De wetten van de natuur

Waarom gehoorzaamt de natuur toch aan wiskundige formules?

PPT - Die Zeit t --- physikalisch PowerPoint Presentation, free ...
Galilei onderzoekt de valbeweging. Zijn assistent telt zijn hartslagen voor de tijd die de rollende bal nodig heeft.

Sinds Galileo Galilei kennen we het idee van de mathematische wetten van de natuur. Een natuur die zich aan de exacte mathematische formuleringen ervan houdt. Onveranderlijke dwingende voorschriften waar de natuur zich aan te houden heeft. Het is sinds Galilei mogelijk gebleken om mathematische beschrijvingen van die wetten op te stellen. Het is de taak geworden van de fysicus om die te vinden zodat we het gedrag van het universum met steeds grotere precisie kunnen voorspellen. En ja, de toekomst kunnen voorspellen, dat willen we maar al te graag. Daar heeft de kwantumfysica trouwens wel een spaak in het wiel gestoken maar de troost daar is dat de toekomst van grote voorwerpen nog wel goed te voorspellen valt, hoe groter hoe preciezer, maar in het kleine verliezen wij die mogelijkheid.

Een kleine greep uit die ‘wetten’ die wij sinds Galilei ‘ontdekt’ hebben:

  • Actie en reactie zijn even groot en tegengesteld.
  • De eerste wet van Newton – de traagheidswet: Een voorwerp waarop geen resulterende kracht werkt, is in rust of beweegt zich rechtlijnig, met een constante snelheid voort.
  • Behoudswet van energie en massa. De hoeveelheid massa (plus energie) in het universum is constant. Er komt niets bij er gaat niets af. Massa is gestolde energie.
  • Relativiteitswetten: De tijd gaat langzamer in een zwaartekrachtveld. Hoe groter de zwaartekracht hoe langzamer de klok tikt.
  • De tweede wet van de thermodynamica: De entropie van een gesloten systeem kan alleen maar afnemen. Dat betekent in eenvoudige woorden dat de samenhang van de onderdelen van dat systeem, omdat het gesloten is, noodzakelijk uiteindelijk in chaos vervalt.
  • Onzekerheidswet van Heisenberg: Hoe groter de precisie waarmee de plaats van een object vastgesteld kan worden, hoe kleiner de precisie wordt waarmee we de snelheid kunnen vaststellen. En andersom.
  • Kwantumwet: De plaats en de snelheid van een object in tijd kunnen worden beschreven als een golf van mogelijkheden. De toestandsgolf. Die golf is – zonder grenzen – uitgebreid in tijd en plaats. Het is een golf van potentie. De intensiteit van die golf op een bepaalde plaats en tijd geeft de grootte van de kans aan dat we het object op die plaats en tijd bij een waarneming met een (on)zekere snelheid zullen aantreffen. Dit is eigenlijk geen wet maar een uiterst succesvolle interpretatie van de betekenis van de oplossing van de Schrödinger toestandsvergelijking. Experimenten hebben bevestigd dat het object vóór die waarneming nog geen snelheid en plaats heeft. Het bestaat dus vóór die waarneming nog niet.

Al deze wetten – en meer – die de mensheid in de laatste eeuwen ontdekt heeft zijn in mathematische formuleringen vastgelegd. Het gedrag van de natuur kan blijkbaar beschreven met wiskundige formules. Eigenlijk is dit een volslagen passief beeld van het universum. Het kan alleen maar re-ageren. Het heeft geen keuze in zijn reacties. Deze reacties volgen dan ook langs onwrikbare vaste wetten die zich laten beschrijven met de wiskunde. Veel prominente fysici hebben daar al hun verbazing over uitgesproken. De algemene opinie is dat de natuur zich altijd en overal maar aan deze wetten heeft te houden. Basta. Dat is de bron van de volgende uitspraak van Pierre-Simon Laplace (1814).

We kunnen de huidige staat van het universum beschouwen als het effect van zijn verleden en de oorzaak van zijn toekomst. 

Een intellect dat op een bepaald moment alle krachten zou kennen die de natuur in beweging zetten, en alle posities van alle objecten waaruit de natuur is samengesteld, zou, als dit intellect ook groot genoeg was om deze gegevens aan analyse te onderwerpen,  in één enkele formule de bewegingen van de grootste lichamen van het universum en die van het kleinste atoom kennen.
Voor een dergelijk intellect zou niets onzeker zijn en de toekomst zou net als het verleden onmiddellijk bekend zijn.

Dat alles in principe voorspelbaar zou zijn betekende niet alleen het einde van het toeval en van de vrije wil, maar ook dat die demon van Laplace in feite machteloos is. Hij weet alles maar moet werkeloos toezien op het verloop van de gebeurtenissen. Je zou bijna medelijden met hem krijgen. De uitspraak van Laplace is van vóór de ontdekking van de kwantumfysica, die de onvoorspelbaarheid van de natuur op atomaire schaal tot fundamenteel verklaart, maar heeft nog steeds een grote invloed op het denken.

Dat de mathematische formuleringen die we gevonden hebben tot wetten gepromoveerd zijn illustreert de behoefte van de mens aan zekerheden. Als iets maar vaak genoeg gebeurt dan maken we daar een zekerheid van. Net als die kalkoen die iedere dag vers voer krijgt van de boerin, dat tot een wetmatigheid zou kunnen verklaren – tot zijn verrassing met Kerstmis. Rupert Sheldrake werpt ook in onderstaande presentatie de knuppel in het kalkoenhok door te verklaren dat de zogenaamde natuurwetten ook maar gewoontes zijn van de natuur.

Zelfs God doet er beter aan zich aan de natuurwetten te houden

Wat is de plaats van God in dit alles? Voor de God die ons door de meeste religies is voorgeschoteld lijkt dat niet heel veel anders dan die van die arme demon. Alleen kan die God dan wel ingrijpen. Wat betekent dat hij de wetten van het universum op dat moment terzijde schuift. Iets wat we liever niet hebben, aangezien dat ons machteloos maakt. Wij hebben liever dat God zich aan de wetten houdt, dan hebben wij tenminste nog de (schijn)zekerheid van de uitkomsten van ons handelen, al staan we dan tegenover een almachtige entiteit, nietwaar?

Het verleden wordt vastgelegd door de waarneming in het NU

In de uitgestelde keus experimenten, die ik ook op deze website elders uitvoerig bespreek, is vastgesteld dat pas op het moment van waarneming wat in het verleden is gebeurd NU wordt vastgelegd. Kijk ook naar mijn Schrödinger stopwatch in gesloten doos gedachte experiment. Dat is makkelijker te begrijpen en zegt hetzelfde. Het verleden wordt bij waarneming vastgelegd in overeenstemming met de kennis die op dat moment tot onze beschikking staat. Daarvóór bestond dat verleden nog niet,

Dat is de onontkoombare conclusie van de uitgestelde keus experimenten. Als wij bij het dubbele spleet experiment kennis kunnen hebben van de spleet waar het foton doorheen gaat dan zal de toestandsgolf die dat foton beschrijft ook alleen maar door één spleet gaan. Ook als die kennis pas later tot ons komt. Dat volgt uit de uitkomsten van de uitgestelde keus experimenten. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat die uitkomst in strijd kan zijn met op later tijdstip opgedoken informatie. Dat zou een noodzakelijke aanpassing van het verleden en dus echte retro-causaliteit inhouden. Dat nog ongeziene informatie van invloed op de uitkomst van een experiment is, is een verbluffende maar onontkoombare conclusie. Het universum moet dus op de hoogte zijn van onze mogelijke kennis! Dit is inderdaad congruent met de wet van behoud van informatie die de kwantumfysici ontdekt hebben.

Kijken bij de spleet. Het object of zijn toestandsgolf manifesteert zich nu telkens in maar één van de spleten. Geen interferentie dus van elkaar ontmoetende golven. Wat de lichtvlek verklaart.

Overigens vormt dat creëren van het verleden bij waarneming ook een verklaring voor de schijnbare retrocausaliteit die optrad in de parapsychologische experimenten van Helmut Schmidt en Marilyn Schlitz waarvan ik er twee ( 1 en 2 ) uitgebreid beschrijf in mijn berichten.

Een intelligent en intentioneel opererend universum

Het universum zorgt er met andere woorden voor dat het allemaal achteraf klopt met de verwachtingen die wij ervan hebben op grond van beschikbare kennis, al is die op dat moment nog niet door ons gekend. Dat is wat mij betreft indrukwekkend intelligent gedrag van het universum. Het is dus op de hoogte van de kennis die tot onze beschikking staat en van onze verwachtingen op grond daarvan en zorgt er dan voor dat de gebeurtenissen met die kennis overeenkomen. Ook al ligt die kennis bij wijze van spreken nog ongezien maar wel beschikbaar in een la.

Dus die la is dan niet ongezien door het universum. En dat betekent dan uiteindelijk dan het Universum/God/de Bron/de Ene, wél een keus had en dus ingreep. Of dacht u soms dat die bron waar dit alles uit voorkomt geen keus had, dat die in hetzelfde parket zit als die betreurenswaardige machteloze demon van Laplace? Het universum grijpt dus voortdurend in op grond van mogelijke kennis – informatie dus – en onze verwachtingen.

De wet van behoud van informatie

En zo zijn we aangeland bij een wet die we niet genoemd hebben in het rijtje waar mee we begonnen. Een wet die de kwantumfysici in de loop van de vorige eeuw ontdekt hebben en net zo serieus nemen als de andere behoudswetten: Van een gesloten systeem is de totale hoeveelheid informatie constant. Fysici hebben ontdekt dat informatie een fysieke realiteit is en dus aan de behoudswetten moet voldoen. Ze drukken daarbij de informatie van een systeem uit in groepen van nullen en enen, bits dus.

Vertaal dat wat deze fysici onder informatie verstaan rustig in beschikbare kennis, de kennis die we kunnen verkrijgen over het systeem als we dat gaan onderzoeken. Maar ook die wet is dus niet een wet waar het universum maar blind aan heeft te gehoorzamen. Het is juist bijzonder actief bezig om ervoor te zorgen dat de beschikbare kennis klopt met wat er gebeurt.

De natuurwetten die wij ervaren zijn dus het gevolg van intelligent en intentioneel gedrag van Het Universum/God/de Bron/De Ene. Dat betekent dat die Bron alles wat er in het zichtbare en onzichtbare universum plaatsvindt tot in het allerkleinste detail in de gaten houdt en bestuurt, zodat wat wordt ervaren overeenkomt met de verwachtingen en kennis van elk waarnemend wezen in dat universum. En dat betekent mijns inziens dat als wij onze verwachtingen bijstellen, dat er geluisterd wordt.

Het wordt tijd om iets aan onze verwachtingen te doen

Onze verwachtingen zijn voor velen, op dit moment in de geschiedenis, die welke voortkomen uit het beeld van een verbijsterend groot maar volledig onverschillig universum, waar wij volslagen toevallig in verzeild zijn geraakt. Daarvan uitgaande zullen we er dan maar, in dat ene leven dat we hebben, het beste van moeten maken waarbij dat ‘beste’ sterk wordt beperkt door die oppermachtige onbuigzame natuurwetten. Het wordt daarom hoog tijd dat wij die verwachtingen bijstellen. Ik vermoed sterk op grond van het intentionele enoplettende karakter van het universum dat daarnaar geluisterd zal worden.

Elke waarnemer is een ander perspectief van én op het universum

En wat zijn wij, die waarnemers van het universum dan? Dat zou best eens het universum zelf kunnen zijn. Ik denk dat de gelijktijdigheid van al die waarnemingen daarbij voor het universum geen enkel probleem is. Het creëert de tijd immers zelf. Zie Schrödinger’s stopwatch. Het Unix operating systeem voor computers heeft daar overigens ook geen problemen mee vanwege de enorme snelheid van de processor, als ik daar een oneerbiedige vergelijking mee mag maken. Elke waarnemer is dan een eigen uniek perspectief van het universum op zichzelf, een bewust individueel kijkgaatje naar zichzelf.

Dat is meteen ook de oplossing van het consensus-probleem in de kwantumfysica dat Eugene Wigner – Nobelprijs winnaar natuurkunde – ertoe bracht om zijn overtuiging dat het bewustzijn een rol speelt in de reductie van de toestandsgolf – de kwantumcollaps – te laten varen. Hij verwarde zijn bewustzijn met dat van het universum.

The Healing Miracles of Jesus: A Study | Kenneth Copeland Ministries
Wonderen gebeuren echt. Elke dag. Overal.

Dat de natuurwetten regelmatig geschonden worden is eigenlijk overduidelijk. Dat is wat wij, die kijkgaatjes, wonderen noemen. Die zijn zo vaak en door meerdere getuigen beschreven en vastgelegd dat het tijd wordt dat wij meer gaan ‘geloven’ in Het Universum/God/de Bron/De Ene dan in die onveranderlijke onverschillige natuurwetten.

Met geloven bedoel ik echter niet dat het kritisch denken wordt opgeschort, integendeel.

Kwantumfysica en PSI

Kwantumfysica en psi klinkt op het eerste gehoor misschien als een vreemde combinatie. Maar bij nader inzien ligt de connectie zelfs voor de hand, overigens wel op een indirecte manier. De kwantumcollaps, de ineenstorting van de immateriële golffunctie en de manifestatie van het object bij waarneming, is een experimenteel vele malen bevestigd feit. Zolang je de materiele visie op de wereld, dat er slechts materie en energie is en meer niet, weigert op te geven zul je de wereld zoals de kwantumfysica die toont niet kunnen begrijpen. Berekeningen uitvoeren, dat wel en met groot succes, maar dat is niet hetzelfde als begrijpen.

“What I am going to tell you about is what we teach our physics students in the third or fourth year of graduate school…
It is my task to convince you not to turn away because you don’t understand it.
You see, my physics students don’t understand it…
That is because I don’t understand it.
Nobody does.”  

Richard Feynman  in een lezing over kwantumfysica.

Als we kunnen aanvaarden dat de wereld zich aan ons toont omdat wij haar waarnemen en dat we daarom een intrinsiek en noodzakelijk onderdeel van de wereld zijn wordt niet alleen de kwantumfysica begrijpelijk, maar ook psi want de wereld is in die visie primair mentaal. Kwantumverstrengeling zegt ons ook dat alles met elkaar verbonden is. Het zou nog beter zijn om hier het woord verbonden te mijden want dat impliceert gescheidenheid al is dat dan een gescheidenheid waarin alles met elkaar verbonden is. Alles is uiteindelijk één. Zelfs een kwantumfysicus zoals Heinrich Päs komt uiteindelijk tot die conclusie in zijn boek The One waar ik al eerder over schreef. Ook David Bohms Impliciete Orde is uiteindelijk een andere naam voor die ene bron waaruit alles, de expliciete orde, voorkomt.

Op die manier, als de geest nodig is voor materiele manifestatie en dus voorafgaat aan de materie zoals die in plaats en tijd aan ons verschijnt, wordt psi een zeer aanvaardbare en zelfs voorspelbare mogelijkheid. Als wij de wereld creëren, dan is het voor de hand liggend dat wij er ook invloed op uit kunnen oefenen. Talloze experimenten, zoals beïnvloeding van kwantumgeneratoren door intentie, hebben aangetoond dat psi een werkelijk effect is. En als wij door waarneming ook tijd creëren dan is het idee van het schouwen in de toekomst, iets dat in de psi categorie valt, ook niet zo gek. De kwantumgolf, zoals die uit de Schrödingervergelijking volgt, strekt zich uit in tijd zonder dat daar een eind aan te bespeuren valt. Dat eind, de kwantumcollaps, is het resultaat van waarneming, een actie die niet in die vergelijking te vangen valt. Dat wil dus zeggen dat de toekomst niet vastligt aangezien er nu eenmaal vele waarnemers zijn. Het schouwen in de toekomst is dus het schouwen van een mogelijke toekomst, iets dat gebeurt als wij geen actie ondernemen om die te voorkomen.

Sciencefiction als metafoor en voorspelling

In mijn jeugdjaren was ik een fervent lezer van sciencefiction. Sommige verhalen waren nog pakkender en op een of andere manier meer werkelijk dan andere zodat ik ze nog steeds kan navertellen. Waarom dat zo was, is denk ik omdat de schrijvers onbewust al een kijkje in de toekomst gaven. Het is altijd al de vraag waar schrijvers de inspiratie eigenlijk vandaan halen en dat zou dus best eens uit de toekomst kunnen zijn. De toekomst is een prachtige plek waar de schrijver een zeer grote vrijheid heeft in zijn keuze van de rekwisieten en de omgeving, wat helpt in het zodanig vormgeven van een verhaal dat het zo gelezen kan worden dat de lezer het verhaal ‘echt’ beleefd, zodat je er als het ware ingezogen wordt. Er zijn inderdaad veel voorbeelden van verhalen aan te wijzen waarbij het schouwen van de toekomst het geval lijkt te zijn. Denk aan de ondergang van de Titanic die tien jaar voor de ondergang in 1912 al opvallend accuraat in 1902 beschreven werd in ‘The Wreck of the Titan: or Futility’ door Morgan Robertson. Dat is geen sciencefiction roman zou je wellicht kunnen zeggen, maar het betrof wel een verhaal waar de toekomstige ontwikkeling van wetenschap en techniek een rol speelde. Een nabije toekomst, dat wel natuurlijk.

Een van de meer boeiende sciencefiction romans die ik las was ‘Deathworld’ van Harry Harrison, in het Nederlands in 1967 uitgekomen onder de naam ‘Doodsstrijd op Pyrrus’ bij Meulenhoff. Voor dat ik inga op toekomst voorspellende aspecten in sciencefiction een korte beschrijving van het verhaal.

De hoofdpersoon, de held, Jason dinAlt, heeft een psychische gave waarmee hij in zijn wat irreguliere bestaan voorziet door zijn winstkans in casino’s aanzienlijk te vergroten. Hij raakt verwikkeld in de strijd om het bestaan die gevoerd wordt in een menselijke kolonie op de planeet Pyrrus. Hij wint een fortuin in een casino bij een dringende opdracht, letterlijk met een pistool in zijn nek, voor een groep kolonisten van de planeet Pyrrus. Op zich al een spannende scène die het goed zou doen in een Hollywood film. De kolonie heeft namelijk grote behoefte aan geld om de strijd tegen de planeet te kunnen volhouden. Die strijd is er een tegen een natuur die zich met klauw en tand verzet tegen de kolonisten. Jezelf op straat begeven in de straten van de enige nederzetting is al levensgevaarlijk. De flora en fauna zijn razendsnel en uiterst dodelijk. Kinderen worden al in de kleuterklas hardhandig getraind in overlevingstactieken. Jason krijgt tot zijn schaamte een kleuter als beschermer en instructeur omdat dat nu eenmaal van levensbelang is voor hem. 
Jason komt intussen te weten dat er ook afstammelingen van weggelopen kolonisten zijn die er zonder geavanceerde technologie in slagen om die vijandige natuur te overleven en er zelfs te gedijen. De verhouding tussen de kolonisten en de weglopers is niet hartelijk, integendeel. Hij maakt contact met deze weglopers door eigenlijk te ontsnappen uit de nederzetting. Buiten de nederzetting aangeland merkt hij dat de hele natuur op Pyrrus psychisch is en dat al die psychische ‘energie’ tegen de nederzetting is gericht. De planeet is in feite hard bezig om een hardnekkige irritant te verwijderen van haar oppervlak. Die psychische energie is blijkbaar in staat om steeds mensvijandiger mutaties in de flora en fauna teweeg te brengen. De kolonisten hebben ooit die reactie van de planeet opgeroepen door destructief gedrag tegenover de inheemse flora en fauna, vertellen de weglopers hem. Jason brengt het contact op gang tussen de kolonisten in de nederzetting en de vermaledijde weglopers. De planeet is gesust als de mens maar respect voor de natuur toont. Eind goed al goed.

Er zijn vele voorbeelden waar sciencefiction een voorspelling deed die uitgekomen is. Is dat hier ook het geval? Welnu, het blijkt steeds overtuigender dat mutaties niet het gevolg van toeval zijn maar van een intelligente aanpassing aan uitdagende omstandigheden, en doet je dit verhaal bovendien niet ernstig denken aan de situatie waar de mensheid op dit moment duidelijk in verzeild geraakt is? Mij wel. De aarde begint te protesteren tegen onze aanwezigheid. Harrison zag het blijkbaar al aankomen in 1960. Psi en sciencefiction zijn een goede combinatie. Best wel.

Overigens, mijn nieuwe boek 'Quantum Physics & the Mind, a Crash Course' is uit.
Klik op de afbeelding voor meer info.

Een kwestie van gezond verstand

Voor een groot deel van de westerse mens, ook voor het meer spiritueel ingestelde, bevindt het bewustzijn zich in het lichaam en daarbij vooral in het hoofd. Voor een kleiner deel daarvan is het zelfs onbetwistbaar dat het ons hoofd is dat ons bewustzijn voortbrengt. Denk maar aan ‘Wij zijn ons brein’ van Dick Swaab. Voor al die mensen zou het volgende juist best eens een nuttige oefening kunnen zijn, bij voorkeur te doen op een rustig moment en een rustige plek waar de kans op afleiding klein is. Ga er eens rustig voor zitten dus.

Een oefening in lichaamsbewustzijn

Stap 1: Dit kan meteen de moeilijkste stap zijn in deze oefening. Realiseer je je namelijk dat de overtuiging dat er alleen maar materie en energie is en verder niets anders – materialisme – niet gebaseerd is op harde feiten. De kwantumfysica helpt je bij deze realisatie enorm. Lees ook ‘Why Materialism is Baloney‘ van Bernardo Kastrup. Realiseer je dus dat materialisme een geloof is dat je hebt verworven tijdens en door je opvoeding en dat je het hebt aanvaard alsof het een feit is.

Stap 2: Denk aan je lichaam. Ervaar het substantiële ervan. Realiseer je dan dat je bij dromen ook een substantieel lichaam lijkt te hebben dat actief is terwijl je ‘echte’ lichaam in diepe rust verkeert. Dat kan een lastige opdracht zijn voor mensen die zich hun dromen niet herinneren. Maar het is gebleken dat iedereen zich zijn dromen kan herinneren, het enige dat daar namelijk echt voor nodig is, is een vast voornemen bij het slapen gaan.

Stap 3: Realiseer je dat het lichaam dat je in je dromen ervaart een lichaam is dat zich in de geest bevindt terwijl je je, wanneer je wakker geworden bent, juist in dat lichaam lijkt te bevinden.

Stap 4: Bedenk dan dit: soms kan iemand dromen dat hij overlijdt. Tot zijn opluchting wordt de dromer dan wakker en kan dan even de tijd nodig hebben om de waarschijnlijk angstige droom van zich af te schudden. Die verwarring kan bij het wakker worden best even duren en zelf de rest van de dag nog wat verontrustend doorwerken.

Stap 5: Realiseer je dan dat het beslist niet onmogelijk is dat materie een product van de geest is. Daar helpt de kwantumfysica substantieel bij, mits je begrijpt wat die vertelt. Houdt die gedachte even vast als niet uit te sluiten mogelijkheid al ben je volstrekt van het tegendeel overtuigd. Dat is een belangrijk onderdeel van deze oefening in gezond verstand.

Stap 6: Als je die mogelijkheid kunt binnenlaten als gedachte, dat is volstrekt niet hetzelfde als de gedachte als waar accepteren, bedenk dan dat in dat geval het lichaam een product van de geest zou moeten zijn. De vraag waar de geest zich in het lichaam bevindt keert zich daarmee binnenstebuiten en wordt dan de vraag waar het lichaam zich in de geest bevindt. In dat geval zou het einde van het lichaam niet per se het einde van de geest kunnen betekenen. Mooie gedachte, niet?

Stap 7: Vraag je nu af wat er zou kunnen gebeuren met een geest die de vaste overtuiging heeft dat hij geproduceerd wordt door het lichaam, met name de hersenen, als dat lichaam ophoudt te bestaan. Denk aan de geestelijk behoorlijk ontwrichtende kortsluiting die daar zou kunnen ontstaan. Zoiets zou wel eens voor een onbepaalde tijd onaangenaam, zoiets als de hel, kunnen zijn.

Waarom dit nuttig zou kunnen zijn

Dat is de hele gedachteoefening eigenlijk. Waarom zou die nuttig kunnen zijn? Ik heb het sterke vermoeden dat als je die oefening hebt kunnen voltooien, liefst meerdere keren, hoogstwaarschijnlijk ontsnapt aan dat risico van de ontwrichtende kortsluiting die in de van er-is-alleen-materie overtuigde geest zou kunnen ontstaan bij de dood van het lichaam. Tenminste, gegeven dat de boodschap van de kwantumfysica, dat de materie een product is van de waarneming, inderdaad zou kloppen. En die boodschap wordt bij elk geavanceerd kwantumexperiment weer sterker bevestigd, vaak tot verrassing van de uitvoerders van het experiment.

Voorbereid zijn op eventuele verrassingen is niet onverstandig

Het doen van deze oefening, het even er de tijd voor nemen om iets te overwegen waarvan je wellicht geneigd bent om het zonder enig werkelijk nadenken reflexmatig te verwerpen, kan dus welzeker uiteindelijk een hele nuttige uitwerking hebben. Overweeg daarbij ook dat de enorme hoeveelheid gerapporteerde nabij-de-dood ervaringen, die zonder uitzondering vertellen dat de geest tot zijn grote verrassing nog bestaat en vaak enige tijd nodig heeft om zich te realiseren dat datgene wat hij meemaakt zijn eigen dood is, dus best eens op een heel grote fundamentele waarheid zou kunnen wijzen. Niet onbelangrijk dus. Gebruik je gezonde verstand, dat wil zeggen, herken reflexmatige tegenwerpingen voor wat ze zijn, vooroordelen namelijk, die al decennia in tegenspraak zijn met de door de moderne wetenschap vastgestelde feiten. Dat is moeilijk, maar beslist niet onmogelijk. En je hoeft niet van je geloof af te vallen, dat vraag ik hier niet, als je er maar van bewust wordt dat het een geloof is. Daarom ben ik zo dol op die kwantumfysica en haar relatie met de geest en raak ik er maar niet over uitgepraat.

De harde feiten over kwantumfysica op een rijtje

Voor degenen die nu nog even een opsomming zouden willen zien van die feiten, en de conclusies daarvan, die de kwantumfysica boven water heeft gebracht; houd je stoel vast:

  • Materie bestaat niet voordat het wordt waargenomen.
  • Voorafgaand aan de waarneming ervan is de realiteit een grenzeloos golfachtig veld van waarschijnlijkheden – of beter gezegd – mogelijkheden, dat niet in ruimte en tijd is begrensd.
  • Elke waarneming zet het universum ertoe aan om een unieke keuze te maken uit dit grenzeloze gebied van waarschijnlijkheden, zodat het onmiddellijk een object van materie of energie wordt. Dit is waarlijk creatie.
  • Waarneming creëert niet alleen materie of energie, maar doet dat ook in ruimte en tijd.
  • Ruimte en tijd zijn daarom niet onafhankelijk van onze waarneming, maar worden ook gecreëerd door onze observatie.
  • De uitkomst van elk experiment wordt beïnvloed door de informatie die het experiment kan verstrekken, maar wordt ook beperkt ook door de informatie die ons al ter beschikking staat. Dat kan een verklaring zijn voor het feit dat we er doorgaans met anderen over dat wat we ervaren het eens kunnen zijn.
  • Kwantumfysica is niet beperkt tot atomaire dimensies, het is van toepassing op elk object van elke grootte. Dit geldt zonder uitzondering voor alle bovenstaande verklaringen.
  • Als waarneming de realiteit creëert, is de waarnemende geest zeer waarschijnlijk nodig om de realiteit te creëren – inclusief haar geschiedenis – en kan daarom niet afhankelijk van het materiële brein zijn.
  • Alle objecten zijn, al vóór hun fysieke creatie door waarneming, onafhankelijk van hun onderlinge afstand in ruimte en tijd, immaterieel onmiddellijk verbonden. Dit wordt verstrengeling (entanglement) genoemd.
  • Als twee objecten een gemeenschappelijke geschiedenis hebben, wat dus eigenlijk onze informatie is, zullen ze aantoonbaar verstrengeld zijn.

Geloof dit vooral niet, denk zelf na, studeer. Gebruik je gezonde verstand, niet je neuronale voorgebakken reflexen.

Een Crash Course Kwantumfysica en Bewustzijn

De kwantumfysica is de meest succesvolle fysische theorie die we op dit moment hebben. De voorspellingen zijn uiterst succesvol. Maar het lijkt of niemand begrijpt wat die theorie wil zeggen over de wereld. Absurde interpretaties, zoals het multiversum waarin letterlijk alles tegelijk gebeurt wat er maar zou kunnen gebeuren, worden serieus besproken. Absurde interpretaties zijn echter helemaal niet nodig. Veel fysici en ook niet-fysici hebben de boodschap al wel begrepen, ondanks luid protest uit de materialistisch georiënteerde hoek dat bewustzijn geen rol zou spelen.

Waarom ondersteunt de kwantumfysica het primaire bewustzijn? Wat zegt dat over ons? Wat zegt dit over de materie? Die vragen probeer ik te beantwoorden in deze crash course kwantumfysica en bewustzijn voor de niet-fysicus van 1 uur. Ook zeer geschikt voor beginnende fysici.

Richard Feynman moet gezegd hebben dat als je denkt dat je kwantumfysica begrijpt, dat je er niets van begrepen hebt. Maar hij zei ook dat de beste manier om iets van de kwantumfysica te begrijpen het dubbele spleet experiment is. Dat experiment toont ondubbelzinnig aan dat de grond van alle werkelijkheid niet materieel is en zich golfvormig gedraagt. Een golf die we op geen enkele manier rechtstreeks kunnen waarnemen, maar die wel alles wat we waarnemen vorm en historie geeft. We zullen het dubbele spleet experiment dus kritisch bekijken.

Neem je tijd en een kop koffie. Neem rustig pauzes tussendoor ook al heet het een Crash Course. En blijf vooral zelf kritisch denken. Dat wil ook zeggen dat je je eigen gedachten en bezwaren ook kritisch zult moeten beoordelen.

Een inzicht dat de wereld op zijn kop zou kunnen zetten

Kwantumbewustzijn gefalsifiëerd?

Quantumbewustzijn op losse schroeven door ondergronds experiment

Op vrijdag 5 augustus 2022 verschijnt dit artikel met bovenstaande naam in NewScientist. Ik kreeg meteen van twee kanten vragen over wat dit betekent voor de hypothese van het primaire bewustzijn die ik verdedig in mijn boek en op mijn website. Eigenlijk goed nieuws, maar dat zal ik wel even uit moeten leggen.

Het artikel gaat over de zogenaamde Orchestrated Objective Reduction (Orch OR)-theorie van fysicus Roger Penrose en anesthesioloog Stuart Hameroff. Dit is wat deze theorie zegt in het kort:

Er kunnen superposities van kwantumtoestanden ontstaan in je brein, in zogeheten microtubuli (kleine eiwitstructuren in de zenuwcellen in het brein). Een bewuste ervaring vindt plaats op het moment dat die superposities instorten’.

Orchestrated Objective Reduction – Orch OR gefalsifiëerd

Afbeelding uit ‘A review of the ‘Orch OR’ theory’: Microtubules die via de kwantumcollaps informatie verwerken. Dat zou dan bewuste ervaring genereren.

Dit is dus goedbeschouwd een van de theorieën die bewustzijn proberen te verklaren als uiteindelijk een product van de hersenen. Dit keer dan wel als een product van kwantumtoestanden in de hersenen. Het instorten van de superposities – de kwantumcollaps – wordt gezien als fysiek, de superposities zijn alle fysiek – alle mogelijkheden bestaan echt – en gaan dan bij de ineenstorting over in slechts één van alle mogelijkheden, de rest verdwijnt spoorloos in het ‘kwantumniets’.

Als die ineenstorting fysiek is, en dat denken Penrose en Hameroff, dan betekent het een kleine verandering in de totale elektrische lading en volgens de wetten van Maxwell moet er dan een klein elektromagnetisch signaal gegenereerd worden. Dat is dan het signaal wat de onderzoekers, die de Orch OR theorie wilden testen, onderzochten in de diepe grotten van Gran Sasso waar verstoringen van de metingen door kosmische straling zo klein mogelijk zijn omdat die eerst door dikke lagen gesteente heen moeten. Een hoogstwaarschijnlijk kostbaar onderzoek dat opleverde dat de kwantumcollaps geen elektrische signalen genereert. Hiermee is dan een van de basisveronderstellingen van Orch OR gefalsifieerd. Mooi, opgeruimd staat netjes. Eén hypothese minder over de relatie kwantumfysica en bewustzijn. Goed nieuws dus. We hebben er al meer dan genoeg.

Maar de Orch OR theorie heeft volstrekt niets te maken met de hypothese van het primair bewustzijn. Ik hoop dat u dat begrijpt. Orch OR is een loot van de theorieën die bewustzijn proberen te verklaren vanuit het materiële, hier met een snufje kwantumfysica waarbij dat snufje uiteindelijk ook weer een materiële hypothese is. De primair bewustzijn hypothese is dat materie een secundair verschijnsel is dat door dat bewustzijn wordt gecreëerd bij de waarneming. Dat is iets volstrekt anders.

Kan Primair Bewustzijn ook gefalisifiëerd?

Mocht je de hypothese van het primair bewustzijn willen falsifiëren dan kan dat een stuk eenvoudiger en goedkoper dan met een mediageniek experiment diep onder de Gran Sasso. De hypothese van primair bewustzijn is in mijn boek gebaseerd op het begrip informatie. De informatie die een meting of observatie kan opleveren bepaalt hoe het geobserveerde object zich gedraagt of heeft gedragen. Het is steeds duidelijker aan het worden in experimenten dat hoe minder informatie een meting oplevert hoe meer golfgedrag wordt vertoond. Het meest extreme voorbeeld daarvan is het effect dat wanneer gekeken wordt door welke spleet van de dubbelspleet het object ging, het kenmerkende interferentiepatroon, de lichte en donkere banden verdwijnen in een enkele uitgespreide vlek. Nog steeds het resultaat van een golf maar nu van een die door slechts één spleet ging. De onontkoombare conclusie is dan dat het object zich in slechts één spleet gemanifesteerd moet hebben – als antwoord op het feit dat de informatie die we konden verkrijgen daar precies over ging. Dat het om informatie gaat is echter geen bewijs dat het om het bewustzijn van de waarnemer gaat al moeten we ons afvragen of informatie nog wel iets betekent als het niet in ons bewustzijn verschijnt. Maar, net zoals het ineenstorten van de kwantumgolf een elektrisch signaal zou moeten produceren een basisaanname is van Orch OR, is de ineenstorting van de kwantumgolf door beschikbare informatie een basisaanname van het primair bewustzijn. Als we die aanname kunnen falsifiëren dan wordt het lastig voor die hypothese.

De kwantuminformatiewisser kan dat

De kwantum informatiewisser experimenten zijn een goede stap in die richting maar voor het falsifiëren van de informatiehypothese moet er nog iets aan gesleuteld worden. In alle kwantumwisser experimenten gebeurt het onherroepelijk vernietigen van de informatie over de gekozen spleet door een halfdoorlatende spiegel. En laat dat nu net een fysiek onderdeel zijn waarvan elke fysicus, die de Kopenhaagse interpretatie min of meer volgt, vreemd genoeg automatisch aanneemt dat het een uitzondering vormt op de regel dat een fysiek object, als het maar massief genoeg is, de kwantumcollaps teweegbrengt. De kwantumcollaps vindt volgens zo’n fysicus plaats in en door de detector en niet door de halfdoorlatende spiegel of andere optische onderdelen. Mijn suggestie is echter dat de kwantumgolf pas instort op grond van de informatie die beschikbaar is. Dus niet door de detector maar door het vernemen van het resultaat van de detector. Dat wil zeggen dat, als we die informatie pas na het passeren van de detector onherroepelijk vernietigen vóórdat iemand die gezien kan hebben, het interferentiepatroon van lichte en donkere lijnen weer getoond wordt. Zo’n precisie experiment is zonder meer uitvoerbaar in een willekeurig goed uitgerust universitair optisch laboratorium.

Aangepaste kwantumwisser. Het wel of niet wissen van de pad informatie gebeurt hier ná detectie door D3 en D4 en wordt gestuurd door de QRNG toevalsgenerator.© Paul J. van Leeuwen

In het bovenstaande figuur kun je zien dat de kwantumwisser onderdelen – twee simpele schakelaars – zich direct achter de detectoren bevinden. De set-up is een redelijk eenvoudige aanpassing, eigenlijk een drastische versimpeling, van een in 1999 uitgevoerd kwantumwisser experiment op de Maryland universiteit in Baltimore. Dat experiment wordt nogal eens ge- of misbruikt door er-is-alleen-materie fysici om de onzin van de kwantumwisser aan te tonen aangezien het 1999 Maryland experiment een fundamentele fout in zijn opzet had waardoor de conclusie niet gewettigd was. De debunkers gaan dan gemakshalve voorbij aan de correcte én geslaagde kwantumwisser experimenten die naderhand gedaan zijn aan dezelfde universiteit. Voor diegenen die zich willen verdiepen in deze ‘harde’ kwantumwisser verwijs ik naar deze pagina op mijn website of naar hoofdstuk 13: ’Falsifieerbaarheid van het bewustzijnsmodel’ in mijn boek.

Het wachten is dus op onderzoekers die deze kans om de primaire bewustzijn hypothese te kunnen falsifiëren niet voorbij willen laten gaan. Geen Gran Sasso nodig. De NewScientist lezer wacht op ze en ik ook.

Laboratori Nazionali del Gran Sasso, Italië

Wat als ..?

Een goede manier om wetenschap te bedrijven is de vraag ‘Wat als .. ?’ stellen. Doorgaans is dat de eerste stap in een hypothese. De volgende stap in zo’n exercitie is dan onderzoeken op hoeveel onbeantwoorde vragen je daarmee een bevredigend antwoord vindt. Ook de verschijnselen en experimenten die niet kloppen met de hypothese dienen aan bod te komen. Als die niet kloppen kan de ‘Wat als ..?’ aanname verworpen te worden als onmogelijk of onwaarschijnlijk. Vooroordelen dienen daarbij vermeden te worden. Bij elkaar is dat wat ik noem: ‘Onderzoek met een open geest’. Zet de bullshit detector daarom even uit. Die is wel snel maar niet echt betrouwbaar. Denk aan ‘Thinking Fast and Slow’ door Daniël Kahnemann.

Isaac Newton moet op die manier ook een wat-als gedachte gevolgd hebben: ‘Wat als de hemellichamen elkaar aantrekken met een kracht die afhangt van hun onderlinge afstand?’. Een in zijn tijd behoorlijk absurde veronderstelling gezien de vraag hoe een dergelijke kracht door de lege ruimte uitgeoefend kon worden, al hadden we al wel ervaring met krachten op afstand zoals magnetisme. Die kracht-op-afstand kwestie is in feite vandaag nog steeds niet echt beantwoord maar zijn wat-als vraag leverde wel de klassieke zwaartekracht mechanica op die prachtig bevestigd werd door Edmund Halley’s komeet.

The Case against Reality

Een meer recent voorbeeld van wat-als denken en dan kijken of er naast verklaringen aperte conflicten met de harde feiten ontstaan is wat mij betreft ‘The Case against Reality’ van Donald Hoffman. Wat als de werkelijkheid die onze zintuigen ons voorschotelt slechts een constructie is die onze zintuigen er samen met onze hersenen ervan fabriceren? Hoffman is cognitief psycholoog en beargumenteert op overtuigende manier dat onze zintuigen ontwikkeld zijn in een darwinistische evolutie waarin het verschijnen van het meest geschikte organisme – lees hier ook zintuig voor – steeds de beste kansen voor het voortbestaan bood.

Daarvan uitgaande kunnen we het volgende zeggen:

  • Het is niet nodig dat het beeld dat onze zintuigen ons voorschotelen overeenkomt met de werkelijkheid, wat die ook moge zijn. Wat wij zien als gunstig voor ons overleven – een appel aan een boom, een boterham, een glas water – is slechts een vertaling die maakt dat wij zodanig handelen dat wij voortbestaan en kunnen voortplanten, in dit geval het voedsel pakken en consumeren. Vergelijkbaar met een VR programma waar de werkelijke acties in de computer ook verborgen zijn en voor ons vertaald worden in een voor ons begrijpelijk beeld. Het is volstrekt niet nodig dat die vertaling ook de werkelijkheid is, als onze reactie maar adequaat is. Dus hier zien we geen apert conflict met onze ervaringen.
  • Hoffmans idee sluit in grote trekken aan bij het idealisme van Bernardo Kastrup. Onze zintuigen en hersenen, zeg maar ons hele lichaam, zijn volgens Kastrup niet materieel en bestaan niet in een van ons gescheiden toestand.  Het zijn complexe ervaringen die ons bewustzijn binnenkomen via een soort vertaalslag (Kastrup spreekt over een dashboard) en slechts binnen dat bewustzijn ervaren worden. De materiële werkelijkheid als iets dat buiten ons bestaat is een illusie. Ook hier geen aperte conflicten met onze ervaringen, al is daar wel voor nodig dat we onze bullshit detector uitzetten.
  • De vraag wat bewustzijn ­– datgene wat ervaart – is, is niet beantwoord, noch door Hoffman, noch door Kastrup. Het is echter wel de grond waar beider filosofie op rust. Op zich is dat geen argument ertegen aangezien er geen enkele filosofie is waar bewustzijn fundamenteel verklaard wordt. Neurologen komen ook niet verder dan speculeren over een wazige onbegrepen emergentie uit een complex brein zoals mist uit water oprijst, maar dat is beslist geen fundamentele verklaring.

Al met al arriveren we daarmee bij het wat-als idee van het primaire bewustzijn. Materie, en de ervaring ervan, zijn producten van het bewustzijn. Met primair bewustzijn bedoel ik veel meer dan ons dagelijkse waakbewustzijn dat daar waarschijnlijk maar een klein deel van uit maakt. De volgende stap is nu of we met de hypothese van het primaire bewustzijn verschijnselen kunnen verklaren die we tot nog toe niet konden verklaren met het materialistische paradigma – het zogenaamde fysicalisme. Vervolgens moeten we dan natuurlijk ook kijken of er verschijnselen zijn die ermee in tegenspraak zijn. Dat is de wetenschappelijke manier.

Stap 1 – Verklaringen van waargenomen verschijnselen

Welke verschijnselen kan de hypothese van het primaire bewustzijn verklaren waar het fysicalisme het volledig laat afweten, ik noem er hier negen:

  • Kwantumfysica: De kwantumfysica lijkt ons te zeggen dat de informatie die de waarnemer tot zijn beschikking heeft de geobserveerde werkelijkheid in tijd en ruimte creëert. Daar zijn uitstekende argumenten voor. Ik heb daar een heel boek over gepubliceerd. Als de werkelijkheid een constructie is van ons bewustzijn – inclusief onze zintuigen – dan biedt dat een verklaring voor de anders onbegrijpelijke resultaten van de kwantumfysica zoals objecten die op meerdere plaatsen tegelijk kunnen zijn en met elkaar verstrengeld zijn over astronomische afstanden.
  • Relativiteitsdilatatie: De speciale relativiteit zegt dat wanneer wij een bewegend object zoals een raket, een kogel of een elementair deeltje, waarnemen, de meetlatten, of wat daarvoor door kan gaan, in dat object korter worden en de tijd langzamer verloopt naarmate de relatieve snelheid ten opzichte van ons groter is. Dit is door vele experimenten bevestigd. Dit relativiteitseffect is niet te begrijpen vanuit de ideeën van solide permanente materie, vaste ruimte en tijd. Maar als het bewustzijn van de waarnemer de wereld creëert is dat ineens beter te begrijpen. Materie, ruimte en tijd krijgen dan dezelfde eigenschappen als gedachten (James Jeans: ‘The stream of knowledge is heading towards a non-mechanical reality; the Universe begins to look more like a great thought than like a great machine. Mind no longer appears to be an accidental intruder into the realm of matter… we ought rather hail it as the creator and governor of the realm of matter.’.
  • Veldkrachten: Zwaartekracht, elektromagnetische kracht, de sterke en de zwakke kernkracht zijn allemaal veldkrachten. Ze werken op afstand zonder dat er via direct contact kracht overbrengende materie aan te pas komt, zoals bij biljartballen. Als de wereld alleen uit materie bestaat dan zijn veldkrachten eigenlijk niet goed te begrijpen, ook niet via de gekromde ruimtetijd dimensies van de algemene relativiteit van Einstein. Maar als het bewustzijn de werkelijkheid creëert dan worden veldkrachten ook weer niet fundamenteel verschillend van gedachten.
  • Dromen: Al dromend creëren we fantastische virtuele werkelijkheden soms compleet met alle mogelijke zintuigelijke indrukken, zien, horen, voelen, proeven, ruiken. Je ziet kleuren, hoort geluiden, betast voorwerpen. Maar probeer eens zo’n realistische ervaring op te roepen in de waaktoestand (zonder hallucinogene middelen). Probeer de ervaring van het zien van de kleur rood of het oppakken en voelen van de afmetingen en de zwaarte van een voorwerp maar eens op te roepen als een echte beleving. Desnoods met de ogen dicht. Het resultaat is nooit meer dan een flauwe afschaduwing van een echte ervaring. Het verbaast mij altijd hoe weinig verbazingwekkend het wordt gevonden dat we überhaupt kunnen dromen. Als het bewustzijn inderdaad in staat is om de realiteit te creëren dan is dromen niet meer zo verschillend van wat we in onze dagelijkse wereld doen.
  • Blindzien: Nicola Farmer heeft een school opgericht – de ICU-academie – waar kinderen kunnen leren om geblinddoekt te lezen, te tekenen en met ballen te spelen. Nicola leidt ook leraren op die dit aan kinderen kunnen leren. Dit blindzien is door onafhankelijke waarnemers bevestigd en vastgelegd in een reportage. Blijkbaar hebben we onze ogen niet per se nodig om te kunnen waarnemen. Vanuit het idee van het primaire bewustzijn is dit te begrijpen aangezien dat wat de kinderen ‘zien’ de creatie is van het bewustzijn zelf. Blindzien is ook een door neurologen erkend fenomeen, maar die wijten het aan een anders dan normale visuele verwerking die uiteindelijk toch gebaseerd is op de signalen die onze ogen aan de hersenen doorgeven. Dat kan bij deze kinderen niet het geval zijn.
  • Psychokinese (Pk): Pk is in laboratoriumexperimenten bevestigd, al gaat het dan doorgaans om micro-Pk.  Dit is niets anders dan het primaire bewustzijn in directe actie.
  • De NDE (Nabij-de-dood-ervaring): Sinds het boek ‘Life After Life’ van Raymond Moody – uitgekomen in 1975 – is de wereldwijde belangstelling voor de NDE geëxplodeerd en zijn grote aantallen mensen met hun ervaring naar voren gekomen. De Near-Death Experience Research Foundation (NDERF) heeft op haar website sinds 2000 meer dan 5000 ervaringen verzameld. De schatting is dat tussen 3 en 5% van de wereldbevolking een NDE heeft gehad. Het primaire bewustzijn geeft een uitstekende verklaring voor een dergelijk breed gerapporteerd verschijnsel aangezien het primair zijn van het bewustzijn betekent dat het niet afhankelijk kan zijn van een materieel brein en dus – na het overlijden van het lichaam – zelfstandig kan blijven bestaan en waarnemen. De bewering van skeptici dat de NDE neurologisch verklaard is, is – sorry – bullshit.
  • De ADC (After-death-communication): De After Death Communication Research Foundation (ADCERF) heeft sinds het begin van deze eeuw ruim 2000 gerapporteerde ervaringen van contact met kortgeleden overleden geliefde personen en dieren verzameld. Peilingen leveren op dat meer dan 50% van de mensen kort na het overlijden van een partner, kind of geliefd huisdier een ADC-ervaring heeft. Lees ‘The Departed among the Living‘ van Erlendur Haraldsson. Ook dit verschijnsel is prima verklaarbaar vanuit het niet-materieel voortlevend primair bewustzijn.
  • Evolutie: De overheersende neodarwinistische visie op het ontstaan van het leven en de evolutie – alles berust op toeval en het overleven van het geschiktste organisme plus een paar miljard jaar van enkelvoudige lokale mutaties in het DNA – staat op het punt van omvallen. Lees ‘Evolution 2.0’ van Perry Marshall, ‘Evolution: A view from the 21th Century, Fortified’ van James Shapiro of ‘Active Biological Evolution’ van Frank Laukien. Alle leven, van virussen en eencellige organismen tot ‘moderne’ dieren en planten, reageert op uitdagingen van zijn omgeving door actief zijn hele genetische machinerie (niet slechts het DNA) aan te passen. Verbazingwekkend vaak met succes en ook nog eens overerfbaar naar de volgende generaties. Het niet meer de kop in te drukken vermoeden dat hier een intelligente reactie op de ervaringen van het organisme plaatsvindt begint steeds meer aandacht te krijgen. Het primair bewustzijn, aangenomen dat het ook intelligent is (een tamelijk voor de hand liggende veronderstelling), biedt een goede verklaring.

Stap 2 – Conflicten met ervaringen

Zijn er verschijnselen die in conflict zijn met de hypothese van het primaire bewustzijn? Het lijkt op het eerste gezicht (onze bullshit detector) wel zo:

  • De ervaring van soliditeit: De werkelijkheid zoals wij die ervaren is solide. We kunnen niet door een muur wandelen. Als we ons stoten doet dat zeer. Als we vallen raken we gewond. Voorwerpen die ergens zijn achtergelaten blijven daar totdat wij – of anderen – ze weer verplaatsen. Materie verschijnt niet uit het niets en verdwijnt ook niet zomaar in het niets. Dat zou tegen de bekende en bevestigde behoudswetten ingaan.
  • Meerdere waarnemers: Als mijn bewustzijn de wereld en alles daarin creëert dan ontstaat er een probleem met meerdere waarnemers (lees ‘Tom Poes en de Kwanten’ van Marten Toonder, een aanrader).
  • De vrije wil: Waarom – aangenomen dat ik een vrije wil heb – kan ik niet de wereld creëren die ik mij wens. Ik kan geen materie naar wens creëren of laten verdwijnen. Dat laatste kan overigens betwijfeld worden als je het boek – JOTT – van Mary Rose Barrington serieus neemt.
  • Het ‘Kwaad’: Waarom bestaat het kwaad? Op zich is dat niet een fysisch te omschrijven conflict maar desalniettemin een terechte vraag. Als het bewustzijn de wereld creëert waarom dan ook het Kwaad? Die vraag is voer voor filosofen.

Ik hoop dat u inziet dat in alle bovenstaande punten de aanname verborgen zit dat het primaire bewustzijn identiek is aan het individuele dagbewustzijn van de mens. Dat is niet noodzakelijk het geval. Wanneer we die aanname kunnen laten vervallen, verdwijnen alle bovenstaande punten als geldige conflicten waarmee de hypothese van het primaire bewustzijn verworpen zou kunnen worden.

Verder is het bovenstaand niet bedoeld als een pleidooi voor idealistisch monisme, zoals bijvoorbeeld Kastrup voorstaat, en dat het bestaan van materie volledig ontkent. De meeste punten in stap 1 kunnen ook verklaard worden vanuit de dualistische visie dat materie en bewustzijn naast elkaar bestaan en elkaar kunnen beïnvloeden. Iets dat René Descartes in zijn Discours de la Méthode veronderstelde. De vraag die in dat dualisme echter niet beantwoord wordt is hoe die twee intrinsiek verschillende zaken, materie en bewustzijn, elkaar kunnen beïnvloeden.

Conclusie

Deze wat-als exercitie levert wat mij betreft in ruime mate bevestiging op dat de hypothese van het primaire bewustzijn op zijn minst de moeite waard is om serieus te nemen. Al is het vast niet de ultieme wetenschappelijke verklaring van alles, het kan veel verklaren wat vanuit het fysicalistische perspectief gezien domweg onverklaarbaar is en vanwege de algemene voorkeur voor dat perspectief het liefst wordt genegeerd of ontkend.

Nog een boekentip

Through Two Doors at Once van Anil Ananthaswamy. Het twee-spleten experiment, dat door Richard Feynman als de deur naar het begrijpen van de onbegrijpelijkheid van de kwantumfysica wordt genoemd, wordt door Anasthaswamy boeiend en over het algemeen helder behandeld. Van het eerste experiment door Young tot de uitgestelde keus kwantumwisser experimenten. Engels. In de boekhandel € 17,95, bij Parimar Den Haag slechts €7,90.

Materialisme en zijn desastreuze gevolgen.

Waarom het materialisme de oorzaak is van de rampzalige toestand van de wereld en de mensheid, en wat eraan te doen

Aan het begin van een cursus Kwantumfysica en Bewustzijn voor leerlingen van de Academie voor Geesteswetenschappen in Utrecht poneerde ik bovenstaande uitspraak. Aan het eind van de cursus, de laatste les, werd – terecht – om een toelichting op die uitspraak gevraagd. Dat leidde tot een stevige discussie die niet helemaal bevredigend verliep, waarop ik besloot om mijn standpunt maar eens uitgebreid toe te lichten. Bij deze dus.

Dat materialisme ons naar de afgrond leidt is mijn persoonlijke overtuiging. Onder hard materialisme, ook wel fysicalisme genoemd, versta ik het diepe overtuiging dat de wereld volledig verklaard kan worden met materie en alle interactie tussen materie. Om misverstanden hierover te voorkomen, dit betekent niet dat ik vind dat mensen met zo’n er-is-alleen-materie visie slechte mensen zijn. Materialisten zijn beslist geen slechte mensen met kwaadaardige bedoelingen, maar meestal – in mijn opinie – verkeerd geïnformeerd. Het kunnen heel goed bijzonder aardige, empathische, verantwoordelijke en eerlijke mensen zijn.

Ik zal hieronder in een aantal logische stappen uiteenzetten waartoe materialisme ons leidt en waarom ik dat desastreus acht.

Het materialistisch postulaat en zijn conclusies over de wereld

Zuiver materialisme, gaat uit van het postulaat dat de wereld volledig verklaard kan worden met materie en alle interactie tussen materie. Dat postulaat leidt stapsgewijs tot de volgende logische conclusies:

  1. Bewustzijn kan alleen een product zijn van materie want er is alleen materie. Bewustzijn is daarom een emergente eigenschap van een complex brein.
  2. Dat betekent dat er een complex brein nodig is voor bewustzijn. Alles wat geen complex brein heeft, bezit dus geen of weinig bewustzijn. Hoe minder complex het brein, hoe minder het bewustzijn. De mens heeft het meest complexe brein en daarom ook het meest complexe bewustzijn (op aarde) en is dus superieur aan alle andere vorm van leven.
  3. Bewustzijn, als product van een complex brein, sterft met de dood van het fysieke lichaam en het brein.
  4. Het leven, dus ook bewustzijn, kan alleen ontstaan zijn door louter toevallige combinaties van materie. Leven en bewustzijn zijn daarom een toevallig verschijnsel in een onverschillig universum.
  5. Leven is daarom een in principe louter mechanisch verklaarbaar verschijnsel.
  6. Erfelijkheid, een kenmerk van leven, is een mechanisch verklaarbaar verschijnsel. Wijzigingen in de erfelijke eigenschappen zijn een gevolg van toevallige mutaties.
  7. Evolutie, het geleidelijk ontstaan van steeds complexere organismen, geschiedt door mechanische toevallige effecten. Het meest geschikte organisme heeft de grootste kansen om zijn door mutatie veranderde erfelijke eigenschappen door te geven aan de volgende generatie. De minder voor overleven geschikte erfelijke mutaties sterven automatisch uit.
  8. Hoewel er op die manier zeer complexe organismen kunnen ontstaan, eventueel met bewustzijn, moet dit uiteindelijk op blind toeval berusten. Een andere verklaring is er niet en is ook niet nodig.
  9. Blind toeval, samen met de basis eigenschappen van materie zijn daarom de enige werkelijke factoren in het universum.
  10. Vrije wil is een illusie.
  11. Er is daarom geen doel te bekennen in het universum. Het is zinloos.
  12. Er is ook geen goed en kwaad te bekennen in het universum aangezien goed en kwaad geen eigenschappen van de materie zijn en daar ook niet van afgeleid kunnen worden. Ethiek, ideeën van goed en kwaad, hebben geen materiële basis.

Bovenstaande uitspraken zijn geen overtuigingen van mij maar logische afleidingen van het materialistische postulaat. Dezelfde stellingen kun je terugvinden in de publicaties van Richard Dawkins (The Selfish Gene) en Daniël Dennet (Darwin’s Dangerous Idea). Verder vind je ze terug bij Nederlandse neurologen als Dick Schwaab (Wij zijn ons brein), Ciriel Pennartz (De code van het bewustzijn) en Victor Lamme (De vrije wil bestaat niet).

Alles is geoorloofd in het materialistisch perspectief

Uit de laatste drie conclusies – 10,11 en 12 – die door genoemde aanhangers van de materialistische visie op de wereld volledig onderschreven worden – leid ik dan het volgende af:

  • Elk individueel organisme is daarom volledig vrij om zijn eigen doel te bepalen en te bereiken. Als andere organismen daarbij in de weg staan hebben ze pech gehad.
  • Met andere woorden: alles is geoorloofd. Als andere organismen daaronder lijden is voor het organisme dat dat lijden veroorzaakt alleen van belang als het daar zelf weer nadeel van ondervindt.
  • Liefde, empathie zijn prettige gevoelens maar niet nodig, een luxe.
  • Ongebreidelde sociopathie, machtswellust, hebzucht, uitputting van natuurlijke bronnen, oorlogen, onderdrukking, uitbuiting, uitsluiting van de ander en zelfs het martelen of doden van de ander zijn verdedigbaar in het puur materialistische perspectief. De natuur is niet anders.
Ongelijkheid inkomen in Nederland. © RaboResearch special.

Het kan best zijn dat deze conclusies u tegenstaan. Gelukkig maar. Maar zijn ze onlogisch? Ze ondersteunen wel de ongebreidelde hebzucht die steeds sterkere vormen aanneemt waardoor de sociale ongelijkheid en de concentratie van kapitaal in de wereld steeds sterker alarmerende vormen begint aan te nemen.

The Matter with Things – materialisme deugt niet

Deze welsprekende, haast poetische quote uit ‘The Matter with Things’ van Iain McGilchrist lijkt me hier daarom uitstekend van toepassing:

The business of life then becomes like a dance watched by a deaf person: puzzling, pointless and somewhat absurd. Death becomes just the meaningless end of a life itself without meaning. Goodness becomes mere utility, and suffering just frustration of utility. Eros becomes just lust; longing just want; sleep and dreams an inefficiency that we should do away with if we could; art a toy; the natural world a heap of resource; and wonder merely a measure of our failure, rather than, as I believe it to be, a measure of our insight.

Daarom: Materialisme deugt niet.

Daarbij: Het is niet experimenteel aangetoond. Het is een dogma. Een onbewezen geloof. Het is niet alleen een geloof, maar ook kortzichtig. Materialisme biedt geen geloofwaardige verklaring voor kwantumverschijnselen zoals bijvoorbeeld het waarnemer effect bij de dubbelspleet, verstrengeling aangetoond bij alle Bell experimenten en de beïnvloeding van kwantum toevalsgeneratoren (QRNG) door de intentie van de waarnemer. Wie even met een open geest, die bereid is om de materialistische kijk op de wereld los te laten, nadenkt over hypotheses als decoherentie, multiversa, superselectie en spontane ineenstorting zal kunnen inzien dat dat allemaal niet bijster geslaagde pogingen zijn om de materialistische visie te redden. Overigens heeft de materialistische visie ook geen echte verklaring voor de evolutie van het leven, hetgeen steeds pijnlijker begint te worden gezien de recente ontdekkingen in erfelijkheidsonderzoek waar organismen, eencelligen maar ook meercelligen, actief en intelligent hun eigen erfelijke eigenschappen blijken aan te passen in antwoord op de uitdagingen van hun omgeving.

Nogmaals, dat wil natuurlijk niet zeggen dat materialisten niet deugen. De meeste mensen deugen, ook als ze materialistische opvattingen hebben. Maar dit zegt wel iets over waartoe dit beeld van de wereld uitnodigt. Is het dan vreemd dat we in deze tijd aan de rand van een catastrofe staan, ondanks alle goede bedoelingen van de meeste mensen?

Maar is het primair bewustzijn ook niet gewoon een hypothese?

Inderdaad. Primair bewustzijn veronderstellen is ook een hypothese en omdat het niet experimenteel bewezen kan worden is het net zo goed een postulaat als het postulaat van het materialisme. Maar het is wel zo dat het postulaat van het primaire bewustzijn uitstekende verklaringen biedt voor in de materialistische visie onbegrijpelijke kwantumfysische effecten. Daarom heeft het mijn voorkeur. Een hypothese die geen verklaringen biedt voor experimenteel waargenomen effecten is wat mij betreft een slechte hypothese.

In de kwantumfysica wordt steeds weer bevestigd dat de informatie die een experiment kan opleveren bepaalt waar het onderzochte object opduikt, hoe het zich gedraagt en hoe het zich gedragen heeft. De werkelijkheid gedraagt zich niet materieel maar veel meer als een dynamisch en interactief veld van potentie. Informatie inclusief haar betekenis is typisch iets dat zich in het bewustzijn ophoudt. Dat effect, de waarnemer manifesteert middels zijn waarneming het waargenomene, is alleen goed verklaarbaar als bewustzijn veel meer is dan een emergent verschijnsel van materie.

Als we ervan uitgaan dat bewustzijn primair is en materie een uiting is van dat bewustzijn ontstaat een heel ander beeld, verliest het materialisme zijn overtuigende kracht en kunnen we hopelijk aan de slag gaan om een wereld te creëren die niet – zoals het er nu uitziet – op de afgrond afstormt.

Paul J. van Leeuwen, Den Haag april 2022

You’re not even in there now

Zoals de mensen weten die mijn boek uitgelezen hebben of mijn cursus Kwantumfysica, Informatie en Bewustzijn gevolgd hebben ben ik niet van de club die meent dat ons brein onze geest produceert. Eerder het omgekeerde. Wat mij betreft een weloverwogen standpunt dat daarmee afdoende heeft afgerekend met mijn angst voor de dood, het grote niets dat voor ons allemaal in het verschiet zou liggen. Die angst heb ik dus volstrekt niet meer. Komt eigenlijk best van pas bij deze corona crisis. Vanuit die opvatting bekeken ben ik in de afgelopen tijd drie interessante publikaties, een presentatie op YouTube, een onderzoeksrapport en een recent boek, tegengekomen die ik hier graag onder de aandacht breng omdat ze elkaar bevestigen en versterken. Dat heet consilience.

SSE presentatie van Dr. Julie Beischel

Dr. Julie Beischel is directeur van het Windbridge Research Centre. Ze heeft een academische titel in geneeskunde en toxicologie en bestudeert al vele jaren met uiterst wetenschappelijke methoden controversiële zaken als mediumschap. Ze heeft mediums, die dus contact zouden hebben met overledenen, aan rigoureuze tests onderworpen volgens richtlijnen waar elk wetenschappelijk onderzoek een puntje aan kan zuigen zoals dubbel blinde tests en het herhaalbaar gecontroleerd produceren van resultaten. Daarenboven bezit ze ook nog een prettige dosis droge humor zoals uit haar presentaties blijkt. In juni 2019 gaf Julie een presentatie voor de SSE met als onderwerp de identificatie die wij met ons lichaam hebben en die aanzienlijk minder sterk blijkt dan we denken. Wij zijn er zo ‘uit’, blijkt. In haar presentatie gaat ze in op de manieren waarop we die oriëntatie maar al te makkelijk kwijtraken zoals bij de rubberen hand illusie, de snelheid waarmee ons lichaam zich vernieuwt, hoeveel niet-eigen leven in ons leeft zoals onze darmbacteriën en het recente onderzoek van Etzel Cardeña van de Lund universiteit dat zeer overtuigend bewijs voor de realiteit van psi presenteert. Julie vertelt over treffende (anecdotische) bewijzen van mediums die aantonen dat overleden familieleden zich nog zeer bekommeren om hun nog levende nazaten, over een geverifieerde bijna komische nabij-de-dood ervaring, over een Thaise jongen die zich een vorig leven als slang herinnert en in geverifiëerd detail heeft verteld over hoe die slang gedood werd. Kortom, je bent niet je lichaam, het is een tijdelijke avatar voor je echte ik, de echte speler, zoals bij een zelfgekozen gebruikersafbeelding op websites of in videospellen.

Bekijk Julie Beischels presentatie:

The Physical World as a Virtual Reality

Brian Whitworth heeft een paper, The Physical World as a Virtual Reality, gepubliceerd waarin hij uitstekende argumenten naar voren brengt voor het idee dat onze ervaringswereld een Virtual Reality (VR) is. Met de VR aanname zijn namelijk veel eigenschappen van onze ervaringswereld uitstekend te verklaren die juist niet goed rijmen met de gebruikelijke aanname van een fysieke werkelijkheid.

We beschouwen onze wereld als een objectieve realiteit, maar is dat zo? De aanname dat de fysieke wereld op zichzelf bestaat, wringt al geruime tijd met de opdracht om de bevindingen van de moderne fysica met het beeld van een objectieve fysieke werkelijkheid te assimileren. Objectieve ruimte en tijd zouden normaal moeten ‘zijn’, maar in onze hedendaagse wereld krimpt ruimte en vertraagt tijd. Objectieve dingen zouden inherent moeten bestaan, maar in onze wereld zijn elektronen uitgesmeerde waarschijnlijkheden die zich op fysiek onmogelijke manieren uitspreiden, tunnelen, superponeren en verstrengelen. Kosmologie voegt er nu aan toe dat ons universum ongeveer 14 miljard jaar geleden uit het niets is opgedoken. Dat is niet hoe een objectieve realiteit zich zou moeten gedragen!

Zijn voorstel onderzoekt de mogelijkheid, een die doorgaans zonder veel nadenken wordt verworpen, namelijk dat de fysieke wereld het resultaat is van een kwantumproces en dus virtueel. Wat hij voorstelt is niet onlogisch, onwetenschappelijk en zeker niet onverenigbaar met de moderne natuurkunde. Het is ook geen modern idee omdat de oorsprong ervan duizenden jaren teruggaat. Zijn voorstel is beslist relevant omdat de moderne fysica heeft ontdekt dat we eigenlijk in een héél vreemde wereld leven.

Denk aan de volgende contra-intuitieve maar experimenteel bevestigde gevolgtrekkingen van de algemene relativiteit:

  1. Zwaartekracht vertraagt de tijd,
  2. Zwaartekracht kromt de ruimte,
  3. Snelheid vertraagt de tijd,
  4. Snelheid doet de massa toenemen,
  5. De snelheid van het licht is een absoluut gegeven.

En de kwantumfysica leert ons ook nog eens uit haar experimenten:

  1. Teleportatie: kwantumobjecten die ‘tunnelen’ door een barrière,
  2. Sneller dan licht communicatie bij verstrengelde deeltjes,
  3. Creatie uit het niets,
  4. Meervoudig bestaan van deeltjes op verschillende lokaties (tweespleten experiment),
  5. Fysieke effecten zonder oorzaak (radioactiviteit).

Whitworth argumenteert luid en duidelijk dat een VR al deze vreemde effecten niet alleen uitstekend verklaart maar zelfs moet vertonen. Zoals bijvoorbeeld een Big Bang te verklaren is als het opstarten van het VR programma ‘Genesis’. Elk VR programma moet een begin hebben dat vanuit zijn bewoners gezien een ontstaan uit het niets lijkt. De maximale snelheid die in ons universum geldt, die Einstein gebruikte in zijn relativiteitstheorie maar niet verklaarde, is het ineens begrijpelijke gevolg van de processorsnelheid van de VR ‘computer’. Zo’n VR verenigt in haar verklaring de kwantumfysica en de relativiteitstheorie, iets wat de fysici na meer dan 100 jaar nog steeds niet gelukt is. Aan het eind van zijn betoog zet Whitworth een zeer overtuigende tabel neer waarin eigenschappen die een VR moet vertonen en daarnaast gezet de eigenschappen die wij in onze ‘fysieke’ wereld tegenkomen stuk voor stuk worden verklaard. Met andere woorden, onze lichamen zijn Avatars. Maar wie bestuurt die?

Kortom, lees zijn paper. Als het lukt met een open geest.

Evolution 2.0

Perry Marshall, computer programmeur en zakenman en internet marketeer, schrijft Evolution 2.0. Hij is geen bioloog en helemaal geen evolutiebioloog die alles wat leeft en groeit wil verklaren vanuit zuiver toevallige mutaties, waarbij er af en toe een gunstige optreedt die overleeft en zijn eigenschappen overdraagt, gecombineerd met het Darwinistisch overleven van het best aangepaste (lees gemuteerde) exemplaar in de populatie.

Marshall bekijkt de levende organismen, zoals de cel, vanuit het standpunt van de programmeur die codeert. Hij komt tot de conclusie dat DNA code is, niet een toevallig tot stand gekomen set instructies, maar een echte code die door de cel wordt gedecodeerd en uitgevoerd.

Hij beargumenteert met veel feitenmateriaal alsmede de informatietheorie van Claude Shannon dat die code met geen mogelijkheid tot stand gekomen kan zijn door toeval. Toeval genereert ruis en ruis vernietigt informatie. Altijd en onherstelbaar.

De mogelijkheid dat de code van DNA plus het vertaalmechanisme in de cel door willekeurige mutaties tot stand komt is astronomisch klein en zou een voorbeeld zijn van spontaan afnemende entropie. Iets wat we nooit waarnemen.

Daarmee lijkt hij op het eerste gezicht zich te scharen bij de aanhangers van ID, Intelligent Design. Maar hij kiest een tussenpositie. Hij ontkent de rol van evolutie door overleven van de best aangepaste niet. Maar het is slechts een van de factoren in de evolutie. En juist een van de minder belangrijke.

Hij zegt dit: als je een code tegenkomt die ook nog geïnterpreteerd en uitgevoerd wordt dan heb je een codeur nodig. Volgens hem is dat de cel. Of de intelligentie die de cel bestuurt. De cel is voor hem een uiterst complex en hoogst intelligent levend wezen dat zich actief en doelgericht aanpast aan zijn omgeving door zijn DNA aan te passen. Mutaties in het DNA zijn dus geen toevalstreffers maar aanpassingen van de cel in haar DNA in een poging om de uitdagingen van de omgeving teweer te staan. Hij draagt een enorme hoeveelheid overtuigend experimenteel bewijsmateriaal aan voor zijn stelling. Maar je gaat je wel afvragen waar zich die intelligentie die de cel vertoont ophoudt.

Consilience: Avatars, de wereld als VR en doelgerichte levende cellen

Als ik die drie uiteenlopende zaken bij elkaar zet dan resulteert dat voor mij in een behoorlijk compleet en logisch samenvallend beeld van de werkelijkheid zoals wij die in het dagelijks bestaan ervaren. Ondersteund door drie pijlers, PSI onderzoek, de fysische eigenschappen die een VR moet vertonen en experimenteel onderzoek aan erfelijkheid, rijst het beeld op van een wereld die zich afspeelt binnen een zeer geavanceerd computer game waarin levende wezens dienen als avatars voor iets dat het best omschreven kan worden als een bewuste geest. Met als doel ontwikkeling – evolutie 2.0 dus – door een voortdurend uitdagende omgeving.

Maar ook met ruimschoots gelegenheid voor plezier en schoonheid als we elkaar dat gunnen. De dood is alleen maar het einde van de avatar, niet van de bestuurder. Als het doel nog niet bereikt is dan pakken we een volgende avatar, reïncarnatie. En wat zegt vrijwel elke nabij-de-dood-ervaarder die het spel even had verlaten om er toch weer in terug te stappen omdat zijn doel nog niet bereikt was? Het ging vooral om liefde, onbaatzuchtige liefde voor de ander. Zonder enige uitzondering.