeft noodzakelijk een afmeting in tijd en ruimte. Whitehead stelde zich de wereld voor als samengesteld uit gebeurtenissen, niet uit objecten dus. Er bestaat niet zoiets als tijdloze materie. Geest en lichaam hebben niet een ruimtelijke relatie maar ze hebben een relatie in tijd. Het zijn fasen in een proces, het ene moment informeert het volgende. Subject van ervaring in het nu wordt historisch object in dat proces. Materie is altijd ‘toen’.

“The misconception which has haunted philosophic literature throughout the centuries is the notion of 'independent existence.' There is no such mode of existence; every entity is to be understood in terms of the way it is interwoven with the rest of the universe.”

Wolfgang Pauli (1900-1958)

Wolfgang Pauli schrijft in een brief aan Carl Jung dat hij dezelfde ervaringen heeft:

Wolfgang Pauli (1945)
Carl Gustav Jung circa 1935
"Na lang kritisch veel argumenten en mijn eigen persoonlijke ervaringen te hebben beoordeeld heb ik nu geaccepteerd dat er diepere, psychologische niveaus zijn, die niet kunnen worden beschreven vanuit onze gebruikelijke perceptie van tijd.

Uit de Pauli/Jung Brieven, 1932-1958.

Erwin Schrödinger (1887-1961) en het Corpus Hermeticum

Erwin Schrödinger (1933)
"Ik ben in het oosten en in het westen, ik ben boven en beneden, ik ben de hele wereld." 

Dit komt uit Erwin Schrödingers autobiografie en filosofisch testament ‘Mein Leben, Meine Weltansicht’. Schrödinger legt ook uit dat het citaat de leringen van de brahmanen herhaalt, en dat deze samenvallen met zijn eigen kijk op het leven.

Vergelijk Schrödingers tekst eens met deze tekst uit het 13e traktaat van het Corpus Hermeticum, geschreven in de eerste eeuw na Christus. :

"Ik ben in de lucht boven, in de aarde, in het water, in de lucht beneden! Ik ben in dieren en in planten! Ik ben in de baarmoeder, ik ben voor de geboorte en na de geboorte; ik ben overal!

Het doet ook nog sterk denken aan de uitspraak van Jesus uit het evangelie van Thomas, vers 77:

Ik ben het licht dat boven alles is. Ik ben alles. Van mij gaan alle dingen uit, en naar mij keren alle dingen terug. Splijt een stuk hout, ik ben er. Til een rots op en je zult me daar vinden.

David Bohm (1917-1992) en het holografisch universum

David Bohm (rechts) in gesprek met Krishnamurti

De fysicus David Bohm ontwikkelde, nadenkend over de non-lokale effecten in de kwantumfysica zoals verstrengeling, het idee van een holografische impliciete orde – de innerlijke dimensies van de schepping – waaruit materie, tijd en plaats in de beleefde wereld – de expliciete orde – zich ontvouwt. Bohm ontleende de termen ‘impliciet’ en ‘expliciet’ uit de teksten van de theoloog, kardinaal, filosoof en mysticus Nicolaus Cusanus. Bohm noemt de inspiratie door Cusanus in een interview met Maurice Wilkins op 6 maart 1987. Dit interview is te vinden op de website van het American Institute of Physics, www.aip.org, onder “Portrait of Bohm – David Bohm Session X“.). Lees ook voor meer begrip ‘The Cosmic Hologram’ van Jude Currivan.

“Het idee van een afzonderlijk organisme is duidelijk een abstractie, net als de grens ervan. Aan dit alles ligt een ongebroken heelheid ten grondslag, al heeft onze beschaving zich ontwikkeld op een manier die de scheiding in delen sterk benadrukt.”

Tot slot: De hele olifant in beeld

De hele Olifant

Tenslotte een uiterst hedendaags werk waarbij diepgaand en uiterst volledig in al deze en nog veel meer historische bronnen is gedoken en van al deze gefragmenteerde oude inzichten samen met de recente wetenschappelijke ontdekkingen een overkoepelend beeld schept. Zoals ze zelf zegt in de inleiding:

Veel lezers zullen tijdens het lezen van dit boek zich realiseren dat deze inzichten helemaal niet nieuw zijn, maar dat ze deze wetmatigheden eigenlijk al diep vanbinnen kenden, maar mogelijk niet goed onder woorden konden brengen.

Als al het bovenstaande u aansprak, lezen dus. ’De Hele Olifant in Beeld’ van Marja de Vries.

Wat als ..?

Een goede manier om wetenschap te bedrijven is de vraag ‘Wat als .. ?’ stellen. Doorgaans is dat de eerste stap in een hypothese. De volgende stap in zo’n exercitie is dan onderzoeken op hoeveel onbeantwoorde vragen je daarmee een bevredigend antwoord vindt. Ook de verschijnselen en experimenten die niet kloppen met de hypothese dienen aan bod te komen. Als die niet kloppen kan de ‘Wat als ..?’ aanname verworpen te worden als onmogelijk of onwaarschijnlijk. Vooroordelen dienen daarbij vermeden te worden. Bij elkaar is dat wat ik noem: ‘Onderzoek met een open geest’. Zet de bullshit detector daarom even uit. Die is wel snel maar niet echt betrouwbaar. Denk aan ‘Thinking Fast and Slow’ door Daniël Kahnemann.

Isaac Newton moet op die manier ook een wat-als gedachte gevolgd hebben: ‘Wat als de hemellichamen elkaar aantrekken met een kracht die afhangt van hun onderlinge afstand?’. Een in zijn tijd behoorlijk absurde veronderstelling gezien de vraag hoe een dergelijke kracht door de lege ruimte uitgeoefend kon worden, al hadden we al wel ervaring met krachten op afstand zoals magnetisme. Die kracht-op-afstand kwestie is in feite vandaag nog steeds niet echt beantwoord maar zijn wat-als vraag leverde wel de klassieke zwaartekracht mechanica op die prachtig bevestigd werd door Edmund Halley’s komeet.

The Case against Reality

Een meer recent voorbeeld van wat-als denken en dan kijken of er naast verklaringen aperte conflicten met de harde feiten ontstaan is wat mij betreft ‘The Case against Reality’ van Donald Hoffman. Wat als de werkelijkheid die onze zintuigen ons voorschotelt slechts een constructie is die onze zintuigen er samen met onze hersenen ervan fabriceren? Hoffman is cognitief psycholoog en beargumenteert op overtuigende manier dat onze zintuigen ontwikkeld zijn in een darwinistische evolutie waarin het verschijnen van het meest geschikte organisme – lees hier ook zintuig voor – steeds de beste kansen voor het voortbestaan bood.

Daarvan uitgaande kunnen we het volgende zeggen:

  • Het is niet nodig dat het beeld dat onze zintuigen ons voorschotelen overeenkomt met de werkelijkheid, wat die ook moge zijn. Wat wij zien als gunstig voor ons overleven – een appel aan een boom, een boterham, een glas water – is slechts een vertaling die maakt dat wij zodanig handelen dat wij voortbestaan en kunnen voortplanten, in dit geval het voedsel pakken en consumeren. Vergelijkbaar met een VR programma waar de werkelijke acties in de computer ook verborgen zijn en voor ons vertaald worden in een voor ons begrijpelijk beeld. Het is volstrekt niet nodig dat die vertaling ook de werkelijkheid is, als onze reactie maar adequaat is. Dus hier zien we geen apert conflict met onze ervaringen.
  • Hoffmans idee sluit in grote trekken aan bij het idealisme van Bernardo Kastrup. Onze zintuigen en hersenen, zeg maar ons hele lichaam, zijn volgens Kastrup niet materieel en bestaan niet in een van ons gescheiden toestand.  Het zijn complexe ervaringen die ons bewustzijn binnenkomen via een soort vertaalslag (Kastrup spreekt over een dashboard) en slechts binnen dat bewustzijn ervaren worden. De materiële werkelijkheid als iets dat buiten ons bestaat is een illusie. Ook hier geen aperte conflicten met onze ervaringen, al is daar wel voor nodig dat we onze bullshit detector uitzetten.
  • De vraag wat bewustzijn ­– datgene wat ervaart – is, is niet beantwoord, noch door Hoffman, noch door Kastrup. Het is echter wel de grond waar beider filosofie op rust. Op zich is dat geen argument ertegen aangezien er geen enkele filosofie is waar bewustzijn fundamenteel verklaard wordt. Neurologen komen ook niet verder dan speculeren over een wazige onbegrepen emergentie uit een complex brein zoals mist uit water oprijst, maar dat is beslist geen fundamentele verklaring.

Al met al arriveren we daarmee bij het wat-als idee van het primaire bewustzijn. Materie, en de ervaring ervan, zijn producten van het bewustzijn. Met primair bewustzijn bedoel ik veel meer dan ons dagelijkse waakbewustzijn dat daar waarschijnlijk maar een klein deel van uit maakt. De volgende stap is nu of we met de hypothese van het primaire bewustzijn verschijnselen kunnen verklaren die we tot nog toe niet konden verklaren met het materialistische paradigma – het zogenaamde fysicalisme. Vervolgens moeten we dan natuurlijk ook kijken of er verschijnselen zijn die ermee in tegenspraak zijn. Dat is de wetenschappelijke manier.

Stap 1 – Verklaringen van waargenomen verschijnselen

Welke verschijnselen kan de hypothese van het primaire bewustzijn verklaren waar het fysicalisme het volledig laat afweten, ik noem er hier negen:

  • Kwantumfysica: De kwantumfysica lijkt ons te zeggen dat de informatie die de waarnemer tot zijn beschikking heeft de geobserveerde werkelijkheid in tijd en ruimte creëert. Daar zijn uitstekende argumenten voor. Ik heb daar een heel boek over gepubliceerd. Als de werkelijkheid een constructie is van ons bewustzijn – inclusief onze zintuigen – dan biedt dat een verklaring voor de anders onbegrijpelijke resultaten van de kwantumfysica zoals objecten die op meerdere plaatsen tegelijk kunnen zijn en met elkaar verstrengeld zijn over astronomische afstanden.
  • Relativiteitsdilatatie: De speciale relativiteit zegt dat wanneer wij een bewegend object zoals een raket, een kogel of een elementair deeltje, waarnemen, de meetlatten, of wat daarvoor door kan gaan, in dat object korter worden en de tijd langzamer verloopt naarmate de relatieve snelheid ten opzichte van ons groter is. Dit is door vele experimenten bevestigd. Dit relativiteitseffect is niet te begrijpen vanuit de ideeën van solide permanente materie, vaste ruimte en tijd. Maar als het bewustzijn van de waarnemer de wereld creëert is dat ineens beter te begrijpen. Materie, ruimte en tijd krijgen dan dezelfde eigenschappen als gedachten (James Jeans: ‘The stream of knowledge is heading towards a non-mechanical reality; the Universe begins to look more like a great thought than like a great machine. Mind no longer appears to be an accidental intruder into the realm of matter… we ought rather hail it as the creator and governor of the realm of matter.’.
  • Veldkrachten: Zwaartekracht, elektromagnetische kracht, de sterke en de zwakke kernkracht zijn allemaal veldkrachten. Ze werken op afstand zonder dat er via direct contact kracht overbrengende materie aan te pas komt, zoals bij biljartballen. Als de wereld alleen uit materie bestaat dan zijn veldkrachten eigenlijk niet goed te begrijpen, ook niet via de gekromde ruimtetijd dimensies van de algemene relativiteit van Einstein. Maar als het bewustzijn de werkelijkheid creëert dan worden veldkrachten ook weer niet fundamenteel verschillend van gedachten.
  • Dromen: Al dromend creëren we fantastische virtuele werkelijkheden soms compleet met alle mogelijke zintuigelijke indrukken, zien, horen, voelen, proeven, ruiken. Je ziet kleuren, hoort geluiden, betast voorwerpen. Maar probeer eens zo’n realistische ervaring op te roepen in de waaktoestand (zonder hallucinogene middelen). Probeer de ervaring van het zien van de kleur rood of het oppakken en voelen van de afmetingen en de zwaarte van een voorwerp maar eens op te roepen als een echte beleving. Desnoods met de ogen dicht. Het resultaat is nooit meer dan een flauwe afschaduwing van een echte ervaring. Het verbaast mij altijd hoe weinig verbazingwekkend het wordt gevonden dat we überhaupt kunnen dromen. Als het bewustzijn inderdaad in staat is om de realiteit te creëren dan is dromen niet meer zo verschillend van wat we in onze dagelijkse wereld doen.
  • Blindzien: Nicola Farmer heeft een school opgericht – de ICU-academie – waar kinderen kunnen leren om geblinddoekt te lezen, te tekenen en met ballen te spelen. Nicola leidt ook leraren op die dit aan kinderen kunnen leren. Dit blindzien is door onafhankelijke waarnemers bevestigd en vastgelegd in een reportage. Blijkbaar hebben we onze ogen niet per se nodig om te kunnen waarnemen. Vanuit het idee van het primaire bewustzijn is dit te begrijpen aangezien dat wat de kinderen ‘zien’ de creatie is van het bewustzijn zelf. Blindzien is ook een door neurologen erkend fenomeen, maar die wijten het aan een anders dan normale visuele verwerking die uiteindelijk toch gebaseerd is op de signalen die onze ogen aan de hersenen doorgeven. Dat kan bij deze kinderen niet het geval zijn.
  • Psychokinese (Pk): Pk is in laboratoriumexperimenten bevestigd, al gaat het dan doorgaans om micro-Pk.  Dit is niets anders dan het primaire bewustzijn in directe actie.
  • De NDE (Nabij-de-dood-ervaring): Sinds het boek ‘Life After Life’ van Raymond Moody – uitgekomen in 1975 – is de wereldwijde belangstelling voor de NDE geëxplodeerd en zijn grote aantallen mensen met hun ervaring naar voren gekomen. De Near-Death Experience Research Foundation (NDERF) heeft op haar website sinds 2000 meer dan 5000 ervaringen verzameld. De schatting is dat tussen 3 en 5% van de wereldbevolking een NDE heeft gehad. Het primaire bewustzijn geeft een uitstekende verklaring voor een dergelijk breed gerapporteerd verschijnsel aangezien het primair zijn van het bewustzijn betekent dat het niet afhankelijk kan zijn van een materieel brein en dus – na het overlijden van het lichaam – zelfstandig kan blijven bestaan en waarnemen. De bewering van skeptici dat de NDE neurologisch verklaard is, is – sorry – bullshit.
  • De ADC (After-death-communication): De After Death Communication Research Foundation (ADCERF) heeft sinds het begin van deze eeuw ruim 2000 gerapporteerde ervaringen van contact met kortgeleden overleden geliefde personen en dieren verzameld. Peilingen leveren op dat meer dan 50% van de mensen kort na het overlijden van een partner, kind of geliefd huisdier een ADC-ervaring heeft. Lees ‘The Departed among the Living‘ van Erlendur Haraldsson. Ook dit verschijnsel is prima verklaarbaar vanuit het niet-materieel voortlevend primair bewustzijn.
  • Evolutie: De overheersende neodarwinistische visie op het ontstaan van het leven en de evolutie – alles berust op toeval en het overleven van het geschiktste organisme plus een paar miljard jaar van enkelvoudige lokale mutaties in het DNA – staat op het punt van omvallen. Lees ‘Evolution 2.0’ van Perry Marshall, ‘Evolution: A view from the 21th Century, Fortified’ van James Shapiro of ‘Active Biological Evolution’ van Frank Laukien. Alle leven, van virussen en eencellige organismen tot ‘moderne’ dieren en planten, reageert op uitdagingen van zijn omgeving door actief zijn hele genetische machinerie (niet slechts het DNA) aan te passen. Verbazingwekkend vaak met succes en ook nog eens overerfbaar naar de volgende generaties. Het niet meer de kop in te drukken vermoeden dat hier een intelligente reactie op de ervaringen van het organisme plaatsvindt begint steeds meer aandacht te krijgen. Het primair bewustzijn, aangenomen dat het ook intelligent is (een tamelijk voor de hand liggende veronderstelling), biedt een goede verklaring.

Stap 2 – Conflicten met ervaringen

Zijn er verschijnselen die in conflict zijn met de hypothese van het primaire bewustzijn? Het lijkt op het eerste gezicht (onze bullshit detector) wel zo:

  • De ervaring van soliditeit: De werkelijkheid zoals wij die ervaren is solide. We kunnen niet door een muur wandelen. Als we ons stoten doet dat zeer. Als we vallen raken we gewond. Voorwerpen die ergens zijn achtergelaten blijven daar totdat wij – of anderen – ze weer verplaatsen. Materie verschijnt niet uit het niets en verdwijnt ook niet zomaar in het niets. Dat zou tegen de bekende en bevestigde behoudswetten ingaan.
  • Meerdere waarnemers: Als mijn bewustzijn de wereld en alles daarin creëert dan ontstaat er een probleem met meerdere waarnemers (lees ‘Tom Poes en de Kwanten’ van Marten Toonder, een aanrader).
  • De vrije wil: Waarom – aangenomen dat ik een vrije wil heb – kan ik niet de wereld creëren die ik mij wens. Ik kan geen materie naar wens creëren of laten verdwijnen. Dat laatste kan overigens betwijfeld worden als je het boek – JOTT – van Mary Rose Barrington serieus neemt.
  • Het ‘Kwaad’: Waarom bestaat het kwaad? Op zich is dat niet een fysisch te omschrijven conflict maar desalniettemin een terechte vraag. Als het bewustzijn de wereld creëert waarom dan ook het Kwaad? Die vraag is voer voor filosofen.

Ik hoop dat u inziet dat in alle bovenstaande punten de aanname verborgen zit dat het primaire bewustzijn identiek is aan het individuele dagbewustzijn van de mens. Dat is niet noodzakelijk het geval. Wanneer we die aanname kunnen laten vervallen, verdwijnen alle bovenstaande punten als geldige conflicten waarmee de hypothese van het primaire bewustzijn verworpen zou kunnen worden.

Verder is het bovenstaand niet bedoeld als een pleidooi voor idealistisch monisme, zoals bijvoorbeeld Kastrup voorstaat, en dat het bestaan van materie volledig ontkent. De meeste punten in stap 1 kunnen ook verklaard worden vanuit de dualistische visie dat materie en bewustzijn naast elkaar bestaan en elkaar kunnen beïnvloeden. Iets dat René Descartes in zijn Discours de la Méthode veronderstelde. De vraag die in dat dualisme echter niet beantwoord wordt is hoe die twee intrinsiek verschillende zaken, materie en bewustzijn, elkaar kunnen beïnvloeden.

Conclusie

Deze wat-als exercitie levert wat mij betreft in ruime mate bevestiging op dat de hypothese van het primaire bewustzijn op zijn minst de moeite waard is om serieus te nemen. Al is het vast niet de ultieme wetenschappelijke verklaring van alles, het kan veel verklaren wat vanuit het fysicalistische perspectief gezien domweg onverklaarbaar is en vanwege de algemene voorkeur voor dat perspectief het liefst wordt genegeerd of ontkend.

Nog een boekentip

Through Two Doors at Once van Anil Ananthaswamy. Het twee-spleten experiment, dat door Richard Feynman als de deur naar het begrijpen van de onbegrijpelijkheid van de kwantumfysica wordt genoemd, wordt door Anasthaswamy boeiend en over het algemeen helder behandeld. Van het eerste experiment door Young tot de uitgestelde keus kwantumwisser experimenten. Engels. In de boekhandel € 17,95, bij Parimar Den Haag slechts €7,90.

Materialisme en zijn desastreuze gevolgen.

Waarom het materialisme de oorzaak is van de rampzalige toestand van de wereld en de mensheid, en wat eraan te doen

Aan het begin van een cursus Kwantumfysica en Bewustzijn voor leerlingen van de Academie voor Geesteswetenschappen in Utrecht poneerde ik bovenstaande uitspraak. Aan het eind van de cursus, de laatste les, werd – terecht – om een toelichting op die uitspraak gevraagd. Dat leidde tot een stevige discussie die niet helemaal bevredigend verliep, waarop ik besloot om mijn standpunt maar eens uitgebreid toe te lichten. Bij deze dus.

Dat materialisme ons naar de afgrond leidt is mijn persoonlijke overtuiging. Onder hard materialisme, ook wel fysicalisme genoemd, versta ik het diepe overtuiging dat de wereld volledig verklaard kan worden met materie en alle interactie tussen materie. Om misverstanden hierover te voorkomen, dit betekent niet dat ik vind dat mensen met zo’n er-is-alleen-materie visie slechte mensen zijn. Materialisten zijn beslist geen slechte mensen met kwaadaardige bedoelingen, maar meestal – in mijn opinie – verkeerd geïnformeerd. Het kunnen heel goed bijzonder aardige, empathische, verantwoordelijke en eerlijke mensen zijn.

Ik zal hieronder in een aantal logische stappen uiteenzetten waartoe materialisme ons leidt en waarom ik dat desastreus acht.

Het materialistisch postulaat en zijn conclusies over de wereld

Zuiver materialisme, gaat uit van het postulaat dat de wereld volledig verklaard kan worden met materie en alle interactie tussen materie. Dat postulaat leidt stapsgewijs tot de volgende logische conclusies:

  1. Bewustzijn kan alleen een product zijn van materie want er is alleen materie. Bewustzijn is daarom een emergente eigenschap van een complex brein.
  2. Dat betekent dat er een complex brein nodig is voor bewustzijn. Alles wat geen complex brein heeft, bezit dus geen of weinig bewustzijn. Hoe minder complex het brein, hoe minder het bewustzijn. De mens heeft het meest complexe brein en daarom ook het meest complexe bewustzijn (op aarde) en is dus superieur aan alle andere vorm van leven.
  3. Bewustzijn, als product van een complex brein, sterft met de dood van het fysieke lichaam en het brein.
  4. Het leven, dus ook bewustzijn, kan alleen ontstaan zijn door louter toevallige combinaties van materie. Leven en bewustzijn zijn daarom een toevallig verschijnsel in een onverschillig universum.
  5. Leven is daarom een in principe louter mechanisch verklaarbaar verschijnsel.
  6. Erfelijkheid, een kenmerk van leven, is een mechanisch verklaarbaar verschijnsel. Wijzigingen in de erfelijke eigenschappen zijn een gevolg van toevallige mutaties.
  7. Evolutie, het geleidelijk ontstaan van steeds complexere organismen, geschiedt door mechanische toevallige effecten. Het meest geschikte organisme heeft de grootste kansen om zijn door mutatie veranderde erfelijke eigenschappen door te geven aan de volgende generatie. De minder voor overleven geschikte erfelijke mutaties sterven automatisch uit.
  8. Hoewel er op die manier zeer complexe organismen kunnen ontstaan, eventueel met bewustzijn, moet dit uiteindelijk op blind toeval berusten. Een andere verklaring is er niet en is ook niet nodig.
  9. Blind toeval, samen met de basis eigenschappen van materie zijn daarom de enige werkelijke factoren in het universum.
  10. Vrije wil is een illusie.
  11. Er is daarom geen doel te bekennen in het universum. Het is zinloos.
  12. Er is ook geen goed en kwaad te bekennen in het universum aangezien goed en kwaad geen eigenschappen van de materie zijn en daar ook niet van afgeleid kunnen worden. Ethiek, ideeën van goed en kwaad, hebben geen materiële basis.

Bovenstaande uitspraken zijn geen overtuigingen van mij maar logische afleidingen van het materialistische postulaat. Dezelfde stellingen kun je terugvinden in de publicaties van Richard Dawkins (The Selfish Gene) en Daniël Dennet (Darwin’s Dangerous Idea). Verder vind je ze terug bij Nederlandse neurologen als Dick Schwaab (Wij zijn ons brein), Ciriel Pennartz (De code van het bewustzijn) en Victor Lamme (De vrije wil bestaat niet).

Alles is geoorloofd in het materialistisch perspectief

Uit de laatste drie conclusies – 10,11 en 12 – die door genoemde aanhangers van de materialistische visie op de wereld volledig onderschreven worden – leid ik dan het volgende af:

  • Elk individueel organisme is daarom volledig vrij om zijn eigen doel te bepalen en te bereiken. Als andere organismen daarbij in de weg staan hebben ze pech gehad.
  • Met andere woorden: alles is geoorloofd. Als andere organismen daaronder lijden is voor het organisme dat dat lijden veroorzaakt alleen van belang als het daar zelf weer nadeel van ondervindt.
  • Liefde, empathie zijn prettige gevoelens maar niet nodig, een luxe.
  • Ongebreidelde sociopathie, machtswellust, hebzucht, uitputting van natuurlijke bronnen, oorlogen, onderdrukking, uitbuiting, uitsluiting van de ander en zelfs het martelen of doden van de ander zijn verdedigbaar in het puur materialistische perspectief. De natuur is niet anders.
Ongelijkheid inkomen in Nederland. © RaboResearch special.

Het kan best zijn dat deze conclusies u tegenstaan. Gelukkig maar. Maar zijn ze onlogisch? Ze ondersteunen wel de ongebreidelde hebzucht die steeds sterkere vormen aanneemt waardoor de sociale ongelijkheid en de concentratie van kapitaal in de wereld steeds sterker alarmerende vormen begint aan te nemen.

The Matter with Things – materialisme deugt niet

Deze welsprekende, haast poetische quote uit ‘The Matter with Things’ van Iain McGilchrist lijkt me hier daarom uitstekend van toepassing:

The business of life then becomes like a dance watched by a deaf person: puzzling, pointless and somewhat absurd. Death becomes just the meaningless end of a life itself without meaning. Goodness becomes mere utility, and suffering just frustration of utility. Eros becomes just lust; longing just want; sleep and dreams an inefficiency that we should do away with if we could; art a toy; the natural world a heap of resource; and wonder merely a measure of our failure, rather than, as I believe it to be, a measure of our insight.

Daarom: Materialisme deugt niet.

Daarbij: Het is niet experimenteel aangetoond. Het is een dogma. Een onbewezen geloof. Het is niet alleen een geloof, maar ook kortzichtig. Materialisme biedt geen geloofwaardige verklaring voor kwantumverschijnselen zoals bijvoorbeeld het waarnemer effect bij de dubbelspleet, verstrengeling aangetoond bij alle Bell experimenten en de beïnvloeding van kwantum toevalsgeneratoren (QRNG) door de intentie van de waarnemer. Wie even met een open geest, die bereid is om de materialistische kijk op de wereld los te laten, nadenkt over hypotheses als decoherentie, multiversa, superselectie en spontane ineenstorting zal kunnen inzien dat dat allemaal niet bijster geslaagde pogingen zijn om de materialistische visie te redden. Overigens heeft de materialistische visie ook geen echte verklaring voor de evolutie van het leven, hetgeen steeds pijnlijker begint te worden gezien de recente ontdekkingen in erfelijkheidsonderzoek waar organismen, eencelligen maar ook meercelligen, actief en intelligent hun eigen erfelijke eigenschappen blijken aan te passen in antwoord op de uitdagingen van hun omgeving.

Nogmaals, dat wil natuurlijk niet zeggen dat materialisten niet deugen. De meeste mensen deugen, ook als ze materialistische opvattingen hebben. Maar dit zegt wel iets over waartoe dit beeld van de wereld uitnodigt. Is het dan vreemd dat we in deze tijd aan de rand van een catastrofe staan, ondanks alle goede bedoelingen van de meeste mensen?

Maar is het primair bewustzijn ook niet gewoon een hypothese?

Inderdaad. Primair bewustzijn veronderstellen is ook een hypothese en omdat het niet experimenteel bewezen kan worden is het net zo goed een postulaat als het postulaat van het materialisme. Maar het is wel zo dat het postulaat van het primaire bewustzijn uitstekende verklaringen biedt voor in de materialistische visie onbegrijpelijke kwantumfysische effecten. Daarom heeft het mijn voorkeur. Een hypothese die geen verklaringen biedt voor experimenteel waargenomen effecten is wat mij betreft een slechte hypothese.

In de kwantumfysica wordt steeds weer bevestigd dat de informatie die een experiment kan opleveren bepaalt waar het onderzochte object opduikt, hoe het zich gedraagt en hoe het zich gedragen heeft. De werkelijkheid gedraagt zich niet materieel maar veel meer als een dynamisch en interactief veld van potentie. Informatie inclusief haar betekenis is typisch iets dat zich in het bewustzijn ophoudt. Dat effect, de waarnemer manifesteert middels zijn waarneming het waargenomene, is alleen goed verklaarbaar als bewustzijn veel meer is dan een emergent verschijnsel van materie.

Als we ervan uitgaan dat bewustzijn primair is en materie een uiting is van dat bewustzijn ontstaat een heel ander beeld, verliest het materialisme zijn overtuigende kracht en kunnen we hopelijk aan de slag gaan om een wereld te creëren die niet – zoals het er nu uitziet – op de afgrond afstormt.

Paul J. van Leeuwen, Den Haag april 2022

Een ultrakorte introductie in de kwantumfysica

Onlangs deed ik een online presentatie voor een publiek waarvan ik wist dat ik het niet moest gaan hebben over elektronen, fotonen en dubbele spleet experimenten en wat dies meer zij. Toch wilde ik het voor elkaar krijgen dat de deelnemers een voor hen bruikbaar inzicht kregen in wat de kwantumfysica ons te zeggen heeft over de wereld en hoe die het idee van een niet van onze materiële brein afhankelijk bewustzijn ondersteunt. Dat lukte wonderwel, gezien het commentaar en de vragen. Vandaar dat ik deze introductie hier ook plaats als bericht. Ik begin met een paar definities.

Deeltjes

Als we praten over deeltjes, waar praten we dan over?

  • Een deeltje is een concept dat stamt uit de klassieke Newton fysica. Dat wil zeggen dat het een model is en daarom niet per se de exacte werkelijkheid hoeft te zijn. Hetgeen volgt is dus slechts de definitie van dat concept. Maar wel een dat we doorgaans gebruiken als we denken en praten over de werkelijkheid.
  • Een deeltje is een object waar alle materie ervan zich binnen de grenzen ervan bevindt. Het heeft duidelijke grenzen.
  • Een deeltje heeft een exacte locatie en snelheid.
  • Materiële werkelijkheid bestaat uit deeltjes en hun interacties.
  • Deeltjes kunnen niet door elkaar heen gaan, ze botsen en stuiteren meestal terug of blijven aan elkaar vastzitten.
  • Deeltjes bestaan in plaats en tijd maar zijn daar geen deel van.

Golven

Als we praten over golven, waar praten we dan over?

  • Een golf is een bewegende excitatie van een samenhangend medium.
  • Een golf heeft geen grenzen. De grenzen zijn die van het medium. De grenzen van een golf in de oceaan worden gevormd door het omringende vasteland.
  • Een golf heeft snelheid en frequentie, maar geen precieze locatie
  • Dat een golf geen grenzen heeft betekent dat de golf overal in het medium aanwezig is. Elke golf in de oceaan bestaat in de hele oceaan.
  • Een golf is niet iets anders dan het medium. Het is het medium in een toestand van excitatie.
  • Golven botsen niet maar lopen door elkaar heen. Hun uitwijkingen kunnen op elk moment worden opgeteld bij elkaar waardoor meer complexe golven kunnen ontstaan. Zelfs staande golven.

Golven en deeltjes

Golven en deeltjes zijn dus volslagen verschillende concepten. Beweren dat iets tegelijkertijd een golf en een deeltje is, is wat mij betreft daarom verwarrend, war-taal dus. Trap er niet in.

De kwantumgolf is een niet-materiële golf

Een geluidsgolf is een goed voorbeeld van een materiële golf met de lucht als samenhangend medium. Idem voor een golf in water. De kwantumgolf en zijn medium lijken daarentegen niet materieel te zijn, gezien het volgende:

  • De mathematische dimensies van de fysische eigenschappen van de kwantumgolf bestaan niet in onze 3D realiteit.
  • De niet materiële kwantumgolf van een object verschaft ons de waarschijnlijkheid om dat object als deeltje waar te nemen wanneer we onze aandacht richten op een zekere locatie op een zeker moment in tijd.
  • Zo’n waarneming ten gevolge van gefocusseerde aandacht wordt door fysici een ‘meting’ genoemd. Fysici zijn het er in dit verband trouwens niet over eens wat een exacte definitie van een meting is. Het resultaat van een meting is zonder uitzondering iets dat, onafhankelijk van gebruikte instrumenten, een ervaring is in ons bewustzijn.
  • Dat de kwantumgolf een waarschijnlijkheidsgolf is, suggereert sterk dat de kwantumgolf iets is dat zich niet in de materiële werkelijkheid afspeelt maar in onze geest. Waarschijnlijkheden zijn geen materie. Het zijn getallen.
  • Het medium waarin een niet-materiële golf zich voortplant moet samenhangend zijn. Een goede kandidaat voor een samenhangend niet-materieel medium is natuurlijk de geest.
  • Voorafgaand aan de ‘meting’ – de waarneming – bestaat het waargenomen deeltje niet. Dit is in vele experimenten bevestigd en is daarom een belangrijke bron van ongemak bij veel fysici. Dat ongemak is dan weer de bron van bij kritische beschouwing inconsequent en/of absurd blijkende interpretaties – zoals bijvoorbeeld de multiversum hypothese – die proberen dit verschijnsel materialistisch te verklaren.
  • Er is geen enkele reden bekend waarom de manifestatie ten gevolge van de waarneming – de kwantumcollaps – beperkt zou zijn tot atomaire dimensies. Dat wij de wereld als permanent aanwezig ervaren is geen bewijs dat dat zo is. De statistische waarschijnlijkheid dat mijn bureau de volgende keer dat ik het observeer op dezelfde plaats staat is zo dicht bij de 100% dat ik me daarover absoluut geen zorgen hoef te maken. Elke keer dat ik kijk staat het – materialiseert het – precies op de plek waar ik het verwacht.
  • Aangezien de kwantumgolf zelf geen grenzen heeft – dat is een basis eigenschap van een golf – kan elk object in principe op elke locatie in het universum materialiseren al is de waarschijnlijkheid uiterst klein. Dat klinkt wellicht vergezocht maar het is de basis van het zogenaamde kwantumtunnel effect waarbij objecten aan de andere kant van een ondoordringbare barrière verschijnen zonder dat ze er doorheen gegaan kunnen zijn. Dat effect is bekend sinds 1927 en ligt aan de basis van kernfusie, alle halfgeleidertechniek en ook van de efficiency van het metabolisme van dieren en planten, iets dat ontdekt is aan eind van de 20e eeuw. Kwantumtunnelen kan zelfs sneller plaatsvinden dan de snelheid van het licht.
Quantum Tunnels Show How Particles Can Break the Speed of Light – Quanta Magazine october 2020

Conclusie

Een waarneming lijkt dus de manifestatie van het waargenomene te veroorzaken. Dat hoeft overigens geen oorzaak-gevolg relatie te zijn. Het is denkbaar en zelfs geloofwaardig dat waarneming en manifestatie identiek zijn, dat ze zich beiden afspelen in de geest. Maar hopelijk is het u enigszins duidelijk geworden hoe de kwantumfysica het idee van een bewustzijn dat onafhankelijk van ons brein bestaat en kan voortbestaan niet tegenspreekt en zelfs ondersteunt.

Voor de mensen die als bezwaar aantekenen dat het dan voldoende zou zijn om voor een aanstormende bus of trein simpel de ogen te sluiten heb ik dit antwoord: trein en bus zijn macro objecten, samengesteld uit enorme aantallen atomen. Daarvoor geldt net zo goed dat zolang ze niet waargenomen worden een niet-materiële waarschijnlijkheidsgolf zijn. De waarschijnlijkheid dat je geraakt wordt door die bus is 99,999999999999 % (of nog dichter bij 100%). Ogen sluiten helpt dus niet, waarbij ook niet vergeten dient te worden dat we nog wel meer soorten zintuigen hebben dan ogen. Tenslotte is de bestuurder van de bus ook een waarnemer natuurlijk. In de filosofie heet een dergelijke opvatting over de werkelijkheid Idealisme.

Bovenstaande is een uiterst beknopte samenvatting van mijn visie als fysicus op de betekenis van de kwantumfysica. Als u (veel) meer wilt weten moet ik u naar mijn website of mijn boek verwijzen.

The Idea of the World, volgens Bernardo Kastrup

After we came out of the church, we stood talking for some time together of Bishop Berkeley’ ingenious sophistry to prove the nonexistence of matter, and that everything in the universe is merely ideal. I observed, that though we are satisfied his doctrine is not true, it is impossible to refute it. I never shall forget the alacrity with which Johnson answered, striking his foot with mighty force against a large stone, till he rebounded from it – ‘I refute it thus.’

James Boswell: The Life of Samuel Johnson

Kastrup’s boek is niet echt gemakkelijk lezen. Elke zin moet uitgepakt worden als een zipfile. Je moet echt een aantal begrippen uit de filosofie paraat hebben. Zijn redeneringen zijn dan echter glashelder en het is niet gemakkelijk om er nog iets tussen te krijgen. Het is mijns inziens de moeite waard om hier zijn argumenten te bespreken die verrassend dicht tegen mijn visie op de betekenis van de kwantumfysica voor een interpretatie van de wereld aan liggen. Diezelfde visie vindt u aan het eind van mijn boek. Daar aangekomen breek ik een lans voor het idee van een kosmisch bewustzijn dat zich dit universum met ons erin ‘droomt’, net zoals wij in onze slaap complete werelden kunnen dromen die in de droomtoestand doorgaans als ‘echt’ ervaren worden. Als ik Kastrup’s boek vergelijk met dat van mij, dan pel ik langzaam alle lagen weg van de manier waarop ons geleerd is dat de werkelijkheid in elkaar zou zitten, om uiteindelijk bij Idealisme aan te komen. Kastrup gaat rechtstreeks naar de kern van de zaak, Idealisme, vertrekt daarvan en argumenteert vervolgens waarom dat een beter en vruchtbaarder beeld van de werkelijkheid is dan Fysicalisme.

Dat idee van een dromend kosmisch bewustzijn is identiek aan het Idealisme van bisschop Berkeley. Kastrup betoogt dat dat Idealisme de beste verklaring levert, met de minste ontologische aannames, voor een groot aantal fenomenen waarvoor het Fysicalisme geen enkele verklaring weet te leveren. Er zijn ook fenomenen die zelfs in tegenspraak zijn met die opvatting van de wereld.

Elke interpretatie van de wereld, zowel Idealisme als Fysicalisme, stoelt uiteindelijk op een aantal metafysische aannamen die niet bewezen kunnen worden. Hoe minder hoe beter lijkt daarbij een goed uitgangspunt voor een verstandige keuze tussen die twee. Laten we voor beide systemen de voor en tegens eens op een rijtje zetten en er meteen bij zetten of we op een of andere manier zeker kunnen weten of het uitgangspunt wel of niet klopt en of dit in overeenstemming is met experimentele bevindingen.

Fysicalisme, de problemen

De wereld bestaat volgens Fysicalisme objectief en permanent. Er is alleen materie. Alles heeft uiteindelijk een materiële oorzaak. Ons bewustzijn is een product van de materie, een emergent epifenomeen. Maar hoe kunnen we dat idee eigenlijk hard aantonen? Bedenk dat de wereld zich zonder uitzondering aan ons voordoet als ervaringen die in ons bewustzijn verschijnen. Pas als ze in ons bewustzijn verschijnen zijn die ervaringen voor ons werkelijk. Ervaringen die in ons bewustzijn verschijnen zijn de enige fenomenen waarvan we ondubbelzinnig kunnen zeggen dat ze werkelijk zijn. We kunnen er ons echter op geen enkele manier van verzekeren dat de bron van onze ervaring objectief en fysiek bestond voordat ze als ervaring in ons bewustzijn is verschenen.

De ervaring van Samuel Johnson van zijn voet tegen de grote steen is een ervaring binnen zijn bewustzijn. Niet erbuiten. Het bewijst dus niets. Het feit dat we het er met andere mensen over eens zijn dat iets zich in de wereld voordoet lijkt een argument voor het objectieve fysieke bestaan ervan maar is uiteindelijk ook een ervaring binnen ons bewustzijn en bewijst dus niet het objectieve bestaan ervan. In een droom kan iemand mij ook bevestigen dat hij eveneens ziet wat ik zie. Toch blijkt die bevestiging bij het wakker worden waardeloos.

Fysicalisme en de kwantumfysica

Fysicalisme moet logischerwijs volgens zijn materiële uitgangspunt aannemen dat bewustzijn een product van de materie is want er is alleen materie. Bewustzijn als emergent fenomeen van de hersens biedt echter geen verklaring voor de ontdekkingen in de kwantumfysica dat de waarneming de uitslag van de waarneming beïnvloedt. Zelfs terug in de tijd. Dat zijn de onontkoombare conclusies van de zogenaamde uitgestelde keus experimenten, zoals die van Scarcelli, Zhou en Shih in 2007. Voor een uitgebreide beschrijving daarvan verwijs ik naar mijn boek, hoofdstuk 7, Uitgestelde kwantumwisser vs. 2007.

Een beeld van een universum met alleen materie biedt hier geen enkele verklaring voor het feit dat de detectie van de spleet die gepasseerd moet zijn terug in de tijd werkt. Dat is omdat de oorsprong van het effect dat de interferentie verdwijnt – het verschijnen van het foton in een van de spleten – vóór het moment van detectie plaats gevonden moet hebben.

Tijdlijn van het twee fotonen experiment. De informatie wordt al dan niet gewist ná het moment van respectievelijk de manifestatie in de spleet of de golf door de spleet. Retrocausaliteit?

En dat is beslist niet het enige experiment waar het Fysicalisme niet in staat is tot een verklaring. Alle Bell experimenten tot nog toe hebben met toenemende betrouwbaarheid aangetoond dat de meting aan deeltje A – al is de locatie van die meting nog zo ver verwijderd van die van de meting aan deeltje B – de uitslag van de meting aan deeltje B vastlegt en dat vóór de meting aan deeltje A de toestand van A noch B bestond. Je kunt dan niet met goed fatsoen zeggen dat de deeltjes al wel bestonden, maar dan wel zonder hun eigenschappen. Ik spreek hier daarom expres van metingen en niet van uit elkaar vliegende deeltjes aangezien we niet kunnen spreken van een eigenschapsloos bestaan van een deeltje vóór de meting. Iets dat bestaat heeft per definitie eigenschappen, toch? Fysicalisme biedt hier geen oplossing.

Daarbovenop is het verschijnen van het deeltje in het meetinstrument dat onmiddellijk daarvoor nog een coherente waarschijnlijkheidsgolf was, nog steeds een onopgelost raadsel waarvoor nog steeds een werkelijk fundamentele verklaring niet gevonden is vanuit het Fysicalisme. Decoherentie biedt geen verklaring maar is alleen een andere naam voor dit verschijnsel. Het verklaart niets. Het verklaart overigens ook niet hoe een niet-fysieke waarschijnlijkheidsgolf coherent blijft. Coherentie – samenhang – is een verschijnsel dat bij uitstek fysiek verklaard wordt. Hoe waarschijnlijkheden – getallen – een samenhangende golf kunnen zijn is nog steeds niet verklaard.

Fysicalisme houdt ook niet-contextualiteit in. Dat wil zeggen dat de uitslag van een waarneming niet mag afhangen van de manier waarop andere tegelijkertijd uitgevoerde waarnemingen gedaan worden. Ook dat wordt tegengesproken door de Bell experimenten. In dat kader is er in 2019 een experiment gedaan waarvan de voorlopige uitslag ook weer is dan niet-contextualiteit geschonden lijkt te worden. Ik verwijs naar mijn bericht: ‘Het consensus probleem in de kwantumfysica’.

Los van deze fysische experimenten zijn er talloze verschijnselen in de wereld die niet goed of volstrekt niet met het Fysicalisme te verklaren zijn. Die worden dan ook vaak onmogelijk geacht en geschreven op conto van fantasie, illusie, bedrog, ondeugdelijk onderzoek, anekdotisch en wat die meer zij. De nabij-de-dood-ervaring (NDE) is hier een goed voorbeeld van, dat overigens uitstekend te verklaren valt met Idealisme, sterker nog, het voorspelt het.

Idealisme, de bezwaren

Idealisme zegt dit: er is alleen een universeel bewustzijn waarin de werkelijkheid zoals wij die ervaren zich afspeelt op dezelfde manier als wanneer wij dromen. Binnen het bewustzijn dus. De materialiteit en de permanentie van de waargenomen wereld is een illusie. Kastrup somt de belangrijkste tegenwerpingen op:

  1. De ervaren concreetheid van de wereld.
  2. Het persoonlijke privé bewustzijn.
  3. Bestaat alleen de waargenomen werkelijkheid?
  4. Mijn bewustzijn is niet in staat om de waargenomen werkelijkheid aan te passen.
  5. Als de wereld een droom is hoe komt het dat wij die met elkaar delen?
  6. Wat is de oorsprong van de wetten van de natuur?
  7. Dat fenomenen zich buiten onze persoonlijke psyche afspelen wordt evengoed verklaard met Fysicalisme. Waarom dan een andere verklaring?
  8. Hoe komt het dat wat er zich in onze psyche afspeelt correleert met de waarneembare processen in ons brein?
  9. Hoe komt het dat, kort voordat wij een beslissing nemen, de hersenactiviteit al toeneemt? (Libet)
  10. Waar is dat niet-materieel bewustzijn wanneer we bewusteloos zijn?
  11. Is Idealisme niet hetzelfde als solipsisme?
  12. Hoe kwam de Big Bang tot stand zonder bewustzijn?
  13. Als ik naar het universum kijk dan zie ik daar geen bewustzijn.

Het gaat te ver om hier op al die tegenwerpingen in te gaan. Ik verwijs daarvoor naar het boek van Kastrup, deel III: Refuting objections. Maar op punt 1 t/m 4 ga ik hier in:

  1. Ook de concreetheid van de wereld is uiteindelijk een ervaring binnen het bewustzijn. Een goede definitie van bewustzijn is ‘Dat wat ervaart’. Volgens die definitie is er geen enkele manier om de objectieve wereld te ervaren zonder dat het bewustzijn daarbij betrokken is.
  2. Dat we allemaal een persoonlijk privé bewustzijn ervaren is volstrekt mogelijk als elk privé bewustzijn een zelfstandig functionerend onderdeel (subroutine) van het universele bewustzijn is, maar dat slechts in zeer beperkte mate met dat universele bewustzijn kan communiceren.
    • Een technisch voorbeeld: Virtuele computers binnen computers. De virtuele computer heeft geen rechtstreekse verbinding met de hardware en kan die ook niet direct aansturen. Ik heb zelf een volledig functionele -– en legale – Windows 10 draaien in een virtuele omgeving op een Apple computer.
    • Een menselijk voorbeeld: Dissociatieve Identiteitsstoornis (DID – voorheen MPS). In één persoon kunnen meerdere persoonlijkheden huizen. Een uitstekend voorbeeld is het geval van een vrouw die zowel blinde als ziende persoonlijkheden heeft. Als de blinde persoonlijkheid naar voren is gekomen dan zijn aantoonbaar de visuele hersencentra niet meer actief. Die worden actief als een niet-blinde persoonlijkheid naar voren treedt. Lees: ‘Sight and blindness in the same person: Gating in the visual system’.
  3. Dat de maan alleen bestaat als ik ernaar kijk, dat kan toch niet? Wat bedoelen we met ‘de maan bestaat’? Als ik naar de maan kijk dan zie ik die doordat zich een aantal fotonen op mijn netvlies manifesteren. Dat zijn niet dezelfde fotonen die een ander ziet. Die ander die samen met mij constateert dat de maan aan de hemel staat ontvangt zijn eigen fotonen, niet de mijne. Op het moment dat dat nodig is binnen mijn ervaringen zal het universele bewustzijn ervoor zorgen dat ik de juiste fotonen ontvang conform het beeld van de wereld dat dat universele bewustzijn voortdurend creëert en volgens patronen die wij herkennen als wetten van de natuur. Denk aan een VR-bril, als ik die opzet en om me heen kijk (mijn hoofd beweeg) projecteert de VR het overeenkomstige beeld. Het beeld dat overeenkomt met dat wat zich achter mij zou moeten bevinden wordt nog niet in de bril geprojecteerd, bestaat (nog) niet.
  4. Als bewustzijn de wereld creëert, waarom kan ik dan met mijn gedachten de wereld niet naar mijn wens creëren? Het eenvoudigste antwoord daarop is dat ik – dat wat ik momenteel als ik ervaar – een afgesplitst deel ben van het universele bewustzijn. Ik ben een geval van DID dus. Dat afgesplitste fragment dat ik ben, is niet in staat om het totaalplaatje van de wereld te beïnvloeden met een actie van de wil. Dat is afgeschermd. Overigens is het in talloze parapsychologische experimenten aangetoond dat de geest de werkelijkheid wel degelijk beïnvloedt. Er zijn NDE’s gerapporteerd die bevestigen dat de van het fysieke lichaam bevrijde geest uitstekend in staat is om elke ervaring te creëren die het zich maar voorstelt. Een goed voorbeeld is de NDE van Nancy L. Danison waar ze zich in haar lichaamloze toestand, terwijl haar lichaam op dat moment levenloos in een stoel in een ziekenhuiskamer zat, bedacht dat ze toch eigenlijk in een ziekenhuis was en het volgende moment met een verpleegster naast haar door een volledig werkelijkheidsgetrouwe ziekenhuisgang liep – totdat ze aan iets anders dacht.

Voor de overige punten verwijs ik verder naar Kastrup’s boek. Ik kan u wel zeggen dat hij op overtuigende wijze afrekent met al die bezwaren.

Idealisme tegenover Fysicalisme

Idealisme doet metafysische aannames. Daar kom je niet onderuit. Volgens Kastrup:

  • Universeel bewustzijn is primair. Het is de grond van alles.
  • Universeel bewustzijn moet de eigenschap hebben van zelf-excitatie, zoals bij een snaar die spontaan in een toestand van trilling komt.
  • Die zelf-excitatie moet de oorsprong zijn van elke ervaring.

Verdedigers van Fysicalisme brengen vaak – in de geest van Samuel Johnson – naar voren dat voor Fysicalisme geen metafysische aannames gedaan hoeven te worden. Alles is al voorhanden. Niets is minder waar. Waar komen de fysische wetten vandaan? Hoe komt het dat de materie zich volgens mathematische wetten gedraagt?

Kwantumfysische verschijnselen worden door fysicalisten verklaard met de aanname van het kwantumveld. Dat is een veld van potentie dat het hele universum doordringt, dat op elk punt voortdurend actief is met virtuele deeltjes die uit het niets verschijnen en weer razendsnel in dat niets verdwijnen tenzij het – onvoorspelbaar – verandert in een niet-virtueel – waarneembaar – deeltje. Dus:

  • Het kwantumveld is primair, het is de grond van alles.
  • Het kwantumveld heeft de eigenschap van zelf-excitatie. Het produceert voortdurend virtuele deeltjes die objectief reëel kunnen worden.
  • Die zelf-excitatie is de bron van elke waarneming.

Kortom, wat is in deze de meest spaarzame hypothese denkend aan de fenomenen die het Fysicalisme niet kan verklaren?

Niets dan voordelen

Als je er even over nadenkt dan blijkt Idealisme uitstekende verklaringen te bieden voor een aantal verschijnselen waar Fysicalisme het spoor bijster raakt:

  • De NDE
  • De verrassende geschiktheid van de wiskunde om de fenomenen in de wereld te beschrijven terwijl wiskunde bij uitstek een product van de geest is.
  • Het feit dat ruimte en tijd afhankelijk zijn van de positie van de waarnemer. Dat ruimte gekromd kan zijn. Dat wijst er op dat ruimte en tijd een product van de geest zijn.
  • Synchroniciteit. Gebeurtenissen die geen causale samenhang hebben maar wel een gemeenschappelijke betekenis voor degene die de synchroniciteit ervaart. Het stoppen van klokken op het moment van overlijden van een familielid is er zo een die best vaak voorkomt.
  • De verrassende precisie waarmee de fysische constanten op elkaar afgestemd zijn zodat leven mogelijk is. Een minieme afwijking daarvan zou al resulteren in een universum zonder enig leven zoals wij dat kennen.
  • De kwantumcoherentie in levende systemen die veel langer blijft bestaan dan mogelijk wordt geacht.
  • De kwantumefficiency van metabolische processen.
  • Etc.

Tenslotte. Idealisme biedt ook een aanzienlijk hoopvollere boodschap dan Fysicalisme. Het einde van het fysieke lichaam is niet het einde van het bewustzijn. Het universum is verre van zinloos.

Aristoteles en de tijd

Naam: Aristoteles
Geboren: Stageira, 384 v.Chr.
Overleden: Chalkis, 322 v.Chr.
Land: Polis Athene, Macedonië
Functie: filosoof
Afbeelding Publiek domein, https://commons.wikimedia.org

Het blijkt interessant om de gedachten van Aristoteles over de tijd naast mijn inzichten over de tijd en de kwantumfysica te zetten. Er zijn treffende overeenkomsten.

Een citaat uit Fysica, boek 4.11:

But neither does time exist without change; for when the state of our own minds does not change at all, or we have not noticed its changing, we do not realize that time has elapsed, any more than those who are fabled to sleep among the heroes in Sardinia do when they are awakened; for they connect the earlier ‘now’ with the later and make them one, cutting out the interval because of their failure to notice it.


So, just as, if the ‘now’ were not different but one and the same, there would not have been time, so too when its difference escapes our notice the interval does not seem to be time. If, then, the non-realization of the existence of time happens to us when we do not distinguish any change, but the soul seems to stay in one indivisible state, and when we perceive and distinguish we say time has elapsed, evidently time is not independent of movement and change. It is evident, then, that time is neither movement nor independent of movement.

Aristoteles zegt hier dus dat tijd niet bestaat zonder verandering die door ons [bewustzijn] waargenomen wordt. Als er geen verandering wordt ervaren dan ervaren we ook geen tijd. Tijd is dus niet de beweging maar is er ook niet onafhankelijk van.

Now we perceive movement and time together: for even when it is dark and we are not being affected through the body, if any movement takes place in the mind we at once suppose that some time also has elapsed; and not only that but also, when some time is thought to have passed, some movement also along with it seems to have taken place. Hence time is either movement or something that belongs to movement. Since then it is not movement, it must be the other.

Als we een ‘voor’ en een ‘na’ waarnemen, dus een verandering, dan is er tijd. Maar tijd is niet de verandering. Het is een vergelijking tussen twee nu-momenten. De opeenvolging leggen we er zelf in door er een ‘voor en ‘na’ aan toe te kennen.

When, therefore, we perceive the ‘now’ one, and neither as before and after in a motion nor as an identity but in relation to a ‘before’ and an ‘after’, no time is thought to have elapsed, because there has been no motion either. On the other hand, when we do perceive a ‘before’ and an ‘after’, then we say that there is time. For time is just this-number of motion in respect of ‘before’ and ‘after’.

Het ‘nu’ verandert zelf niet maar de in elk ‘nu’ vastgelegde momenten wel.

De uitgestelde kwantumwisser

Deze visie op tijd van Aristoteles doet me sterk denken aan de gevolgtrekkingen die we kunnen maken uit de resultaten van de uitgestelde keus kwantum wisser experimenten. Bij een eenvoudig dubbelspleet experiment ontstaat er altijd waarneembare interferentie achter de dubbelspleet. Een patroon van donkere en lichte banden. Of er nu fotonen, electronen, atomen of grotere moleculen op de dubbelspleet worden afgevuurd.

Opbouw van het interferentiepatroon in de tijd bij het tweespletenexperiment uitgevoerd met elektronen.
Provided with kind permission of Dr. Tonomura to Wikimedia Commons

In de uitgestelde keus experimenten worden in principe ook fotonen door een dubbelspleet gezonden maar daarbij wordt ook informatie verzameld over welke spleet het foton gepasseerd heeft. De gemeten informatie over de gepasseerde spleet wordt willekeurig vastgelegd dan wel onherroepelijk vernietigd om na te kunnen gaan wat het effect is van informatie over de gepasseerde spleet op het interferentiepatroon. De resultaten zijn conform de voorspellingen van de kwantum mechanica maar desalniettemin intrigerend.

  • Indien er informatie beschikbaar is over welke spleet door het foton is gepasseerd wordt het resultaat van het experiment zodanig beïnvloed (geen interferentie) dat de conclusie moet zijn dat de toestandsgolf van het foton zich al in de spleet als fysiek foton gemanifesteerd moet hebben (de kwantumcollaps).
  • Het experiment is zodanig opgezet dat het moment dat die informatie gemeten en geregistreerd wordt in tijd ligt na het verschijnen van het foton in de spleet.

Dit lijkt op het eerste gezicht op een werking die in het verleden terug reikt. Retrocausaliteit dus. Dat wil niet zeggen dat we het verleden kunnen veranderen, eenmaal gemeten ligt het onherroepelijk vast. Maar zodra we de actieve waarnemer erbij betrekken is retrocausaliteit niet meer nodig als verklaring. De waarnemer legt dan door zijn bewuste observatie namelijk op dat moment de volgorde van de gebeurtenissen pas vast. Het is dan niet de instrumentele detectie van de spleet-passage die een effect uitoefent op het interferentiegedrag van het foton. De historie – de opeenvolging van nu-momenten – wordt vastgelegd door de beschouwing van de waarnemer. Dat is tijd.

Kortom, de kwantumfysica lijkt de ideeën van Aristoteles over tijd te bevestigen. Er tekent zich nu een belangrijk verschil af tussen ervaren tijd en klokkentijd. De laatste werd in de 16e eeuw door Newton geïntroduceerd als de enige tijd die in de fysica van belang was. Daarmee werd de waarnemer dus buiten spel gezet, die was niet meer van belang in het fysieke universum. De kwantumfysica lijkt de ervaren tijd weer terug te brengen als iets dat ook in de fysica een rol speelt waarmee de waarnemer als informatieverwerker weer een actieve deelnemer wordt aan het universum.

The Evolutionary Argument Against Reality

Donald Hoffman. © David McNew for Quanta Magazine

Ik werd door een cursist gewezen op Donald Hoffman en zijn ideeën over de werkelijkheid en hoe wij die waarnemen. Het interview door Amanda Gefter – van Einsteins achtertuin – is de moeite van het lezen waard. De realiteit zoals wij die waarnemen bestaat niet volgens Hoffman. Die waarneming is geëvolueerd op Darwiniaanse wijze, de overleving van de meest geschikten. Wat niet wil zeggen dat ik zijn Darwiniaanse evolutieargument deel, maar dat wat wij als werkelijkheid waarnemen niet de echte realiteit is, dat is ook mijn idee.

Bekijk hier een interview met Hoffman op Youtube: