Kwantumbewustzijn gefalsifiëerd?

Quantumbewustzijn op losse schroeven door ondergronds experiment

Op vrijdag 5 augustus 2022 verschijnt dit artikel met bovenstaande naam in NewScientist. Ik kreeg meteen van twee kanten vragen over wat dit betekent voor de hypothese van het primaire bewustzijn die ik verdedig in mijn boek en op mijn website. Eigenlijk goed nieuws, maar dat zal ik wel even uit moeten leggen.

Het artikel gaat over de zogenaamde Orchestrated Objective Reduction (Orch OR)-theorie van fysicus Roger Penrose en anesthesioloog Stuart Hameroff. Dit is wat deze theorie zegt in het kort:

Er kunnen superposities van kwantumtoestanden ontstaan in je brein, in zogeheten microtubuli (kleine eiwitstructuren in de zenuwcellen in het brein). Een bewuste ervaring vindt plaats op het moment dat die superposities instorten’.

Orchestrated Objective Reduction – Orch OR gefalsifiëerd

Afbeelding uit ‘A review of the ‘Orch OR’ theory’: Microtubules die via de kwantumcollaps informatie verwerken. Dat zou dan bewuste ervaring genereren.

Dit is dus goedbeschouwd een van de theorieën die bewustzijn proberen te verklaren als uiteindelijk een product van de hersenen. Dit keer dan wel als een product van kwantumtoestanden in de hersenen. Het instorten van de superposities – de kwantumcollaps – wordt gezien als fysiek, de superposities zijn alle fysiek – alle mogelijkheden bestaan echt – en gaan dan bij de ineenstorting over in slechts één van alle mogelijkheden, de rest verdwijnt spoorloos in het ‘kwantumniets’.

Als die ineenstorting fysiek is, en dat denken Penrose en Hameroff, dan betekent het een kleine verandering in de totale elektrische lading en volgens de wetten van Maxwell moet er dan een klein elektromagnetisch signaal gegenereerd worden. Dat is dan het signaal wat de onderzoekers, die de Orch OR theorie wilden testen, onderzochten in de diepe grotten van Gran Sasso waar verstoringen van de metingen door kosmische straling zo klein mogelijk zijn omdat die eerst door dikke lagen gesteente heen moeten. Een hoogstwaarschijnlijk kostbaar onderzoek dat opleverde dat de kwantumcollaps geen elektrische signalen genereert. Hiermee is dan een van de basisveronderstellingen van Orch OR gefalsifieerd. Mooi, opgeruimd staat netjes. Eén hypothese minder over de relatie kwantumfysica en bewustzijn. Goed nieuws dus. We hebben er al meer dan genoeg.

Maar de Orch OR theorie heeft volstrekt niets te maken met de hypothese van het primair bewustzijn. Ik hoop dat u dat begrijpt. Orch OR is een loot van de theorieën die bewustzijn proberen te verklaren vanuit het materiële, hier met een snufje kwantumfysica waarbij dat snufje uiteindelijk ook weer een materiële hypothese is. De primair bewustzijn hypothese is dat materie een secundair verschijnsel is dat door dat bewustzijn wordt gecreëerd bij de waarneming. Dat is iets volstrekt anders.

Kan Primair Bewustzijn ook gefalisifiëerd?

Mocht je de hypothese van het primair bewustzijn willen falsifiëren dan kan dat een stuk eenvoudiger en goedkoper dan met een mediageniek experiment diep onder de Gran Sasso. De hypothese van primair bewustzijn is in mijn boek gebaseerd op het begrip informatie. De informatie die een meting of observatie kan opleveren bepaalt hoe het geobserveerde object zich gedraagt of heeft gedragen. Het is steeds duidelijker aan het worden in experimenten dat hoe minder informatie een meting oplevert hoe meer golfgedrag wordt vertoond. Het meest extreme voorbeeld daarvan is het effect dat wanneer gekeken wordt door welke spleet van de dubbelspleet het object ging, het kenmerkende interferentiepatroon, de lichte en donkere banden verdwijnen in een enkele uitgespreide vlek. Nog steeds het resultaat van een golf maar nu van een die door slechts één spleet ging. De onontkoombare conclusie is dan dat het object zich in slechts één spleet gemanifesteerd moet hebben – als antwoord op het feit dat de informatie die we konden verkrijgen daar precies over ging. Dat het om informatie gaat is echter geen bewijs dat het om het bewustzijn van de waarnemer gaat al moeten we ons afvragen of informatie nog wel iets betekent als het niet in ons bewustzijn verschijnt. Maar, net zoals het ineenstorten van de kwantumgolf een elektrisch signaal zou moeten produceren een basisaanname is van Orch OR, is de ineenstorting van de kwantumgolf door beschikbare informatie een basisaanname van het primair bewustzijn. Als we die aanname kunnen falsifiëren dan wordt het lastig voor die hypothese.

De kwantuminformatiewisser kan dat

De kwantum informatiewisser experimenten zijn een goede stap in die richting maar voor het falsifiëren van de informatiehypothese moet er nog iets aan gesleuteld worden. In alle kwantumwisser experimenten gebeurt het onherroepelijk vernietigen van de informatie over de gekozen spleet door een halfdoorlatende spiegel. En laat dat nu net een fysiek onderdeel zijn waarvan elke fysicus, die de Kopenhaagse interpretatie min of meer volgt, vreemd genoeg automatisch aanneemt dat het een uitzondering vormt op de regel dat een fysiek object, als het maar massief genoeg is, de kwantumcollaps teweegbrengt. De kwantumcollaps vindt volgens zo’n fysicus plaats in en door de detector en niet door de halfdoorlatende spiegel of andere optische onderdelen. Mijn suggestie is echter dat de kwantumgolf pas instort op grond van de informatie die beschikbaar is. Dus niet door de detector maar door het vernemen van het resultaat van de detector. Dat wil zeggen dat, als we die informatie pas na het passeren van de detector onherroepelijk vernietigen vóórdat iemand die gezien kan hebben, het interferentiepatroon van lichte en donkere lijnen weer getoond wordt. Zo’n precisie experiment is zonder meer uitvoerbaar in een willekeurig goed uitgerust universitair optisch laboratorium.

Aangepaste kwantumwisser. Het wel of niet wissen van de pad informatie gebeurt hier ná detectie door D3 en D4 en wordt gestuurd door de QRNG toevalsgenerator.© Paul J. van Leeuwen

In het bovenstaande figuur kun je zien dat de kwantumwisser onderdelen – twee simpele schakelaars – zich direct achter de detectoren bevinden. De set-up is een redelijk eenvoudige aanpassing, eigenlijk een drastische versimpeling, van een in 1999 uitgevoerd kwantumwisser experiment op de Maryland universiteit in Baltimore. Dat experiment wordt nogal eens ge- of misbruikt door er-is-alleen-materie fysici om de onzin van de kwantumwisser aan te tonen aangezien het 1999 Maryland experiment een fundamentele fout in zijn opzet had waardoor de conclusie niet gewettigd was. De debunkers gaan dan gemakshalve voorbij aan de correcte én geslaagde kwantumwisser experimenten die naderhand gedaan zijn aan dezelfde universiteit. Voor diegenen die zich willen verdiepen in deze ‘harde’ kwantumwisser verwijs ik naar deze pagina op mijn website of naar hoofdstuk 13: ’Falsifieerbaarheid van het bewustzijnsmodel’ in mijn boek.

Het wachten is dus op onderzoekers die deze kans om de primaire bewustzijn hypothese te kunnen falsifiëren niet voorbij willen laten gaan. Geen Gran Sasso nodig. De NewScientist lezer wacht op ze en ik ook.

Laboratori Nazionali del Gran Sasso, Italië

Wat als ..?

Een goede manier om wetenschap te bedrijven is de vraag ‘Wat als .. ?’ stellen. Doorgaans is dat de eerste stap in een hypothese. De volgende stap in zo’n exercitie is dan onderzoeken op hoeveel onbeantwoorde vragen je daarmee een bevredigend antwoord vindt. Ook de verschijnselen en experimenten die niet kloppen met de hypothese dienen aan bod te komen. Als die niet kloppen kan de ‘Wat als ..?’ aanname verworpen te worden als onmogelijk of onwaarschijnlijk. Vooroordelen dienen daarbij vermeden te worden. Bij elkaar is dat wat ik noem: ‘Onderzoek met een open geest’. Zet de bullshit detector daarom even uit. Die is wel snel maar niet echt betrouwbaar. Denk aan ‘Thinking Fast and Slow’ door Daniël Kahnemann.

Isaac Newton moet op die manier ook een wat-als gedachte gevolgd hebben: ‘Wat als de hemellichamen elkaar aantrekken met een kracht die afhangt van hun onderlinge afstand?’. Een in zijn tijd behoorlijk absurde veronderstelling gezien de vraag hoe een dergelijke kracht door de lege ruimte uitgeoefend kon worden, al hadden we al wel ervaring met krachten op afstand zoals magnetisme. Die kracht-op-afstand kwestie is in feite vandaag nog steeds niet echt beantwoord maar zijn wat-als vraag leverde wel de klassieke zwaartekracht mechanica op die prachtig bevestigd werd door Edmund Halley’s komeet.

The Case against Reality

Een meer recent voorbeeld van wat-als denken en dan kijken of er naast verklaringen aperte conflicten met de harde feiten ontstaan is wat mij betreft ‘The Case against Reality’ van Donald Hoffman. Wat als de werkelijkheid die onze zintuigen ons voorschotelt slechts een constructie is die onze zintuigen er samen met onze hersenen ervan fabriceren? Hoffman is cognitief psycholoog en beargumenteert op overtuigende manier dat onze zintuigen ontwikkeld zijn in een darwinistische evolutie waarin het verschijnen van het meest geschikte organisme – lees hier ook zintuig voor – steeds de beste kansen voor het voortbestaan bood.

Daarvan uitgaande kunnen we het volgende zeggen:

  • Het is niet nodig dat het beeld dat onze zintuigen ons voorschotelen overeenkomt met de werkelijkheid, wat die ook moge zijn. Wat wij zien als gunstig voor ons overleven – een appel aan een boom, een boterham, een glas water – is slechts een vertaling die maakt dat wij zodanig handelen dat wij voortbestaan en kunnen voortplanten, in dit geval het voedsel pakken en consumeren. Vergelijkbaar met een VR programma waar de werkelijke acties in de computer ook verborgen zijn en voor ons vertaald worden in een voor ons begrijpelijk beeld. Het is volstrekt niet nodig dat die vertaling ook de werkelijkheid is, als onze reactie maar adequaat is. Dus hier zien we geen apert conflict met onze ervaringen.
  • Hoffmans idee sluit in grote trekken aan bij het idealisme van Bernardo Kastrup. Onze zintuigen en hersenen, zeg maar ons hele lichaam, zijn volgens Kastrup niet materieel en bestaan niet in een van ons gescheiden toestand.  Het zijn complexe ervaringen die ons bewustzijn binnenkomen via een soort vertaalslag (Kastrup spreekt over een dashboard) en slechts binnen dat bewustzijn ervaren worden. De materiële werkelijkheid als iets dat buiten ons bestaat is een illusie. Ook hier geen aperte conflicten met onze ervaringen, al is daar wel voor nodig dat we onze bullshit detector uitzetten.
  • De vraag wat bewustzijn ­– datgene wat ervaart – is, is niet beantwoord, noch door Hoffman, noch door Kastrup. Het is echter wel de grond waar beider filosofie op rust. Op zich is dat geen argument ertegen aangezien er geen enkele filosofie is waar bewustzijn fundamenteel verklaard wordt. Neurologen komen ook niet verder dan speculeren over een wazige onbegrepen emergentie uit een complex brein zoals mist uit water oprijst, maar dat is beslist geen fundamentele verklaring.

Al met al arriveren we daarmee bij het wat-als idee van het primaire bewustzijn. Materie, en de ervaring ervan, zijn producten van het bewustzijn. Met primair bewustzijn bedoel ik veel meer dan ons dagelijkse waakbewustzijn dat daar waarschijnlijk maar een klein deel van uit maakt. De volgende stap is nu of we met de hypothese van het primaire bewustzijn verschijnselen kunnen verklaren die we tot nog toe niet konden verklaren met het materialistische paradigma – het zogenaamde fysicalisme. Vervolgens moeten we dan natuurlijk ook kijken of er verschijnselen zijn die ermee in tegenspraak zijn. Dat is de wetenschappelijke manier.

Stap 1 – Verklaringen van waargenomen verschijnselen

Welke verschijnselen kan de hypothese van het primaire bewustzijn verklaren waar het fysicalisme het volledig laat afweten, ik noem er hier negen:

  • Kwantumfysica: De kwantumfysica lijkt ons te zeggen dat de informatie die de waarnemer tot zijn beschikking heeft de geobserveerde werkelijkheid in tijd en ruimte creëert. Daar zijn uitstekende argumenten voor. Ik heb daar een heel boek over gepubliceerd. Als de werkelijkheid een constructie is van ons bewustzijn – inclusief onze zintuigen – dan biedt dat een verklaring voor de anders onbegrijpelijke resultaten van de kwantumfysica zoals objecten die op meerdere plaatsen tegelijk kunnen zijn en met elkaar verstrengeld zijn over astronomische afstanden.
  • Relativiteitsdilatatie: De speciale relativiteit zegt dat wanneer wij een bewegend object zoals een raket, een kogel of een elementair deeltje, waarnemen, de meetlatten, of wat daarvoor door kan gaan, in dat object korter worden en de tijd langzamer verloopt naarmate de relatieve snelheid ten opzichte van ons groter is. Dit is door vele experimenten bevestigd. Dit relativiteitseffect is niet te begrijpen vanuit de ideeën van solide permanente materie, vaste ruimte en tijd. Maar als het bewustzijn van de waarnemer de wereld creëert is dat ineens beter te begrijpen. Materie, ruimte en tijd krijgen dan dezelfde eigenschappen als gedachten (James Jeans: ‘The stream of knowledge is heading towards a non-mechanical reality; the Universe begins to look more like a great thought than like a great machine. Mind no longer appears to be an accidental intruder into the realm of matter… we ought rather hail it as the creator and governor of the realm of matter.’.
  • Veldkrachten: Zwaartekracht, elektromagnetische kracht, de sterke en de zwakke kernkracht zijn allemaal veldkrachten. Ze werken op afstand zonder dat er via direct contact kracht overbrengende materie aan te pas komt, zoals bij biljartballen. Als de wereld alleen uit materie bestaat dan zijn veldkrachten eigenlijk niet goed te begrijpen, ook niet via de gekromde ruimtetijd dimensies van de algemene relativiteit van Einstein. Maar als het bewustzijn de werkelijkheid creëert dan worden veldkrachten ook weer niet fundamenteel verschillend van gedachten.
  • Dromen: Al dromend creëren we fantastische virtuele werkelijkheden soms compleet met alle mogelijke zintuigelijke indrukken, zien, horen, voelen, proeven, ruiken. Je ziet kleuren, hoort geluiden, betast voorwerpen. Maar probeer eens zo’n realistische ervaring op te roepen in de waaktoestand (zonder hallucinogene middelen). Probeer de ervaring van het zien van de kleur rood of het oppakken en voelen van de afmetingen en de zwaarte van een voorwerp maar eens op te roepen als een echte beleving. Desnoods met de ogen dicht. Het resultaat is nooit meer dan een flauwe afschaduwing van een echte ervaring. Het verbaast mij altijd hoe weinig verbazingwekkend het wordt gevonden dat we überhaupt kunnen dromen. Als het bewustzijn inderdaad in staat is om de realiteit te creëren dan is dromen niet meer zo verschillend van wat we in onze dagelijkse wereld doen.
  • Blindzien: Nicola Farmer heeft een school opgericht – de ICU-academie – waar kinderen kunnen leren om geblinddoekt te lezen, te tekenen en met ballen te spelen. Nicola leidt ook leraren op die dit aan kinderen kunnen leren. Dit blindzien is door onafhankelijke waarnemers bevestigd en vastgelegd in een reportage. Blijkbaar hebben we onze ogen niet per se nodig om te kunnen waarnemen. Vanuit het idee van het primaire bewustzijn is dit te begrijpen aangezien dat wat de kinderen ‘zien’ de creatie is van het bewustzijn zelf. Blindzien is ook een door neurologen erkend fenomeen, maar die wijten het aan een anders dan normale visuele verwerking die uiteindelijk toch gebaseerd is op de signalen die onze ogen aan de hersenen doorgeven. Dat kan bij deze kinderen niet het geval zijn.
  • Psychokinese (Pk): Pk is in laboratoriumexperimenten bevestigd, al gaat het dan doorgaans om micro-Pk.  Dit is niets anders dan het primaire bewustzijn in directe actie.
  • De NDE (Nabij-de-dood-ervaring): Sinds het boek ‘Life After Life’ van Raymond Moody – uitgekomen in 1975 – is de wereldwijde belangstelling voor de NDE geëxplodeerd en zijn grote aantallen mensen met hun ervaring naar voren gekomen. De Near-Death Experience Research Foundation (NDERF) heeft op haar website sinds 2000 meer dan 5000 ervaringen verzameld. De schatting is dat tussen 3 en 5% van de wereldbevolking een NDE heeft gehad. Het primaire bewustzijn geeft een uitstekende verklaring voor een dergelijk breed gerapporteerd verschijnsel aangezien het primair zijn van het bewustzijn betekent dat het niet afhankelijk kan zijn van een materieel brein en dus – na het overlijden van het lichaam – zelfstandig kan blijven bestaan en waarnemen. De bewering van skeptici dat de NDE neurologisch verklaard is, is – sorry – bullshit.
  • De ADC (After-death-communication): De After Death Communication Research Foundation (ADCERF) heeft sinds het begin van deze eeuw ruim 2000 gerapporteerde ervaringen van contact met kortgeleden overleden geliefde personen en dieren verzameld. Peilingen leveren op dat meer dan 50% van de mensen kort na het overlijden van een partner, kind of geliefd huisdier een ADC-ervaring heeft. Lees ‘The Departed among the Living‘ van Erlendur Haraldsson. Ook dit verschijnsel is prima verklaarbaar vanuit het niet-materieel voortlevend primair bewustzijn.
  • Evolutie: De overheersende neodarwinistische visie op het ontstaan van het leven en de evolutie – alles berust op toeval en het overleven van het geschiktste organisme plus een paar miljard jaar van enkelvoudige lokale mutaties in het DNA – staat op het punt van omvallen. Lees ‘Evolution 2.0’ van Perry Marshall, ‘Evolution: A view from the 21th Century, Fortified’ van James Shapiro of ‘Active Biological Evolution’ van Frank Laukien. Alle leven, van virussen en eencellige organismen tot ‘moderne’ dieren en planten, reageert op uitdagingen van zijn omgeving door actief zijn hele genetische machinerie (niet slechts het DNA) aan te passen. Verbazingwekkend vaak met succes en ook nog eens overerfbaar naar de volgende generaties. Het niet meer de kop in te drukken vermoeden dat hier een intelligente reactie op de ervaringen van het organisme plaatsvindt begint steeds meer aandacht te krijgen. Het primair bewustzijn, aangenomen dat het ook intelligent is (een tamelijk voor de hand liggende veronderstelling), biedt een goede verklaring.

Stap 2 – Conflicten met ervaringen

Zijn er verschijnselen die in conflict zijn met de hypothese van het primaire bewustzijn? Het lijkt op het eerste gezicht (onze bullshit detector) wel zo:

  • De ervaring van soliditeit: De werkelijkheid zoals wij die ervaren is solide. We kunnen niet door een muur wandelen. Als we ons stoten doet dat zeer. Als we vallen raken we gewond. Voorwerpen die ergens zijn achtergelaten blijven daar totdat wij – of anderen – ze weer verplaatsen. Materie verschijnt niet uit het niets en verdwijnt ook niet zomaar in het niets. Dat zou tegen de bekende en bevestigde behoudswetten ingaan.
  • Meerdere waarnemers: Als mijn bewustzijn de wereld en alles daarin creëert dan ontstaat er een probleem met meerdere waarnemers (lees ‘Tom Poes en de Kwanten’ van Marten Toonder, een aanrader).
  • De vrije wil: Waarom – aangenomen dat ik een vrije wil heb – kan ik niet de wereld creëren die ik mij wens. Ik kan geen materie naar wens creëren of laten verdwijnen. Dat laatste kan overigens betwijfeld worden als je het boek – JOTT – van Mary Rose Barrington serieus neemt.
  • Het ‘Kwaad’: Waarom bestaat het kwaad? Op zich is dat niet een fysisch te omschrijven conflict maar desalniettemin een terechte vraag. Als het bewustzijn de wereld creëert waarom dan ook het Kwaad? Die vraag is voer voor filosofen.

Ik hoop dat u inziet dat in alle bovenstaande punten de aanname verborgen zit dat het primaire bewustzijn identiek is aan het individuele dagbewustzijn van de mens. Dat is niet noodzakelijk het geval. Wanneer we die aanname kunnen laten vervallen, verdwijnen alle bovenstaande punten als geldige conflicten waarmee de hypothese van het primaire bewustzijn verworpen zou kunnen worden.

Verder is het bovenstaand niet bedoeld als een pleidooi voor idealistisch monisme, zoals bijvoorbeeld Kastrup voorstaat, en dat het bestaan van materie volledig ontkent. De meeste punten in stap 1 kunnen ook verklaard worden vanuit de dualistische visie dat materie en bewustzijn naast elkaar bestaan en elkaar kunnen beïnvloeden. Iets dat René Descartes in zijn Discours de la Méthode veronderstelde. De vraag die in dat dualisme echter niet beantwoord wordt is hoe die twee intrinsiek verschillende zaken, materie en bewustzijn, elkaar kunnen beïnvloeden.

Conclusie

Deze wat-als exercitie levert wat mij betreft in ruime mate bevestiging op dat de hypothese van het primaire bewustzijn op zijn minst de moeite waard is om serieus te nemen. Al is het vast niet de ultieme wetenschappelijke verklaring van alles, het kan veel verklaren wat vanuit het fysicalistische perspectief gezien domweg onverklaarbaar is en vanwege de algemene voorkeur voor dat perspectief het liefst wordt genegeerd of ontkend.

Nog een boekentip

Through Two Doors at Once van Anil Ananthaswamy. Het twee-spleten experiment, dat door Richard Feynman als de deur naar het begrijpen van de onbegrijpelijkheid van de kwantumfysica wordt genoemd, wordt door Anasthaswamy boeiend en over het algemeen helder behandeld. Van het eerste experiment door Young tot de uitgestelde keus kwantumwisser experimenten. Engels. In de boekhandel € 17,95, bij Parimar Den Haag slechts €7,90.

Wat is ‘echt’? Een kleine oefening in realiteit

Wanneer ik in gezelschap of in een cursussituatie de onderbouwde conclusie trek uit de kwantumfysische experimenten – met name de uitgestelde keus experimenten van John Wheeler – dat wij de realiteit creëren door te observeren dan is de – begrijpelijke – reactie nogal eens dat mensen terugdeinzen voor de onvoorstelbaarheid daarvan. Alsof ik impliceer dat de dagelijkse wereld een illusie is en daardoor niet ‘echt’.  De uitspraak dat de kwantumwereld niet ‘echt’ is bestrijd ik dan doorgaans met de toepasselijke metafoor van de regenboog, die is beslist ‘echt’ en geen illusie maar als je denkt dat daar een materiële boog staat, dan heb je het mis.

De woorden ‘echt’ en ‘materieel’ zijn zo sterk gekoppeld geraakt in onze opvoeding dat ze voor de meeste mensen dezelfde betekenis gekregen hebben. Wat ‘echt’ is dat kun je – bij wijze van spreken – langs een meetlat leggen; wanneer dat niet kan dan is het dus niet ‘echt’.  ‘Echt’ betekent permanent, zonder dat daar een waarnemer aan te pas komt. Ik vraag me dan wel af: Zijn gedachten, dromen, fantasieën dan niet echt? Zijn mijn gedachten pas echt als ik ze in woorden heb uitgedrukt, zoals ik hier nu doe?

Een VR fantasie

Om die automatische – maar aangeleerde – koppeling tussen ‘echt’ en materieel wat losser te maken heb ik de volgende oefening bedacht. Mocht je toevallig in het bezit zijn van een VR bril dan is dat meegenomen maar niet echt nodig. Een beetje fantasie volstaat.

Bewoners verpleeghuizen met VR-bril ‘op bezoek’ in het Rijksmuseum

Stel je voor dat de VR bril voor je klaarligt op tafel, inclusief een paar draadloze oordopjes. Je zet de bril op, doet de oordopjes in en je merkt dat je uitkijkt over een vlakte met frisgroen gras, bloeiende bloemen en hier en daar een struik. Boven je de blauwe hemel met enkele witte wolken die rustig hoog over drijven. Er vliegen vogels over, en je hoort hun geluiden. In de verre verte zie je een indrukwekkende berg die hoog de lucht in torent, een soort super Mount Everest. Er ligt sneeuw op en er hangen wat wolkenslierten om de top.

Dan draai je je 180 graden om. Nu zie je dat je op een plateau staat dat over zee uitkijkt. Beneden zie een strand waar de golven op aanrollen. Nu begrijp je waar dat geruis vandaan kwam. Ver weg op zee vaart een zeilboot. De mensen zwaaien naar je.

Nu de vraag. Waar is die berg die je net nog zag heen? Is die verdwenen? Bestaat die nog? Je draait weer 180 graden en daar is de berg weer. Heb jij die nu net opnieuw gecreëerd? Door te observeren?

Creëren door observeren?

Ik dacht het niet. Die berg stond alleen even niet op het lcd-scherm van de VR bril toen je in de richting van de zee keek, maar hij bestond nog wel degelijk. Hij bestond al die tijd al in het geheugen van de VR software van de bril, klaar om getoond te worden als je je hoofd in de juiste richting draaide. De berg bestaat dus voortdurend als een mogelijkheid om getoond en daarmee gezien te worden.

Dat is wat mij betreft het kwantum idee van de werkelijkheid die wij ervaren. Ik kijk nog even naar de tafel waar de VR bril op ligt. Die wordt op dat moment werkelijk door mijn observeren. Maar hij bestond wel degelijk ‘echt’ voordat ik ernaar keek. Namelijk als een welomschreven stabiel mogelijkheids-golfpatroon in het kwantumveld. Hoe groter het voorwerp, hoe kleiner de relatieve afwijkingen die de kwantumwaarschijnlijkheidsgolf toestaat.  Dat is wat het maakt dat de wereld zo scherp en concreet op ons overkomt. Wat mij betreft ‘echt’ genoeg om voorzichtig te zijn bij het oversteken van een drukke weg.

Geen creatie uit het niets dus

Het is dus niet zo dat wij door te observeren iets creëren uit het lege niets. Het is er al, maar dan in een nog niet gematerialiseerde vorm die ruimte laat voor afwijkingen van de door de Newtoniaanse mechanica voorspelde absolute uitkomsten. Er is uitgerekend dat na 7 of 8 botsingen de beweging van een biljartbal al fundamenteel niet meer te voorspellen is vanwege de exponentieel toenemende Heisenberg onzekerheid. Daarmee is de deterministische mechanische voorspelbaarheid van het universum, á la Laplace, dus omgevallen. We creëren de wereld, maar niet altijd zoals we willen.

Nog niet, tenminste.

Help, ik word uitgezet!

Is mijn computer bewust? Zou die het vervelend vinden om uitgezet te worden? Soms vraag je je dat misschien wel eens af met je vinger op de uitknop. Niet waarschijnlijk, maar toch …..?

Free vector graphic: Computer, Glitch, Laptop, Notebook - Free Image on ...

Het PEAR-laboratorium

Het PEAR-laboratorium – Princeton Engineering Anomalies Research Laboratory – werd in 1979 opgericht door Robert Jahn, hoogleraar in luchtvaart techniek samen met Brenda Dunne, een ontwikkelingspsychologe. In het PEAR-laboratorium werd de bijzondere invloed die de geest zou kunnen uitoefenen op fysieke apparaten, waaronder elektronische generatoren voor willekeurige signalen (REG’s), op allerlei manieren bestudeerd. Hieronder een voorbeeld van de uitkomst van hun experimenten met beïnvloeding van een REG.

De gekleurde grafieken geven de cumulatieve afwijking van de standaard verwachting (fifty-fifty) van de uitvoer van een REG weer. De gebogen lijnen geven de grenzen aan waarbinnen het resultaat binnen de geaccepteerde standaard verwachting van 5% ligt. De rode grafiek is dus een uitstekend voorbeeld van duidelijke invloed van intentie. Maar blijkbaar is een omgekeerde werking van intentie ook mogelijk (blauwe grafiek). Vergelijk onder voor het gedrag van een REG zonder beïnvloeding. De grafiek blijft duidelijk in de buurt van de nullijn.

REG baseline cumulatieve afwijking zonder beïnvloeding

Psyleron

Een van de medewerkers van het lab was Herbert Mertz die zich vooral bezighield met de REG’s die gebruikt werden in de experimenten. Samen met collega’s en vrienden richtte hij in 2005 Psyleron op. Psyleron leverde betaalbare REG kits op QRNG basis (QRNG: Quantum Random Number Generator) met bijbehorende software waarmee iedereen zelfstandig de effecten van de geest op materie zou kunnen onderzoeken. Een van hun meer speelse producten was de Psyleron Mind Lamp, een lamp die van kleur wisselt als de resultaten van de ingebouwde REG even afwijken van de standaard verwachting. Lees vooral de gebruikerservaringen op de Psyleron Mind Lamp pagina.

De Mind Lamp van Psyleron. Verandert van kleur door aandacht, lijkt het. Helaas niet meer te koop.

Het boek ‘The Selection Effect’ van Herb Mertz is een verslag van zijn fascinatie met kwantum nummer generatoren en hoe hij daar invloed op probeert te ontwikkelen. Hij constateert dat hij dat inderdaad kan maar dat die invloed vervliegt zodra het speelse element verdwijnt uit zijn pogingen en hij te serieus wordt. Hij opent zijn boek met een verslag van een experiment dat beslist lijkt thuis te horen in de categorie bijzondere experimentator effecten. Dat experiment is uitgevoerd in 2013 door professor Garret Moddel van de universiteit van Colorado Boulder, een van zijn studenten, James Zhu, en Adam Curry van de Psyleron Company.

De Colorado onderzoeksvraag: Is een machine bewust?

De vraag was of een machine, zoals een QRNG genoemd mag worden, aan ‘voelt’ komen dat hij wordt uitgezet en dat in zijn reactie laat merken. Een QRNG is gebaseerd op een kwantumfysisch proces en de uitvoer ervan, een 0 of een 1 is volgens de kwantumfysica fundamenteel onvoorspelbaar. De enige manier waarop een QRNG kan ‘reageren’ is een afwijking in de gegenereerde rij van enen en nullen. Die rij is dus volstrekt willekeurig, de kans op een 0 – of een 1 – is niet afhankelijk van de serie nullen en enen daarvoor. De kans op een serie van bijvoorbeeld 20 opeenvolgende nullen is kleiner dan 1:1.000.000. De verwachting voor de gemiddelde waarde van een serie enen en nullen is 0,5. Als de afwijking van de verwachte gemiddelde waarde van zo’n serie statistisch significant wordt, kun je spreken van een reactie van de QRNG. Dit is overigens precies wat er gedaan wordt in het Global Consciousness Project. Over de wereld verspreid staan QRNG’s  continu nullen en enen te produceren (de zogenaamde EGG sites) en wordt er real-time gekeken of er belangrijke afwijkingen van de gemiddelde waarde van de bit-rijen optreden en of die gecorreleerd zijn met belangrijke globale gebeurtenissen met aanmerkelijk emotionele impact. En het blijkt dat dat zo is. Op zich al opmerkelijk. En genegeerd in veel academische kringen die nog vastzitten in een puur materialistisch wereldbeeld.

Global Consciousness Project: Cumulatieve afwijking over 12 jaar van de standaard verwachting

Er zijn vele experimenten gedaan om te testen of mensen een negatieve gebeurtenis aan voelen komen. Dat wordt gedaan door proefpersonen die voor een beeldscherm zitten, vijf seconden nadat ze een toets hebben ingedrukt, een afbeelding te tonen. De getoonde afbeelding kan neutraal of emotioneel aangrijpend zijn. Via de QRNG in de computer wordt vijf seconden na het indrukken van de toets een willekeurige afbeelding gekozen en getoond uit een database met evenveel neutrale als emotionele afbeeldingen. Via monitoring van de fysiologische zaken als hartslag en/of huidweerstand kan onderzocht worden of de proefpersoon al vóór het tijdstip dat de QRNG kiest onbewust voelt wat er aankomt. In dit soort voorgevoel experimenten is dat inderdaad aangetoond. Lees het voorgevoel experiment onderzoek van Dean Radin van 2004. Het wordt ook besproken in mijn boek.

De bewaker en de gevangene

Het idee van Garret was dat als een machine met een ingebouwde QRNG iets van bewustzijn bezat, dat deze het onaangenaam zou vinden om uitgezet te worden, en dat die ook, net als die menselijke proefpersonen, een voorgevoel zou hebben en in die laatste paar seconden voor het uitschakelen zou reageren met een meetbare afwijking in de gegenereerde serie nullen en enen.

Het onvoorspelbaar aan- en uitschakelen van de QRNG werd gedaan door een tweede QRNG, de bewaker. Het slachtoffer, de eerste QRNG, is de gevangene. De gegenereerde nullen en enen van bewaker en gevangene werden geregistreerd. Het hele apparaat was uit en te na getest op correct functioneren, er waren ‘nul’-testen gedaan, het experiment kon beginnen. De verwachtingen waren gespannen. Het apparaat werd ‘s avonds aangezet en de volgende dag zouden de resultaten bekeken worden.

En ziedaar, de volgende ochtend bleek dat de ‘gevangene’ kort tevoren al reageerde op de in principe onvoorspelbare tijdstippen dat de ‘bewaker’ de ‘gevangene’ uitschakelde. Statistisch zo significant dat de uitslag niet te negeren was als een toevallige storing in de experimentele opstelling. Had men hier een ontdekking gedaan die over de hele wereld stof zou doen laten opwaaien in universiteiten en laboratoria die onderzoek doen naar bewustzijn en zijn effecten? Nog even wachten was wel verstandig dus en nog maar een nachtje laten draaien. De tweede dag was de uitslag zo mogelijk nog sterker. De derde nacht leverde weer hetzelfde resultaat, de gevangene reageerde steeds kort voordat die werd uitgeschakeld met een significant afwijkende serie nullen en enen.

De serieus wetenschappelijke aanpak

Nu werd het inderdaad hoogst interessant. Mogelijk lag er een publicatie in wetenschappelijke tijdschriften in het verschiet. Maar daar zijn strikte voorwaarden aan verbonden ten aanzien van de testprocedures. Heeft de lengte van het interval tussen uit en aan invloed bijvoorbeeld? De frequentie van de gegenereerde nullen en enen misschien? De manier van uit en aanschakelen? De experimentatoren draaiden aan de knopjes, verdubbelden de frequentie en dan maar weer een nachtje wachten op het resultaat. Het resultaat was nu ineens dat de afwijkingen in het gedrag van de gevangene niet meer vertoond werden. De frequentie halveren dan. Ook nu weer geen resultaat. De frequentie weer op de oorspronkelijke waarde zetten dan. Ook nu bleef het resultaat nul-komma-nul. Het effect was en bleef weg.

Wat was er veranderd?

Het vermoeden van Mertz, en ook het mijne, is dat op het moment dat de experimentatoren ‘echt’ wetenschappelijk aan de slag gingen hun onbewuste verwachtingspatroon zich wijzigde. Met andere woorden, dat de verwachtingen van de experimentatoren in het begin van het experiment, toen onbevangen open nieuwsgierigheid een belangrijke rol speelde en academische wetenschappelijk aantoonbaarheid nog niet zo, veranderd waren in academische doelen. Het was geen spel meer maar ernst. Met een rol spelen bedoel ik dat de experimentatoren met hun verwachtingen de uitkomst van het kwantumproces van de QRNG, de gevangene, beïnvloedden en wel zo dat die significant veranderde in de korte tijd voordat de bewaker de gevangene uitzette.

Naar mijn mening deden de geesten van de onderzoekers, of van minimaal één van hen, twee dingen. De eerste was het voorvoelen van het afsluiten van de gevangene in de toekomst, het tweede de beïnvloeding van de gevangene REG om een reeks bits te produceren afwijkend van de normaal gelijkmatig verdeelde waarden.

Toch geen panpsychisme?

Het panpsychisme, alle materie is bewust, wordt populairder bij de filosofen. Volg de podcasts van Wouter van Noort en Jessica van der Schalk over het mysterie van het bewustzijn. Jammer voor de panpsychisten dat het bewaker en gevangene experiment zo teleurstellend afliep toen de onderzoeksmethoden werden aangescherpt. Maar ik vermoed toch dat het bewustzijn en met name de verwachtingen van de onderzoekers hier een rol speelden.

Wat als de natuur om ons heen fundamenteel bewust is?

Wouter van Noort, NRC journalist schrijft in de NRC, is LinkedIn-influencer en heeft een eigen zondagse nieuwsbrief, Transcend, over wetenschap, toekomst en over onderzoeken die de grenzen van wetenschap laten zien. Hij houdt zich druk bezig met het mysterie van het bewustzijn en signaleert een toenemende belangstelling voor bewustzijn in harde wetenschap en filosofie. Is het primair, is bewustzijn overal in de natuur aanwezig (panpsychisme), is het een kwantumeffect?

Uit een recent bericht van Wouter op LinkedIn:

De kern: onze verhouding met de natuur gaat waarschijnlijk echt een andere fase in, en dat is niets te vroeg. In allerlei vakgebieden doemen radicale ideeën op over de fundamentele verbondenheid van mensen met de rest van de natuur. Het is allemaal nog behoorlijk hypothetisch en er is ook veel kritiek op, maar er begint wel behoorlijk wat te schuiven in het wetenschappelijke denken.

Wouter heeft een gratis nieuwsbrief, Future Affairs. Aanstaande zaterdag zet hij de beste artikelen over onderwerpen betreffende bewustzijn op een rij, plus een samenvatting van de inzichten van het live-event van 29 april jongstleden – NRC Future Affairs Live bij Leiden City of Science 2022 . Abonneer je hier op Wouters nieuwsbrief Future Affairs. Hieronder de YouTube registratie van dit gebeuren (4 uur).

Hoe komen ruimte, tijd en zwaartekracht tevoorschijn uit de kwantumfysica?

In een eerder bericht van mij schreef ik al hoe volgens de Kopenhaagse interpretatie niet alleen materie maar ook tijd gecreëerd wordt door de meting.

Deze keer mijn kanttekeningen bij een bijzonder interessant interview van Steven Strogatz met Sean Carroll geplaatst in Quanta Magazine op 4 mei 2022. Steven Strogatz is een hoogleraar wiskunde, Sean Carroll een kwantumfysicus die zich bezighoudt met kwantumzwaartekracht.

De uitspraken van Sean Carroll in dit interview vond ik uiterst boeiend. Ik neem daarom hier de moeite om op een aantal van zijn uitspraken in te gaan. Het hele interview is hier te lezen. Over het onderwerp – de emergentie van ruimtetijd uit de kwantumwereld heeft hij ook een boek gepubliceerd.

Overigens is Sean Carroll ook een advocaat van de vele-werelden interpretatie van de kwantumfysica. Een hypothese die niet de mijne is. Lees ‘Multiversa en de dubbelspleet‘.

Relativiteit en kwantumfysica

Ten eerste relativeert Carroll het belang van de relativiteitstheorie van Einstein vanuit de positie van de kwantumfysica:

C: ‘Yeah, you know, we think of relativity, the birth of relativity in the early 20th century, as a giant revolution in physics. But it was nothing compared to the quantum revolution that happened a few years later’.

Toch wordt in de speciale relativiteitstheorie al uiterst revolutionair de relatie gelegd tussen tijd en ruimte, tussen energie en materie, al wordt de theorie nog gerekend tot de klassieke fysica. Tijd en ruimte zijn elastisch en relatief ten opzichte van de waarnemer. Dat elastische is beslist niet meer klassiek te noemen. De belangrijke rol van de waarnemer komt al naar voren, al heeft Einstein die ontkend. Je zou kunnen zeggen dat relativiteit de weg heeft voorbereid voor de nog schokkender boodschap van de kwantumfysica.

Kwantumfysica is de echte fundamentele fysica – op elke schaal

C: ‘We’ve accepted that quantum mechanics is a more fundamental version of how nature works. Quantum mechanics is the theory of how the world works. What happens at small scales is that classical mechanics fails. So, you need quantum mechanics. Classical mechanics turns out to be a limit, an approximation, a little tiny baby version of quantum mechanics, but it’s not the fundamental one.’.

Eindelijk iemand die het duidelijk zegt. Kwantumfysica is niet beperkt tot de wereld van het atomaire, het is een fundamenteel correctere beschrijving van de wereld op elke schaal. Klassieke fysica is het speciale geval, die juist goed voorspelt op de schaal van onze zintuigen.

C: ‘And we kind of tend to think of the world in classical terms. Classically, things have positions, and they have locations — positions and velocities. Quantum mechanically, that’s not true.’

De ervaring van de wereld op onze zintuig schaal bepaalt hoe wij over de wereld denken, over wat wij ons kunnen voorstellen. Er zijn dingen, permanent een positie in de ruimte innemend. Maar het is een fout beeld. De wereld zoals wij die ervaren bestaat niet echt zo.

Er is geen procedure die je van de klassieke fysica naar de kwantumfysica brengt

C: ‘So there’s supposed to be, in some sense a map from the space of classical theories to quantum theories, okay? The quantization procedure. This is all a complete fake. I mean, it sort of is a kludge that works sometimes, but this purported map from classical theories to quantum theories is not very well-defined’

We proberen nog steeds de kwantumfysica te begrijpen vanuit een klassieke basis. De basis van de concrete dingen. We gebruikten en gebruiken nog steeds een procedure om de klassieke beschrijving om te zetten naar de kwantumfysische, de kwantisatie. Zo leren fysicastudenten om van de klassieke basis, die ze daarvoor geleerd hebben, over te stappen naar de kwantumfysica. Maar het klopt helemaal niet. Kwantisatie levert oneindigheden op in je vergelijkingen en die konden we nog met mathematische trucs weg normaliseren bij de elektromagnetische krachten. Maar bij de zwaartekracht lukken dat soort trucs niet meer. Kwantisatie levert daar volledige onzin op.

C: ‘But then there’s a whole set of more deep conceptual issues, not only do you not know what to do, you don’t know what you’re doing. Because, with everything else, every other theory other than gravity, it’s very clear what’s going on. You have stuff inside space-time. The stuff has a location, right? It has a point in space, it’s moving through time. Even if you have a field, it has a value at every point in space, etc.’

 Zolang je uit blijft gaan van de klassieke concepten, zoals objecten in ruimte en tijd, gaat het mis. Je weet niet echt wat je aan het doen bent. Je begrijpt het niet.

Vóór de kwantumfysica was het vanzelfsprekend wat een meting was

C: ‘Well, it is, because remember, [..] classically, for a particle, you have a very clear notion of where it is, its location, and how fast it’s moving. And you could measure those things. The whole spookiness of quantum mechanics is that to define what you mean by quantum mechanics; you have to use words like “observation” and “measurement.” That was never true in classical mechanics, you just measure whatever you want, it was perfectly trivial and straightforward. [..] But we don’t understand quantum mechanics. Even though it’s been around for almost 100 years. We don’t agree on what quantum mechanics is saying, because of these weird words like measurement and observation.’

Hier komen duidelijk de grote pijnpunten ter sprake. In de klassieke fysica was het niet nodig om zaken als waarneming en meting te omschrijven, in de kwantumfysica zijn die wel nodig, maar we zijn het er nog steeds niet over eens wat dat nu precies is.

C: ‘So I don’t think that there is any such thing as a position or a velocity of a particle. I think those are things you observe, when you measure it, they’re possible observational outcomes, but they’re not what is — okay, they’re not what truly exists. And if you extend that to gravity, you’re saying that what we call the geometry of space-time, or things like location in space, they don’t exist. They are some approximation that you get at the classical level in the right circumstances. And that’s a very deep conceptual shift that people kind of lose their way in very quickly.’

Er zijn geen dingen met een positie en snelheid. Wat er uit een meting mogelijk tevoorschijn komt is niet dat wat al bestaat. Dat is nogal een uitspraak, niet?  Maar Bohr en Heisenberg hadden dit al gezegd.

Emergentie van ruimte en tijd

Daarna spreekt Carroll over zijn idee dat ruimtetijd emergent is op dezelfde manier als de macroscopische eigenschappen van een gas emergent zijn en voortkomen uit de atomaire eigenschappen waarbij er bij die emergentie niets eigenlijk fundamenteel nieuws ontstaat. Dat heet zwakke emergentie. De ruimtetijd emergentie is ook een zwakke emergentie volgens Carroll. Dat betekent dat er een fundamenteel andere werkelijkheid ligt onder de macrowerkelijkheid en dat we die eerst onder de knie moeten krijgen. Dus niet onze klassieke modellen kwantiseren maar iets heel fundamenteel nieuws opzetten. We moeten daarom afscheid nemen van het klassieke idee van lokaliteit. Dat is de boodschap van verstrengeling. Verstrengeling schendt lokaliteit. Carroll keert dan de vraag om, waarom is er zoveel lokaliteit in het universum dat wij waarnemen als het niet fundamenteel is?

C: ‘Locality is just the idea that if I poke the universe at one point in space-time, the effects of that poke will happen at that point, and then they will ripple out…. So then, if you believe that locality is fundamental like that, then you’re sort of asking this question, why does the universe almost violate that but seem to not quite? That’s the puzzle that we have. It’s “why is there locality at all?”’

Kunnen we dus de werkelijkheid zoals wij die ervaren met haar lokaliteit in ruimte en tijd afleiden uit wat we weten van de kwantumfysica?

C:’ We just have an abstract quantum wavefunction and we’re asking, can we extract reality as we know it from the wavefunction? Space-time, quantum fields, all of those things’
C: ‘So, in the real world, we have, to a very good approximation, the world is run by what we call quantum field theory. Okay, so, the stuff of the world, the particles and the, you know, the forces, etc., all come from fields that spread all throughout space and time and have a quantum mechanical nature.

Ruimte, tijd en verstrengeling

Kunnen we dan via de kwantumgolffunctie de relatie vaststellen tussen non-lokale verstrengeling en fysieke afstand in ruimtetijd?

C: ’Okay, so, the stuff of the world, the particles and the, you know, the forces, etc., all come from fields that spread all throughout space and time and have a quantum mechanical nature. The quantum state of the fields at these two points in space, is it entangled? And then what you can do is take two different points of space-time, at some distance between them, and because there’s still things there, because there still are fields even in empty space, you can say, is there entanglement between these two points of space? And the answer is yes, it is always going to be entangled. And in fact, more than that, if the points are nearby, the fields will be highly entangled with each other. And if the fields are far away, the entanglement will be very, very low. Not zero, but very, very low. So, in other words, there is a relationship between the distance between two points and their amount of entanglement in the lowest-energy state of a conventional quantum field theory. Let me assume, let me put out there as an ansatz [a mathematical assumption], that when the entanglement is strong, the distance is short. And I’m going to define something called the distance. And it’s a small number when the entanglement is large, it’s a big number when the entanglement is small. But the point is that if we follow our nose, if we say we start not with space, but with entanglement, how should it behave? How should it interact?

Kort gezegd, hoe krachtiger de verstrengeling tussen twee punten in de ruimte, hoe dichter ze bij elkaar zijn. Dat is Carrolls hypothese. Met andere woorden, wij ervaren (meten) afstand in de ruimte en tijd via kwantumverstrengeling in het non-lokale kwantumveld! Afstand in ruimte en tijd zijn geen fundamentele begrippen meer. Daarmee wordt de door de waarnemer ervaren elasticiteit in afmetingen in tijd en ruimte die volgt uit de relativiteitstheorie, wat mij betreft een stuk begrijpelijker.

Ik ben benieuwd waar dit heengaat.

Materialisme en zijn desastreuze gevolgen.

Waarom het materialisme de oorzaak is van de rampzalige toestand van de wereld en de mensheid, en wat eraan te doen

Aan het begin van een cursus Kwantumfysica en Bewustzijn voor leerlingen van de Academie voor Geesteswetenschappen in Utrecht poneerde ik bovenstaande uitspraak. Aan het eind van de cursus, de laatste les, werd – terecht – om een toelichting op die uitspraak gevraagd. Dat leidde tot een stevige discussie die niet helemaal bevredigend verliep, waarop ik besloot om mijn standpunt maar eens uitgebreid toe te lichten. Bij deze dus.

Dat materialisme ons naar de afgrond leidt is mijn persoonlijke overtuiging. Onder hard materialisme, ook wel fysicalisme genoemd, versta ik het diepe overtuiging dat de wereld volledig verklaard kan worden met materie en alle interactie tussen materie. Om misverstanden hierover te voorkomen, dit betekent niet dat ik vind dat mensen met zo’n er-is-alleen-materie visie slechte mensen zijn. Materialisten zijn beslist geen slechte mensen met kwaadaardige bedoelingen, maar meestal – in mijn opinie – verkeerd geïnformeerd. Het kunnen heel goed bijzonder aardige, empathische, verantwoordelijke en eerlijke mensen zijn.

Ik zal hieronder in een aantal logische stappen uiteenzetten waartoe materialisme ons leidt en waarom ik dat desastreus acht.

Het materialistisch postulaat en zijn conclusies over de wereld

Zuiver materialisme, gaat uit van het postulaat dat de wereld volledig verklaard kan worden met materie en alle interactie tussen materie. Dat postulaat leidt stapsgewijs tot de volgende logische conclusies:

  1. Bewustzijn kan alleen een product zijn van materie want er is alleen materie. Bewustzijn is daarom een emergente eigenschap van een complex brein.
  2. Dat betekent dat er een complex brein nodig is voor bewustzijn. Alles wat geen complex brein heeft, bezit dus geen of weinig bewustzijn. Hoe minder complex het brein, hoe minder het bewustzijn. De mens heeft het meest complexe brein en daarom ook het meest complexe bewustzijn (op aarde) en is dus superieur aan alle andere vorm van leven.
  3. Bewustzijn, als product van een complex brein, sterft met de dood van het fysieke lichaam en het brein.
  4. Het leven, dus ook bewustzijn, kan alleen ontstaan zijn door louter toevallige combinaties van materie. Leven en bewustzijn zijn daarom een toevallig verschijnsel in een onverschillig universum.
  5. Leven is daarom een in principe louter mechanisch verklaarbaar verschijnsel.
  6. Erfelijkheid, een kenmerk van leven, is een mechanisch verklaarbaar verschijnsel. Wijzigingen in de erfelijke eigenschappen zijn een gevolg van toevallige mutaties.
  7. Evolutie, het geleidelijk ontstaan van steeds complexere organismen, geschiedt door mechanische toevallige effecten. Het meest geschikte organisme heeft de grootste kansen om zijn door mutatie veranderde erfelijke eigenschappen door te geven aan de volgende generatie. De minder voor overleven geschikte erfelijke mutaties sterven automatisch uit.
  8. Hoewel er op die manier zeer complexe organismen kunnen ontstaan, eventueel met bewustzijn, moet dit uiteindelijk op blind toeval berusten. Een andere verklaring is er niet en is ook niet nodig.
  9. Blind toeval, samen met de basis eigenschappen van materie zijn daarom de enige werkelijke factoren in het universum.
  10. Vrije wil is een illusie.
  11. Er is daarom geen doel te bekennen in het universum. Het is zinloos.
  12. Er is ook geen goed en kwaad te bekennen in het universum aangezien goed en kwaad geen eigenschappen van de materie zijn en daar ook niet van afgeleid kunnen worden. Ethiek, ideeën van goed en kwaad, hebben geen materiële basis.

Bovenstaande uitspraken zijn geen overtuigingen van mij maar logische afleidingen van het materialistische postulaat. Dezelfde stellingen kun je terugvinden in de publicaties van Richard Dawkins (The Selfish Gene) en Daniël Dennet (Darwin’s Dangerous Idea). Verder vind je ze terug bij Nederlandse neurologen als Dick Schwaab (Wij zijn ons brein), Ciriel Pennartz (De code van het bewustzijn) en Victor Lamme (De vrije wil bestaat niet).

Alles is geoorloofd in het materialistisch perspectief

Uit de laatste drie conclusies – 10,11 en 12 – die door genoemde aanhangers van de materialistische visie op de wereld volledig onderschreven worden – leid ik dan het volgende af:

  • Elk individueel organisme is daarom volledig vrij om zijn eigen doel te bepalen en te bereiken. Als andere organismen daarbij in de weg staan hebben ze pech gehad.
  • Met andere woorden: alles is geoorloofd. Als andere organismen daaronder lijden is voor het organisme dat dat lijden veroorzaakt alleen van belang als het daar zelf weer nadeel van ondervindt.
  • Liefde, empathie zijn prettige gevoelens maar niet nodig, een luxe.
  • Ongebreidelde sociopathie, machtswellust, hebzucht, uitputting van natuurlijke bronnen, oorlogen, onderdrukking, uitbuiting, uitsluiting van de ander en zelfs het martelen of doden van de ander zijn verdedigbaar in het puur materialistische perspectief. De natuur is niet anders.
Ongelijkheid inkomen in Nederland. © RaboResearch special.

Het kan best zijn dat deze conclusies u tegenstaan. Gelukkig maar. Maar zijn ze onlogisch? Ze ondersteunen wel de ongebreidelde hebzucht die steeds sterkere vormen aanneemt waardoor de sociale ongelijkheid en de concentratie van kapitaal in de wereld steeds sterker alarmerende vormen begint aan te nemen.

The Matter with Things – materialisme deugt niet

Deze welsprekende, haast poetische quote uit ‘The Matter with Things’ van Iain McGilchrist lijkt me hier daarom uitstekend van toepassing:

The business of life then becomes like a dance watched by a deaf person: puzzling, pointless and somewhat absurd. Death becomes just the meaningless end of a life itself without meaning. Goodness becomes mere utility, and suffering just frustration of utility. Eros becomes just lust; longing just want; sleep and dreams an inefficiency that we should do away with if we could; art a toy; the natural world a heap of resource; and wonder merely a measure of our failure, rather than, as I believe it to be, a measure of our insight.

Daarom: Materialisme deugt niet.

Daarbij: Het is niet experimenteel aangetoond. Het is een dogma. Een onbewezen geloof. Het is niet alleen een geloof, maar ook kortzichtig. Materialisme biedt geen geloofwaardige verklaring voor kwantumverschijnselen zoals bijvoorbeeld het waarnemer effect bij de dubbelspleet, verstrengeling aangetoond bij alle Bell experimenten en de beïnvloeding van kwantum toevalsgeneratoren (QRNG) door de intentie van de waarnemer. Wie even met een open geest, die bereid is om de materialistische kijk op de wereld los te laten, nadenkt over hypotheses als decoherentie, multiversa, superselectie en spontane ineenstorting zal kunnen inzien dat dat allemaal niet bijster geslaagde pogingen zijn om de materialistische visie te redden. Overigens heeft de materialistische visie ook geen echte verklaring voor de evolutie van het leven, hetgeen steeds pijnlijker begint te worden gezien de recente ontdekkingen in erfelijkheidsonderzoek waar organismen, eencelligen maar ook meercelligen, actief en intelligent hun eigen erfelijke eigenschappen blijken aan te passen in antwoord op de uitdagingen van hun omgeving.

Nogmaals, dat wil natuurlijk niet zeggen dat materialisten niet deugen. De meeste mensen deugen, ook als ze materialistische opvattingen hebben. Maar dit zegt wel iets over waartoe dit beeld van de wereld uitnodigt. Is het dan vreemd dat we in deze tijd aan de rand van een catastrofe staan, ondanks alle goede bedoelingen van de meeste mensen?

Maar is het primair bewustzijn ook niet gewoon een hypothese?

Inderdaad. Primair bewustzijn veronderstellen is ook een hypothese en omdat het niet experimenteel bewezen kan worden is het net zo goed een postulaat als het postulaat van het materialisme. Maar het is wel zo dat het postulaat van het primaire bewustzijn uitstekende verklaringen biedt voor in de materialistische visie onbegrijpelijke kwantumfysische effecten. Daarom heeft het mijn voorkeur. Een hypothese die geen verklaringen biedt voor experimenteel waargenomen effecten is wat mij betreft een slechte hypothese.

In de kwantumfysica wordt steeds weer bevestigd dat de informatie die een experiment kan opleveren bepaalt waar het onderzochte object opduikt, hoe het zich gedraagt en hoe het zich gedragen heeft. De werkelijkheid gedraagt zich niet materieel maar veel meer als een dynamisch en interactief veld van potentie. Informatie inclusief haar betekenis is typisch iets dat zich in het bewustzijn ophoudt. Dat effect, de waarnemer manifesteert middels zijn waarneming het waargenomene, is alleen goed verklaarbaar als bewustzijn veel meer is dan een emergent verschijnsel van materie.

Als we ervan uitgaan dat bewustzijn primair is en materie een uiting is van dat bewustzijn ontstaat een heel ander beeld, verliest het materialisme zijn overtuigende kracht en kunnen we hopelijk aan de slag gaan om een wereld te creëren die niet – zoals het er nu uitziet – op de afgrond afstormt.

Paul J. van Leeuwen, Den Haag april 2022

Cursus Tijd & Licht in De Coenen – Amsterdam

Naast een cursus kwantumfysica en bewustzijn geef ik ook een vijfdelige cursus over Licht, tijd en ruimte. Op dit moment wordt die gegeven in Tilburg, maar dat is voor veel mensen nogal ver weg, zeker als je in Amsterdam of nog verder weg woont. Daarom is er een initiatief gestart om deze cursus in het najaar in activiteitencentrum De Coenen in Amsterdam aan te bieden voor een aantrekkelijke prijs. Voordat die daadwerkelijk ingepland wordt, willen we eerst de belangstelling peilen. Die kun je, vrijblijvend, aangeven via info@decoenen.com. Lees ook de betreffende CoenenMail van 23 Maart. Op de 2e pagina van de CoienenMail vind je de info.

Klik op bovenstaande afbeelding om de hele pdf te downloaden

Voor de inhoud van de cursus Tijd & Licht, zie:

Kwantumfysica, Licht, Tijd en Ruimte

De inhoud van mijn cursus Tijd & Licht is in een boekje gevat dat uitgegeven is door uitgeverij Obelisk in de Gulden Ratio reeks. Dat is handig, vooral in deze tijd van corona, om rustig thuis de inhoud van deze cursus in je op te nemen.

Achterflap

We denken allemaal te weten wat tijd is maar probeer het maar eens uit te leggen aan iemand die er nog nooit van gehoord heeft. We ervaren de tijd als verandering, maar de mate van verandering meten we dan weer met de tijd die daarvoor nodig is… Tijd lijkt voor ons altijd dezelfde richting op te gaan maar in de klassieke natuurkunde heeft de tijd geen richting. De tijd in bewegingsvergelijkingen kan namelijk zonder probleem omgekeerd worden. Wij ervaren verleden en toekomst echter als niet uitwisselbaar en we herkennen dus onmiddellijk wanneer een film in de omgekeerde richting wordt afgespeeld. Blijkbaar kennen wij aan de tijd wel een richting toe die in de klassieke natuurkunde niet bestaat.

In de kwantumfysica blijkt de tijd echter niet omkeerbaar, zonder dat dat consequenties heeft voor de uitkomst. Maar licht is ook raadselachtig als we er goed naar kijken. Newton dacht dat het kleine gekleurde balletjes waren maar zijn tijdgenoot Huygens dacht eerder aan golven en uiteindelijk hadden ze allebei zowel gelijk als ongelijk. Maxwell liet zien dat licht een elektromagnetisch verschijnsel is dat zich golfvormig voortplant. Einstein introduceerde het pakketje licht, het kwantum van licht, ofwel het foton, reden waarom we nog altijd met een onverenigbare voorstelling van zaken zitten. Einstein liet daarnaast ook zien dat de constante snelheid van het licht onze waarneming van tijd en ruimte ingrijpend verandert.

In dit boekje leggen we het verband tussen licht, tijd en ruimte nog eens onder het vergrootglas.

Cursus Tijd & Licht start op 10 maart op locatie.

Op 10 maart gaat de cursus Tijd & Licht van start bij de Hovo Brabant. Gelukkig op locatie, het Factorium in het centrum van Tilburg op 15 minuten wandelen vanaf het centraal station. Voor informatie over de inhoud zie hier.

Inschrijven is nog mogelijk. Aanmelden bij Hovo Brabant.

Bij de cursus hoort een boekje in de Gulden Ratio reeks, Kwantumfysica, Tijd, Licht en Ruimte, uitgegeven door Obelisk Boeken in Breda. De verwachting is dat het online te bestellen is vanaf begin maart. Maar bij de cursus krijgt u ook een pdf die u zelf kunt downloaden. Het internet adres (URL) voor de download krijgt u bij aanvang van de cursus.