Non-dualiteit, tijd en de kunst van het geluk

En als de verbeelding de vormen van dingen baart die we niet kennen, zet de pen van de dichter ze om in gedaanten en verleent hij een vluchtig niets een plek om te wonen en een naam.

William Shakespeare

Een zeer bijzondere pottenbakker

Rupert Spira is van opleiding een pottenbakker. Hij is eerst afgestudeerd aan de West Surrey College of Art en heeft het pottenbakken geleerd bij de Wenford Bridge Pottery. Zijn werk is onder andere geëxposeerd in het Victoria & Albert Museum en in de Sainsbury Collection.

Poem Bowl – 2003 © Rupert Spira
Large open stoneware bowl, with poem inscribed through black pigment onto a white glaze, this covering entire exterior and interior surfaces.

In harmonie met de natuur en het menselijk bewustzijn

Maar hij maakt niet alleen mooi aardewerk. Hij kreeg spiritueel onderricht van onder anderen Raman Maharshi en Francis Lucille en leerde aldus de non-dualiteit kennen. Hij heeft zich ontwikkeld tot spiritueel leraar en heeft een aantal boeken gepubliceerd over de non-dualiteit die het beste vertaald kan worden in ‘er is slechts één bewustzijn’.

Enige titels:

  • Being Myself,
  • The Essential Self,
  • A Meditation on I Am,
  • Being Aware of Being Aware,
  • The Nature of Consciousness.

Rupert organiseert regelmatig bijeenkomsten waar hij non-dualiteit onderwijst. Bronnen: Advaita Vedanta, Kashmir Shaivisme, Hindoeisme, Boeddhisme, Christelijke mystiek, Sufisme, and Zen.

Spira werkt voortdurend aan het onderzoeken van de aard van de geest en de werkelijkheid door middel van zijn filosofie en aardewerk. Het aardewerk is het resultaat van de wens van de kunstenaar om elegante stukken te maken, in harmonie met de natuur en het menselijk bewustzijn.

De reden dat hij besproken wordt op een website over kwantumfysica en bewustzijn is dat hij net als ik, maar dan wel via een volledig andere weg, tot de conclusie is gekomen dat onze ervaring van de wereld het best uitgelegd kan worden door aan te nemen dat er maar een bewustzijn is waarvan wij allemaal fragmenten van zijn.

The Nature of Consciousness and Time

In dit interview van ManTalks brengt Spira op een ontzettend begrijpelijke en sympathieke manier zijn boodschap: de mythe van het materialisme, de mythe van de gescheidenheid, als oorzaak van onze huidige situatie in de wereld. Alles is één. Tijd en ruimte zijn ervaringen die het ene bewustzijn zichzelf, zijn individuele fragmenten, aanbiedt. Wat mij betreft van begin tot eind een feest. De kwantumfysica wordt – terecht – slechts heel even terzijde genoemd.

Rupert Spira – The Nature Of Consciousness And Time © ManTalks

De ervaring van ononderbroken eenheid

Heel toepasselijk in de context van de kwantumfysica, en ook wat Rupert Spira zegt over de ononderbroken eenheid van alles, is dit gedeelte uit de lezing van professor Kurt Dressler, hoogleraar moleculaire spectroscopie aan de ETH Zurich, op de Mystics and Scientists conferentie van 1997:

De kwantumtheorie beschrijft de wereld als een ononderbroken geheel dat niet uit delen bestaat. Ons bewustzijn kan de wereld analyseren en in stukken snijden, en het kan dit op veel verschillende manieren doen, bijvoorbeeld in afzonderlijke objecten, in zelf en niet-zelf, in geest en materie, kracht en substantie, ruimte en tijd. Ons bewustzijn kan de kosmische gebeurtenis van het quasi-simultaan ontstaan, de evolutie en het voortbestaan van het universum opdelen in een opeenvolging van ogenschijnlijk afzonderlijke momenten, verspreid langs een coördinaat die 'tijd' wordt genoemd: de ontvlechting van een essentieel, waar en ononderbroken geheel of eenheid. Voor onze geest lijkt de werkelijkheid te bestaan uit individuele objecten. Maar een wetenschappelijk complete natuurkundige theorie [van geïsoleerde objecten] is het tijdelijke product van in filosofisch  opzicht zelfingenomen fysici.

De gehele lezing van Dressler is terug te vinden in de lezingenbundel ‘The Spirit of Science – From Experiment to Experience’, hoofdstuk 4 – ‘The experience of Unity’.

En een hele positieve bespreking van mijn boek in Civis Mundi

In Civis Mundi – Tijdschrift voor Sociale Filosofie en Cultuur – van augustus 2012 staat een een uitzonderlijk uitgebreide en diepgravende bespreking van mijn boek. Ik wil hier graag het eindoordeel van de schrijver aanhalen:

Dit is het eerste boek dat ik gelezen heb over de kwantummechanica waarbij ik achteraf niet met allerlei onbeantwoorde vragen bleef zitten. Hypothesen, experimenten en conclusies zijn uitvoerig en duidelijk beschreven en van commentaar voorzien, en Van Leeuwen geeft tussendoor aanwijzingen voor verdere studie.

Materialisme gaat hier gillend onderuit

© Maarten Ruijters

De kwantumfysica is een groot probleem voor diegenen die de materialistische visie van de wereld uitdragen. Experimenten, zoals Bell testen en uitgestelde keus experimenten, laten dat keer op keer zien en de fysici wringen zich in bochten om de uitkomsten ervan nog in materialistische theorieën te kunnen passen, hetgeen ze eigenlijk niet echt lukt zonder metafysische aannamen, zoals een spookachtig non-lokaal kwantumveld waaruit spontaan materie tevoorschijn springt en weer in verdwijnt.

Ik heb het op deze website doorgaans over de kwantumfysica en hoe die strijdig is met het materialistische paradigma. Zolang we daaraan vasthouden komen we in paradoxen terecht. Er is nu een nieuwe uitdaging bijgekomen voor dat materialistische paradigma. Daarom schrijf ik daar graag over in mijn kwantumfysica en bewustzijn berichten.

DNA, functie en vorm

DNA was sinds zijn ontdekking in 1953 dé verklaring voor erfelijkheid, dus ook de verklaring voor alle facetten van de levende natuur, ook voor de vorm en het functioneren an levende wezens en planten. Dat is nu, via experimenten met eenvoudige levensvormen, een simpel wormpje, letterlijk op zijn kop gezet. In het Michael Levine laboratorium is uitputtend onderzocht hoe de vorm van levende wezens wordt beïnvloed door de elektrische velden in het organisme te beïnvloeden.

In DNA is de aanmaak van de eiwitten gecodeerd die het levende wezen nodig heeft om te functioneren. Maar hoe de vorm tot stand komt, hoe specialistische cellen precies daar gaan zitten waar ze nodig zijn is nog een onbeantwoorde vraag. Hoe symmetrie tot stand komt is nog steeds een volslagen raadsel. Waarom zit mijn neus van voren en niet opzij?

Cellen communiceren elektrisch

Hoe werken de cellen van het organisme samen om iets te maken zoals je gezicht? En ook niet onbelangrijk, hoe weten ze wanneer ze moeten stoppen? Wat regelt dat programma? Het blijkt dat die samenwerking geregeld wordt via een elektrisch veld, of dat daar in elk geval een elektrisch veld bij komt kijken. Cellen communiceren met elkaar via elektrische signalen. Bij een groeiend embryo wordt er gecommuniceerd welke cellen welke functies gaan vervullen. Een elektrische communicatietaal dus.

In het Michael Levine laboratorium is de techniek ontwikkeld om deze elektrische velden te bekijken in levende embryo’s. Niet alleen dat, ze zijn ook in staat om met het manipuleren van die elektrische velden de ontwikkeling van het organisme een andere richting uit te sturen. Dat hebben ze, onder andere, gedaan met een simpel diertje, de platworm (planaria). Dat diertje is al redelijk complex, het heeft een kop met ogen en een brein, een romp en een staart. Het beestje is ook uitbundig regeneratief, tot verdriet van aquariumbezitters. Je kunt het in honderd stukjes hakken en elk stukje ontwikkelt zich tot een nieuwe perfecte complete planaria. En als het nieuwe beestje compleet is dan stopt de ontwikkeling. Elk stukje moet dus de complete informatie over de vorm van de hele worm bezitten. Men nam tot nog toe aan dat die informatie in het DNA zat.

Planaria Torva © Holger Brandl, HongKee Moon, Miquel Vila-Farré, Shang-Yun Liu, Ian Henry, and Jochen C. Rink

Het Michael Levine lab ontdekte dat bij de vormontwikkeling een elektrisch veld betrokken blijkt te zijn. Waar de kop en waar de staart komt hangt af van een elektrische gradiënt die afloopt van kop naar staart. Het lab leerde hoe het deze gradiënt kon beïnvloeden in de cellen zelf. Er werd geen uitwendig elektrisch veld werd aangelegd. Het resultaat was platwormen met twee koppen, of juist met twee staarten.

© Michael Levine Lab

Het zit ‘m niet in het DNA

Tweekoppige planaria © Michael Levine Lab

En nu komt het werkelijk verbazingwekkende. Als je zo’n tweekoppige planaria in stukjes hakt regenereert elk stukje weer tot een nieuwe tweekoppige planaria. Bedenk nu dat er aan het DNA van het beestje niets is veranderd! Het bouwplan zit dus NIET in het DNA!

In onderstaande fascinerende TedTalk heeft Levine het nota bene over morfogenetische velden die de bouw van het diertje sturen. Bevestiging van de morfogenetische velden van Rupert Sheldrake?

Dit werkt niet alleen in platwormen. Levine laat in de TEDTalk voorbeelden zien van kikkervisjes met extra ogen op hun darmuitgang waarmee ze nota bene ook kunnen zien, extra hartjes, en extra zwempoten. Ze hebben zelfs, zonder aan het DNA te sleutelen, klompjes cellen gemaakt die intelligent gedrag vertonen, zoals de weg door een doolhof kunnen vinden.

Hier gaat een belangrijk geloofsartikel van het materialistische paradigma – wij zijn ons DNA – volslagen onderuit.

Elektrische vorm en functie van organismen en van kristallen

Naar aanleiding van deze resultaten van het Michael Levine lab stelt Michael Clarage, iemand die zich meer bezighoudt met de rol van elektriciteit op minstens de schaal van planeten en zonnestelselsels, dat elektriciteit blijkbaar ook bij de ontwikkeling van vormen op de menselijke schaal en daaronder een belangrijkere rol speelt dan werd gedacht. Ook de manier waarop kanker groeit krijgt de aandacht.

Michael Clarage: Electrical Shaping of biology
Michael Clarage: Electrical Form and Function

De link met de kwantumfysica

Dat morfogenetische veld manifesteert zich in de beschreven experimenten als een elektrische gradiënt maar hoeft dat zelf niet te zijn. Dat kan correlatie zijn. Als deze experimenten aantonen dat vorm en functie van organismen een gevolg zijn van de werking van dit morfogenetische veld, dan kan dat natuurlijk probleemloos uitgebreid worden naar alle organismen. Waarom zou planaria een uitzondering zijn? Ligt het niet voor de hand om te veronderstellen dat vorm en functie van alles, ook het anorganische, het gevolg is van een dergelijk veld. Michael Clarage noemt in ‘Electrical Form and Function’ al kristallen, planeten en zonnestelsels. In dat geval is de kwantumtoestand van atomaire objecten als een electron, proton, atom, enzovoorts, waarschijnlijk ook niets anders dan dit morfogenetische veld. Kwantumtoestandsgolven zijn dan gewoon elementaire vormen van dit veld. Zo hebben we dan toch weer de link gelegd naar de kwantumfysica. En informatie.

Een ultrakorte introductie in de kwantumfysica

Onlangs deed ik een online presentatie voor een publiek waarvan ik wist dat ik het niet moest gaan hebben over elektronen, fotonen en dubbele spleet experimenten en wat dies meer zij. Toch wilde ik het voor elkaar krijgen dat de deelnemers een voor hen bruikbaar inzicht kregen in wat de kwantumfysica ons te zeggen heeft over de wereld en hoe die het idee van een niet van onze materiële brein afhankelijk bewustzijn ondersteunt. Dat lukte wonderwel, gezien het commentaar en de vragen. Vandaar dat ik deze introductie hier ook plaats als bericht. Ik begin met een paar definities.

Deeltjes

Als we praten over deeltjes, waar praten we dan over?

  • Een deeltje is een concept dat stamt uit de klassieke Newton fysica. Dat wil zeggen dat het een model is en daarom niet per se de exacte werkelijkheid hoeft te zijn. Hetgeen volgt is dus slechts de definitie van dat concept. Maar wel een dat we doorgaans gebruiken als we denken en praten over de werkelijkheid.
  • Een deeltje is een object waar alle materie ervan zich binnen de grenzen ervan bevindt. Het heeft duidelijke grenzen.
  • Een deeltje heeft een exacte locatie en snelheid.
  • Materiële werkelijkheid bestaat uit deeltjes en hun interacties.
  • Deeltjes kunnen niet door elkaar heen gaan, ze botsen en stuiteren meestal terug of blijven aan elkaar vastzitten.
  • Deeltjes bestaan in plaats en tijd maar zijn daar geen deel van.

Golven

Als we praten over golven, waar praten we dan over?

  • Een golf is een bewegende excitatie van een samenhangend medium.
  • Een golf heeft geen grenzen. De grenzen zijn die van het medium. De grenzen van een golf in de oceaan worden gevormd door het omringende vasteland.
  • Een golf heeft snelheid en frequentie, maar geen precieze locatie
  • Dat een golf geen grenzen heeft betekent dat de golf overal in het medium aanwezig is. Elke golf in de oceaan bestaat in de hele oceaan.
  • Een golf is niet iets anders dan het medium. Het is het medium in een toestand van excitatie.
  • Golven botsen niet maar lopen door elkaar heen. Hun uitwijkingen kunnen op elk moment worden opgeteld bij elkaar waardoor meer complexe golven kunnen ontstaan. Zelfs staande golven.

Golven en deeltjes

Golven en deeltjes zijn dus volslagen verschillende concepten. Beweren dat iets tegelijkertijd een golf en een deeltje is, is wat mij betreft daarom verwarrend, war-taal dus. Trap er niet in.

De kwantumgolf is een niet-materiële golf

Een geluidsgolf is een goed voorbeeld van een materiële golf met de lucht als samenhangend medium. Idem voor een golf in water. De kwantumgolf en zijn medium lijken daarentegen niet materieel te zijn, gezien het volgende:

  • De mathematische dimensies van de fysische eigenschappen van de kwantumgolf bestaan niet in onze 3D realiteit.
  • De niet materiële kwantumgolf van een object verschaft ons de waarschijnlijkheid om dat object als deeltje waar te nemen wanneer we onze aandacht richten op een zekere locatie op een zeker moment in tijd.
  • Zo’n waarneming ten gevolge van gefocusseerde aandacht wordt door fysici een ‘meting’ genoemd. Fysici zijn het er in dit verband trouwens niet over eens wat een exacte definitie van een meting is. Het resultaat van een meting is zonder uitzondering iets dat, onafhankelijk van gebruikte instrumenten, een ervaring is in ons bewustzijn.
  • Dat de kwantumgolf een waarschijnlijkheidsgolf is, suggereert sterk dat de kwantumgolf iets is dat zich niet in de materiële werkelijkheid afspeelt maar in onze geest. Waarschijnlijkheden zijn geen materie. Het zijn getallen.
  • Het medium waarin een niet-materiële golf zich voortplant moet samenhangend zijn. Een goede kandidaat voor een samenhangend niet-materieel medium is natuurlijk de geest.
  • Voorafgaand aan de ‘meting’ – de waarneming – bestaat het waargenomen deeltje niet. Dit is in vele experimenten bevestigd en is daarom een belangrijke bron van ongemak bij veel fysici. Dat ongemak is dan weer de bron van bij kritische beschouwing inconsequent en/of absurd blijkende interpretaties – zoals bijvoorbeeld de multiversum hypothese – die proberen dit verschijnsel materialistisch te verklaren.
  • Er is geen enkele reden bekend waarom de manifestatie ten gevolge van de waarneming – de kwantumcollaps – beperkt zou zijn tot atomaire dimensies. Dat wij de wereld als permanent aanwezig ervaren is geen bewijs dat dat zo is. De statistische waarschijnlijkheid dat mijn bureau de volgende keer dat ik het observeer op dezelfde plaats staat is zo dicht bij de 100% dat ik me daarover absoluut geen zorgen hoef te maken. Elke keer dat ik kijk staat het – materialiseert het – precies op de plek waar ik het verwacht.
  • Aangezien de kwantumgolf zelf geen grenzen heeft – dat is een basis eigenschap van een golf – kan elk object in principe op elke locatie in het universum materialiseren al is de waarschijnlijkheid uiterst klein. Dat klinkt wellicht vergezocht maar het is de basis van het zogenaamde kwantumtunnel effect waarbij objecten aan de andere kant van een ondoordringbare barrière verschijnen zonder dat ze er doorheen gegaan kunnen zijn. Dat effect is bekend sinds 1927 en ligt aan de basis van kernfusie, alle halfgeleidertechniek en ook van de efficiency van het metabolisme van dieren en planten, iets dat ontdekt is aan eind van de 20e eeuw. Kwantumtunnelen kan zelfs sneller plaatsvinden dan de snelheid van het licht.
Quantum Tunnels Show How Particles Can Break the Speed of Light – Quanta Magazine october 2020

Conclusie

Een waarneming lijkt dus de manifestatie van het waargenomene te veroorzaken. Dat hoeft overigens geen oorzaak-gevolg relatie te zijn. Het is denkbaar en zelfs geloofwaardig dat waarneming en manifestatie identiek zijn, dat ze zich beiden afspelen in de geest. Maar hopelijk is het u enigszins duidelijk geworden hoe de kwantumfysica het idee van een bewustzijn dat onafhankelijk van ons brein bestaat en kan voortbestaan niet tegenspreekt en zelfs ondersteunt.

Voor de mensen die als bezwaar aantekenen dat het dan voldoende zou zijn om voor een aanstormende bus of trein simpel de ogen te sluiten heb ik dit antwoord: trein en bus zijn macro objecten, samengesteld uit enorme aantallen atomen. Daarvoor geldt net zo goed dat zolang ze niet waargenomen worden een niet-materiële waarschijnlijkheidsgolf zijn. De waarschijnlijkheid dat je geraakt wordt door die bus is 99,999999999999 % (of nog dichter bij 100%). Ogen sluiten helpt dus niet, waarbij ook niet vergeten dient te worden dat we nog wel meer soorten zintuigen hebben dan ogen. Tenslotte is de bestuurder van de bus ook een waarnemer natuurlijk. In de filosofie heet een dergelijke opvatting over de werkelijkheid Idealisme.

Bovenstaande is een uiterst beknopte samenvatting van mijn visie als fysicus op de betekenis van de kwantumfysica. Als u (veel) meer wilt weten moet ik u naar mijn website of mijn boek verwijzen.

Het bewustzijn in de beklaagdenbank

De ‘code’ van het bewustzijn

Er is weer een nieuw boek van een neurowetenschapper: ‘De code van het bewustzijn’ met de vaker gebrachte boodschap dat ons bewustzijn een hallucinatie is, een product van ons brein. Maar – dat wordt gelukkig in het artikel in de NRC wel toegegeven – het is wel meer dan de activiteit alleen van de zenuwcellen. Het is een patroon in een patroon in een patroon van hersenactiviteit. Het oude liedje van het emergente bewustzijn in een nieuw verfje, zo klinkt mij dat tenminste in de oren. Het boek is geschreven door Cyriel Pennartz, een hoogleraar in de neurowetenschap, die een van de leiders is van het Europese Human Brain Project. Van zo iemand kun je natuurlijk verwachten dat hij er sterk van overtuigd is dat een elektronische kopie van een menselijk brein bewustzijn zou moeten kunnen voortbrengen. Van een journalist verwacht ik toch wel een wat kritischer opstelling.

De code van het bewustzijn

Als je een boodschap maar genoeg herhaalt dan gaat een aanzienlijk gedeelte van de ontvangers deze gewoon geloven. Kijk maar eens naar Donald Trump, pakweg 43% van de mannelijke inwoners van de VS geloven op dit moment dat er grootschalige stemfraude bij de presidentsverkiezingen is gepleegd. De rest is juist verbijsterd over een dergelijk geloof, aangezien dat alleen overeind kan blijven als je de feiten volstrekt negeert. Zo werkt dat blijkbaar ook met de ‘wij zijn ons brein’ boodschap. Het is een geloof. Geverifieerde feiten worden volslagen genegeerd. Hele volksstammen geloven erin. Nou mag dat natuurlijk, maar het is wel een geloof met grote consequenties voor de wetenschap, de mensheid en haar toekomst.

Een rechtszaak

Stel dat het vraagstuk van de oorsprong van het bewustzijn het onderwerp van rechtspraak zou zijn. In zo’n fictieve case wordt het bewustzijn ervan beschuldigd zich voor te doen als een objectief bestaand iets terwijl het volgens de aanklacht slechts een hallucinatie van onze neuronen is. Het bestaansrecht ervan als oorspronkelijk fenomeen is volgens die aanklacht dubieus en ongegrond. Gelukkig zijn er feiten aan te dragen, zowel voor en tegen het bewustzijn als een product van onze neuronen. Laten we het bewustzijn dus eens in de beklaagdenbank zetten, en dan de rechter vragen om op juridische wijze een uitspraak op grond van geconstateerde feiten te doen.

De aanklager:

Edelachtbare, als ik een klap op mijn hoofd krijg verlies ik mijn bewustzijn. Als ik flink wat alcohol drink dan gaat mijn bewustzijn zich minder goed gedragen. Als ik dement word en mijn hersenen worden aangetast vergeet ik wie ik ben en wie mijn echtgenoot is. Met een dosis LSD of DMT heb ik de meest fantastische hallucinaties. Dat zijn allemaal voorbeelden waarin de samenhang en/of de chemie in mijn neuronen wordt aangetast. Ik ben mijn brein. Mijn bewustzijn doet alsof het echt is, maar het is slechts een illusie.

De verdediging:

Edelachtbare, het naar voren gebrachte is volstrekt geen afdoende bewijs dat het bewustzijn door de hersenen wordt geproduceerd. De correlatie van het elektrische gedrag van neuronen met gedachten en sensaties is aangetoond maar een correlatie is geen causale relatie. Dat er doorgaans veel brandweerlieden aanwezig zijn bij een brand betekent niet dat hun gezamenlijke aanwezigheid branden veroorzaakt. Dat de hersenen een rol vervullen bij ons bewustzijn staat buiten kijf maar het is goed verdedigbaar dat de hersenen slechts een werktuig van het bewustzijn zijn om interactie te kunnen hebben met de wereld, een ontvanger dus met een geavanceerd filter. Als ik een flinke mep geef op mijn iPhone dan stopt die er ook mee, maar de inhoud die klaar stond om getoond of afgespeeld te worden is er nog steeds. Als ik een nieuwe iPhone koop en installeer dan komt die inhoud weer netjes tevoorschijn. Verder is via fMRI onderzoek aangetoond dat bij het gebruik van middelen als LSD en DMT de neuronale activiteit juist afneemt terwijl de intensiteit van de hallucinatie toeneemt. Dit weerspreekt het idee dat de hersenen die intense belevingen produceren en ondersteunt meteen de filter hypothese. Tenslotte kun je je ook afvragen wat het is dat die illusie beleeft. Die neuronen?

De aanklager:

Edelachtbare, het bewustzijn doet zich hier blijkbaar voor als iets dat buiten het fysieke lichaam bestaat en daarmee op ons onbekende wijze communiceert. Dat is gezien de huidige wetenschappelijke kennis niet mogelijk. Voor zover wij weten is er alleen maar materie en energie, en kan er alleen energieuitwisseling tussen materie plaatsvinden. Er is nog nooit een niet belichaamd bewustzijn in het laboratorium aangetoond. De Cartesiaanse dualiteit, een onstoffelijke geest in een stoffelijk lichaam, is een foute voorstelling van zaken geboren uit achterhaalde religieuze overtuigingen. Ik denk dat de ik die dat denkt een illusie is.

De verdediging:

Edelachtbare, als de aanklager denkt dat zijn denkende ik een illusie is dan vraag ik me af waarom we naar een illusie moeten luisteren. En dat iets niet in een laboratorium is aangetoond is geen bewijs van het niet bestaan van een niet belichaamd bewustzijn. Het meetinstrument dat daarvoor nodig zou zijn is er ook nog niet, voor zover bekend. De enige bekende manier om bewustzijn waar te nemen is een bewustzijn. De huidige wetenschappelijk kennis is noodzakelijkerwijs onvolledig en gebaseerd op materialistische modellen waarvan in het verleden de juistheid telkens weer bijgesteld of zelfs verworpen diende te worden. Dat energie-uitwisseling alleen tussen materie kan plaatsvinden is geen feit maar een onbewezen dogma. De kwantumfysica, de meest succesvolle fysische theorie die er momenteel is, lijkt er sterk op te wijzen – via onder andere de uitgestelde keus experimenten – dat de waarnemer het waargenomene creëert. Materie lijkt daarmee juist de illusie te worden, niet het waarnemend bewustzijn. Maar de materie zit hier nu niet in de beklaagdenbank.

Er zijn uitstekend gedocumenteerde gevallen van personen waarbij geen enkele hersenactiviteit aangetoond kon worden – vlak EEG en ECG – terwijl deze persoon de omgeving waarnam vanuit een ander gezichtspunt dan het gebruikelijke, van buiten het lichaam dus. Ter ondersteuning van deze verdediging bied ik hier een uitstekend geverifieerd dossier aan van gevallen waarbij hersenen en normale zintuiglijke waarneming niet konden functioneren maar de betreffende persoon op juistheid geverifieerde zaken helder bewust waarnam op een wijze die met een strikt materieel model van de werkelijkheid niet verklaarbaar is. Iets dat betekent dat strikt materiële theorieën beperkt zijn in hun verklarende modellen en dat het bewustzijn op het moment van hun ervaring geen product kan zijn van complexe neuronale activiteit. Een helder bewustzijn dat samengaat met een hersenschors die aantoonbaar niet meer functioneert valt niet goed te rijmen met het idee van een emergent bewustzijn.

Ook zijn er in De Lancet gevallen gepubliceerd van mensen die normaal functioneren met een gezond IQ maar ten gevolge van hydroencephalitis rondlopen met een schedel die voornamelijk gevuld is met hersenvocht. Bewustzijn kan bij deze gevallen dan moeilijk een gevolg zijn van een uiterst gecompliceerd netwerk van neuronen die met zijn allen een patroon in een patroon in een patroon voortbrengen.

The large black space is the fluid that built up in his brain. Feuillet et al./The Lancet (2007).

Edelachtbare, ik zou hier nog aan toe willen voegen dat als ik tegen mijn huisarts ‘Ik denk dat de ik die dit denkt een illusie is‘ zou uitkramen, dat zij bezorgd een verwijsbriefje voor de psychiater zou uitschrijven en wellicht denken ‘Och, de stakker‘. Maar als een neurowetenschapper zoiets zegt dat wordt er blijkbaar ademloos door journalisten geluisterd. Blijft u alstublieft kritisch.

De aanklager:

Edelachtbare, ik hoop dat u voldoende geduld kunt oefenen in deze zaak en dus rustig afwacht totdat er een afdoende wetenschappelijk bewijs is dat aantoont dat het bewustzijn een product van de hersenen is en dus een hallucinatie. Die persoon met zo weinig neuronen had er best nog wel een aantal, zoals u aan de foto kunt zien, en blijkbaar zijn er dus niet eens veel nodig voor een intelligent bewustzijn. Dat bewijs, dat het bewustzijn een product van de neuronen is, komt er, dat verzeker ik u. Dat duurt niet lang meer. We zijn er met man en macht mee bezig. Ik doe een klemmend beroep op uw vertrouwen in de belofte van de wetenschap en haar toegewijde beoefenaars. In afwachting daarvan stel ik dat het bewustzijn op dit moment reeds de status dient te krijgen van hallucinatie. Dat verklaart namelijk, volgens onze overtuiging, de emergentie van bewustzijn uit materie en op die manier hebben we alleen materie nodig om de wereld te verklaren. Laten we de zaak alstublieft niet ingewikkelder maken dan nodig.

De verdediging:

Edelachtbare, het moge genoegzaam bekend zijn dat op dit moment elke actieve belangstelling in de wetenschap voor het bewustzijn als een zelfstandige oorspronkelijke oorzaak die niet zijn oorsprong heeft in materie, schadelijk kan zijn voor je carrière als wetenschapper, zelfs als je al een Nobelprijs had. Toch zijn er langzamerhand gelukkig genoeg wetenschappers die dit risico durven te trotseren. Hun aantal is groeiende. Ik verzoek u daarom op dit moment, niet van vage beloftes uit te gaan maar alleen van gedocumenteerde en geverifieerde feiten, al komen die niet uit laboratoria, en het bewustzijn rechtens zijn status toe te kennen van werkelijke en oorspronkelijke entiteit.

Naschrift

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat het boek van professor Pennartz niet interessant is en geen waardevolle inzichten biedt. Ik zal het zeker lezen. Maar wel kritisch.

Verhuizing van de Nederlandse website

Tot nu toe zijn de Nederlandstalige www.kwantumfysica-bewustzijn.nl en de Engelstalige www.quantumphysics-consciousness.eu twee verschillende websites geweest. Dat is historisch zo gegroeid. De Nederlandstalige was er eerst en pas een jaar later creeerde ik de Engelse versie in verband met mijn deelname aan de SSE conferentie van 2019. Die twee sites gaan in elkaar gevoegd worden tot een tweetalige website zoals www.quantumphysics-consciousness.eu eigenlijk nu al is. Dat vergt wel enige tijd. Als dat afgerond is dan wordt www.quantumphysics-consciousness.eu de enige website en www.kwantumfysica-bewustzijn.nl gaat vervallen. De planning is augustus 2021. De domeinnaam kwantumfysica-bewustzijn.nl wordt dan een verwijzend domein.

De relationele interpretatie van de kwantumfysica

Een opmerking bij een eerder bericht van een lezeres dat ze de relationele kwantumfysica interpretatie van Carlo Rovelli niet in mijn boek tegenkwam, maakt dat ik daar maar eens een heel bericht aan ga wijden. Rovelli zet zijn relationele idee uiteen in zijn laatste boek Helgoland. Een boek dat iedereen die zich bezighoudt met de raadselen van de kwantumfysica inderdaad zou moeten lezen. Rovelli is een goede verteller die in staat is om zo’n lastig onderwerp voor de leek toch boeiend te houden.

Zijn relationele interpretatie komt er volgens mij op neer dat alle materiele objecten waar de fysica over praat slechts bestaan in relatie tot elkaar. Ze hebben elkaar nodig om hun fysieke eigenschappen te manifesteren. Zonder elkaar zijn ze letterlijk niets.

Het waarnemereffect

Daarmee probeert Rovelli het zogenaamde waarnemereffect te verklaren. Dat is het effect dat de meting van een deeltje het deeltje zijn fysieke eigenschappen, zoals plaats, snelheid en energie geeft – de zogenaamde kwantumcollaps – en dat de manier van meten bepaalt hoe het deeltje zich zal manifesteren. Voorafgaand aan de meting heeft het deeltje die eigenschappen niet. Het bestaat dus eigenlijk niet in fysieke zin. Het is er nog niet. Bedenk dan dat alle objecten in de wereld, wij ook, in feite kwantum objecten zijn.

Dat dit zo is, is langzamerhand een onontkoombare conclusie geworden voor de meeste fysici. De zogenaamde uitgestelde keus experimenten hebben bevestigd dat het gemeten deeltje voorafgaand aan de meting nog niet fysiek bestaat. Voor een beschrijving van zo’n experiment uit 2007 verwijs ik naar mijn boek, hoofdstuk 7 paragraaf ‘Uitgestelde keus kwantumwisser vs. 2007’, of naar een andere pagina op deze site. In de inleiding van zijn boek mijmert Rovelli, uitkijkend op zee, met een collega over dit verrassende aspect van de werkelijkheid.

De hand in de interferometer

Rovelli beschrijft – pagina 57 en 58 – het verbluffende effect wat zijn hand heeft op een experimentele opstelling waar het foton langs twee wegen, die uiteindelijk weer samenkomen, kan reizen waardoor bij hun samenkomst interferentie optreedt. Het foton wordt gedetecteerd in een van de twee detectoren aan de uitgang van het apparaat. Dit is de zogenaamde Mach-Zehnder interferometer. Zie voor een uitgebreide beschrijving ervan deze pagina op deze website. Als het apparaat goed geconfigureerd is en het foton ongehinderd langs beide wegen kan ‘reizen’, dan blijkt dat interferentie op de plek waar de wegen samenkomen – de tweede halfdoorlatende spiegel – veroorzaakt dat de fotonen slechts in één richting het apparaat kunnen verlaten. Alleen detector D1 detecteert fotonen. D2 detecteert niets.

Mach-Zehnder interferometer, weglengte boven en onderlangs zijn even groot.

Maar wanneer Rovelli met zijn hand een van beide wegen blokkeert, waarmee hij de helft van de fotonen tegenhoudt, komen de niet geblokkeerde fotonen, die dus onderlangs zijn gegaan, plotseling op beide detectoren aan.

Mach-Zehnder met blokkerende hand. Fotonen kunnen alleen onderlangs.

De fotonen die de tweede spiegel bereiken ‘weten’ blijkbaar dat Rovelli met zijn hand de andere weg blokkeert en dus nu vrij kunnen kiezen tussen beide detectoren. De vraag is, hoe ze dat ‘weten’.

Alles met elkaar verbonden?

Als je wilt blijven vasthouden aan het beeld van een objectieve wereld buiten ons, dan zit er weinig anders op dan veronderstellen dat kwantumobjecten op een of andere manier met elkaar verbonden zijn, dat ze een relatie hebben dus. Op die manier komt Rovelli bij de relationele interpretatie van de kwantumfysica terecht. Als je daar even verder over nadenkt dan besef je hopelijk dat dat een verhullende technische term is voor het idee dat alles met elkaar verbonden is. En laat dat nu net de boodschap zijn die ons bereikt via Indiase wijsgerige tradities, mystici, zieners en – niet onbelangrijk – mensen die een nabij-de-dood ervaring gehad hebben.

Het beeld van een universum waarin objecten slechts bestaan in relatie tot elkaar verklaart daarmee de zogenaamde kwantumcollaps veroorzaakt door het meetinstrument en ook het niet meer te ontkennen waarnemereffect dat de kwantumfysici al sinds het begin van de vorige eeuw bezighoudt. Het is dan niet het bewustzijn van de waarnemer, maar het feit dat de waarnemer ook een samenstelling van kwantumobjecten is, dat het waarnemereffect verklaart. In mijn ogen is dat een vorm van panpsychisme, alles is bewust. En als je aanneemt dat alles met elkaar verbonden is en ‘weet’ waar alle andere objecten in het universum zich bevinden, dan lijkt mij de stap niet meer zo groot naar het idealisme, het idee dat alles zich in feite binnen het bewustzijn afspeelt zoals Kastrup veronderstelt. Dat bewustzijn is dan de bewaker van al die relaties. Iets dat wat mij betreft eenvoudiger is en dus beter te begrijpen dan het panpsychisme van Rovelli. Wat niet wil zeggen dat ik dan echt begrijp wat bewustzijn eigenlijk is en doet, ook al ervaar ik dat vrijwel elk moment.

De kwantumfysica bevestigt de primaire rol van het bewustzijn

Zoals geregelde lezers van mijn berichten en van mijn boek zullen weten ben ik van de opinie dat de kwantumfysica niet zozeer de primaire rol van het bewustzijn bewijst maar deze beslist wel sterk ondersteunt. Dat is natuurlijk omstreden, zolang de geaccepteerde wetenschap vast blijft houden aan het materialistische denkraam, blijven er natuurlijk wetenschappers die dit van harte proberen aan te tonen als fout. Men wel graag de er-is-alleen-materie visie overeind houden hoewel mij de aantrekkelijkheid van dat beeld van de realiteit, waarin ik slechts een toevallig aanwezige toeschouwer ben, mij ontgaat. Ook zijn er mensen die het bewustzijn en zijn voortbestaan na de fysieke dood wel serieus nemen, maar die de kwantumfysica liever buiten de hele discussie over bewustzijn willen houden.

Heisenberg onzekerheid als gevolg van klassieke statische fluctuaties in ruimte-tijd

Zo ook die twee Finse wetenschappers die in september 2020 een mathematisch onderzoek publiceerden waarin de onzekerheidsrelatie van Heisenberg een gevolg zou zijn van statistische fluctuaties in ruimte-tijd, enigzins vergelijkbaar met de Brownse beweging van microscopische deeltjes in een vloeistof. Naar aanleiding van dat artikel verscheen er in het voorjaarsnummer van Terugkeer naar Levenslicht, het kwartaalblad van stichting Netwerk NDE, Nederland en vzw Limen, België een kort artikel dat deze Finnen als enthousiaste amateur-onderzoekers schetst die aangetoond zouden hebben dat de onzekerheidsrelatie van Heisenberg geen gevolg zou zijn van de meting – de waarneming – van het deeltje, maar iets is dat zich volledig afspeelt in de klassieke Newtoniaanse wereld. Dat deze Finnen geen kwantumfysici zijn klopt, maar Jussi Lindgren is wel een mathematisch zeer geschoold iemand, geen wiskunde amateur dus. Dit staat in zijn LinkedIn profiel: ‘Part-time doctoral student at Aalto University School of Science, main interests in optimal control theory with applications in macroeconomics, physics and finance. Other academic interests include nuclear engineering and philosophy of science. Quantum physics, relativity and theoretical physics are key interests of mine as well.’ De publicatie bevat inderdaad een aardige brok complexe wiskunde die niet bijzonder toegankelijk is voor de leek die zich desondanks zijn ontbrekende mathematische vaardigheden interesseert voor de betekenis van de kwantumfysica. De schrijver in Terugkeer ziet daarom af van een kritische beschouwing van het stuk van de Finnen. Zijn conclusie is dan dat we de kwantumfysica helemaal niet nodig hebben om de primaire rol van het bewustzijn aan te tonen. Ik vraag me dan wel af waarom je die Finse publicatie dan naar voren brengt.

Hoewel mijn mathematische vaardigheid ook niet meer is wat die geweest is, wil ik toch graag een kritische noot over die Finse publicatie en over hun conclusie plaatsen. Hun conclusie is dat de interpretatie van de kwantumfysica weer teruggebracht kan worden in het klassieke Newtoniaanse domein, hard objectief wetenschappelijk realisme dus. De Heisenberg onzekerheidsrelatie zegt dat er een fundamentele ondergrens is aan de nauwkeurigheid waarmee de positie en de snelheid van deeltjes gemeten kunnen worden. Volgens de Finnen zijn de deeltjes in een experiment wel permanent objectief aanwezig maar worden gestuurd door statistische fluctuaties in ruimte-tijd die het onmogelijk maken om een meting te doen van snelheid en positie met een nauwkeurigheid die groter is dan Heisenberg toestaat. Eigenlijk is hun aanpak een uitstekend uitgewerkt voorbeeld van een uitwerking van de ensemble theorie in de kwantumfysica die alleen wil kijken naar het statistische gedrag van grotere ensembles en het individuele deeltjesgedrag zelf liever buiten beschouwing laat. En daar zit het probleem nu net. Ik wil daar juist wel naar kijken.

Als we de Bell experimenten en de uitgestelde keus experimenten niet hadden gehad, dan had ik niet zo gauw goede tegenargumenten gevonden. Daarom nog even de betekenis daarvan hier uiteengezet. Alle Bell experimenten hebben met steeds toenemende betrouwbaarheid bevestigd dat twee (of meer) deeltjes, met een gemeenschappelijke historie, zodanig met elkaar verbonden (verstrengeld) zijn dat een meting aan het ene deeltje ogenblikkelijk maakt dat het andere deeltje de complementaire eigenschap moet vertonen, terwijl ze voorafgaande aan de meting die eigenschap nog niet hadden. Als je nu aanneemt dat die deeltjes permanent en objectief bestaan kun je niet anders dan aannemen dat de twee deeltjes met elkaar communiceerden dat ze gemeten zijn, sneller dan het licht, en dan ‘besluiten’ om die complementaire eigenschappen, die ze daarvoor nog niet hadden, te vertonen. Een veronderstelling die, wat mij betreft, ver buiten wat Ockham’s Scheermes aanbeveelt valt.

En dan hebben we ook nog (gelukkig) de uitgestelde keus experimenten. Die laten heel duidelijk zien dat het beeld van deeltjes die onderweg zijn van bron naar detector, en dus op hun weg bestaan, niet kan kloppen, tenzij je nogal vergezochte aannames doet over deeltjes die in de toekomst kunnen zien, over verstrengelde fotonen die weten dat als de positie van het andere foton gemeten is, dat ze hun gedrag, interferentie vertonen of niet, met terugwerkende kracht in de tijd moeten aanpassen. Als u dat liever aanneemt dan het idee dat het uiteindelijk de bewuste waarnemer is die op het moment dat hij de uitslag bekijkt deze ook – en dan pas – als echt gebeurd vastlegt, dan bent u daar vrij in natuurlijk. Maar mijn idee is het dat het die bewuste waarnemer is die hier beslist niet uit weg te denken valt.

Een experimentele test van non-lokaal realisme

Tenslotte wil ik hier nog het resultaat aan toevoegen van een experiment uitgevoerd aan de Universiteit van Wenen in 2007 en dat naar mijn mening weinig aandacht heeft gekregen. Bij dit experiment is eigenlijk de aanname dat de waarneming de objectieve werkelijkheid niet beïnvloedt getest. Ik bedoel hier niet mee dat elke meting altijd het gemetene beïnvloedt, dat was in de klassieke fysica al bekend, maar dat de waarneming iets doet met de aard van het waargenome al raakt die dat waargenomene niet fysiek. Een niet-lokale invloed dus.

In dit experiment is een complete klasse van belangrijke non-lokale verborgen variabele hypotheses gefalsifiëerd. Deze theoriën veronderstellen realisme. Permanent objectief bestaande materie. Zo stellen ze mechanismes voor die de verstrengeling van fotonen bij Bell type experimenten kunnen verklaren met effecten waarbij ze hun polarisatie al die tijd al hadden en niet pas verkrijgen op het moment van meting.

De conclusie uit dit experiment is dat we de uitslag van een Bell type experiment en haar betekenis voor wat werkelijk is uiterst serieus moeten nemen en niet meer stiekem kunnen hopen dat de wetenschap het beeld van objectief permanente materie nog kan repareren.

Oorzaak, gevolg en tijd

Een nogal cryptisch stukje tekst

In een vorig bericht, over het boek ‘The Idea of the World’ van Bernardo Kastrup schreef ik:

‘Een beeld van een universum met alleen materie biedt hier geen enkele verklaring voor het feit dat de detectie van de spleet die gepasseerd moet zijn terug in de tijd werkt. Dat is omdat de oorsprong van het effect dat de interferentie verdwijnt – het verschijnen van het foton in een van de spleten – vóór het moment van detectie plaats gevonden moet hebben.’

Daar struikelde een lezer over en eigenlijk wel terecht. In mijn antwoord op haar bericht beloofde ik uitgebreid aandacht aan retrocausaliteit, oorzaak en gevolg, zoals dat in uitgestelde dubbelspleet experimenten naar voren komt, te besteden. Bij deze dus een poging om dat een stuk helderder te krijgen.

Interferentie bij de dubbelspleet

Dubbele spleet interferentie. © Joerg Enderlein

Eerst kijken we naar de gewone dubbelspleet. Of daar nu fotonen, elektronen of buckeyballs van 64 koolstofatomen op worden afgeschoten, het resultaat is steeds interferentie. Dat komt omdat deze objecten de dubbelspleet, in de vorm van een kwantumgolf met een zekere frequentie en golflengte, passeren op weg naar detectie. In beide spleten ontstaat er dan voor elk passerend object een eigen synchrone golfbron. Die synchrone golven die uit die twee spleten komen zullen op bepaalde plekken elkaar versterken of uitdoven. In de figuur 1 zullen de twee golven elkaar langs de stippellijnen versterken. De interpretatie van de kwantumgolf is dat daar de hoogste kans is dat het object bij meting wordt aangetroffen. Het resultaat op een scherm erachter is een patroon van lichte en donkere banden. Dat is niet het resultaat van één object. Om zo’n patroon te krijgen moet je wel minstens duizenden objecten, die allemaal dezelfde golflengte hebben, op de dubbelspleet afvuren. Zo’n patroon is het resultaat van interferentie.

Figuur 1 – Interferentie bij de dubbelspleet

Kijken bij de spleet

De golf gaat dus steeds door beide spleten. Gaan we nu observeren door welke van de twee spleten elk object gaat dan gebeurt er iets merkwaardigs. Elke golf past zich dan zodanig aan dat die nog maar door één van beide spleten gaat. De kans om het object dan bij meting in die spleet aan te treffen wordt ter plekke van die spleet blijkbaar 100%. Een golf die uit één spleet komt kan niet met zichzelf interfereren. In figuur 2 het resultaat als er gemeten wordt door welke spleet het object gaat. In figuur 2 gaat het object dus door de linker spleet. Maar de kans dat het door de rechter spleet had gegaan is vanzelfsprekend even groot. Er vertrekt nu maar per object één enkele golf uit een van beide spleten. Het resultaat op het scherm is nu een vage vlek in het midden achter de dubbelspleet omdat de afzonderlijke objecten afwisselend door maar één van beide spleten gaan. Eigenlijk twee vlekken dus die over elkaar heen liggen.

Figuur 2 – Kijken bij de spleet – geen interferentie. Het object manifesteert zich nu in de spleet.

Verstrengelde fotonenparen met gezamenlijke informatie

Meten bij de spleet met fotonen wordt gedaan door eerst twee fotonen met elkaar te verstrengelen en er dan één, het signaalfoton, door de dubbelspleet te sturen. Dit experiment beschrijf ik in mijn boek in hoofdstuk 7. Het andere foton, de idler, bezit vanwege die verstrengeling informatie over de spleet waar het signaalfoton doorheen gaat. De idler bezit dus informatie over welke spleet gepasseerd wordt. Als die informatie verloren gaat dan is het resultaat interferentie als in figuur 1. Als die informatie niet verloren gaat is het resultaat een vage vlek als in figuur 2.

De kwantuminformatie wisser

Het al dan niet wissen van informatie wordt gedaan door het idler foton een halfdoorlatende spiegel te laten passeren. Passeren of reflecteren is een niet voorspelbaar kwantumproces met 50/50 kansverdeling. Bij passeren blijft de informatie behouden, bij reflecteren gaat de informatie verloren. In het eerste geval is het experimentele resultaat van de signaalfotonen inderdaad een vage vlek, in het tweede geval een duidelijk interferentiepatroon.

Tot zover is het een belangrijk en hopelijk nu beter begrijpelijk kwantum experiment. Het al dan niet wissen van informatie bepaalt het patroon dat op het scherm ontstaat. Het interessante is nu dat we de halfdoorlatende spiegel zover weg kunnen zetten dat het signaalfoton al lang en breed door de dubbelspleet is gegaan wanneer de idler de halfdoorlatende spiegel bereikt waar beslist wordt voor passeren (informatie behouden) of reflecteren (informatie wissen). Ook dan is het experimenteel gemeten effect dat het interferentiepatroon wel of niet verdwijnt als de informatie niet, respectievelijk wel, verloren gaat, ook al is dat pas in verstreken tijd nadat de golf van het signaalfoton de dubbelspleet al gepasseerd is en het interferentiepatroon dus al – gedeeltelijk – gevormd zou moeten zijn.

Figuur 3 – Tijdlijn van het twee fotonen experiment. De informatie wordt al dan niet gewist ná het moment van respectievelijk de manifestatie in de spleet of de golf door de spleet. Retrocausaliteit?

Retrocausaliteit? Of een waarnemer effect?

Dit lijkt dus een effect met terugwerkende kracht in de tijd, retrocausaliteit. Zie de tijdlijn in figuur 3. Een andere interpretatie, waar ik de voorkeur aan geef, is dat de kwantumgolf van de fotonen verstrengeld raakt met de meetopstelling en dat de echte kwantumcollaps, de manifestatie van het gemeten object, pas plaats vindt wanneer de waarnemer de resultaten bekijkt. Zie figuur 3.

Gemiste kans?

Dit experiment, Random Delayed-Choice Quantum Eraser via Two-Photon Imaging, is uitgevoerd in 2007. De resultaten bevestigen de ogenschijnlijke retrocausaliteit. Wat ik echter niet in de beschrijving van het experiment gevonden heb is het idee om de informatie wissende halfdoorlatende spiegel zover weg te zetten dat het signaal foton al is gedetecteerd, en het interferentiepatroon of de vage vlek dus al zou bestaan, vóórdat de idler de spiegel passeert. Dat zou nog sterker aantonen dat het uiteindelijk om de waarnemer gaat en dat het niet een effect is van de meetopstelling. Een gemiste kans.

Oorzaak, gevolg en tijd worden daarmee iets dat de waarnemer creëert.

Ik hoop hiermee de cryptische tekst aan het begin zodanig uitgelegd te hebben dat die een stuk begrijpelijker wordt. Op- en aanmerkingen zijn welkom.

Wat is informatie? Wat is observatie?

Als reactie op de vraag van een lezer.

Dat is de grote vraag binnen de kwantumfysica: Wat betekent het als er geobserveerd wordt? wat is informatie? Het lijken zulke eenvoudige woorden die iedereen gebruikt en begrijpt maar blijkbaar is het dat niet.


Wat mij betreft is alles wat mijn bewustzijn binnenkomt als ervaring een observatie. Of ik dat nu rechtstreeks met mijn fysieke zintuigen doe of dat ik een gigantisch instrument als de Large Hadron Collider in Geneve gebruik voor mijn metingen. In beide gevallen krijg ik informatie over de wereld. En uiteindelijk altijd via mijn zintuigen. Pas als die informatie zich in mijn bewustzijn manifesteert kan ik zeggen dat ik informatie heb gekregen en dat ik begrijp wat die betekent. Tegelijk is er dan historie vastgelegd, en tijd.


In het geval van het beschreven experiment zal de informatie over het resultaat opgeslagen worden in een computer. Dat wordt door een programma bewerkt zodat het op een beeldscherm getoond kan worden. De experimentator ziet op zijn beeldscherm het resultaat. Maar het kan natuurlijk ook eerst afgedrukt worden op papier waarna de experimentator het papier bekijkt. Pas op dat moment komt de informatie binnen in zijn bewustzijn.

Wanneer gaat informatie onherroepelijk verloren?


Wat betekent het nu wanneer we zeggen dat de informatie verloren gaat? Als die informatie al geobserveerd is dan is die wat mij betreft niet verloren gegaan, al is de informatie daarna van de harde schijf gewist. In dit soort experimenten is het een vereiste voor het resultaat dat de informatie, die zich op dat moment nog in de verstrengelde ongemanifesteerde kwantumgolf bevindt, dermate onherroepelijk verloren gaat, dat de kans dat die ooit nog een waarnemer kan bereiken absoluut nul is.


In alle experimenten, die ik erover gelezen heb, gaat de informatie verloren vóórdat de kwantumgolf de detector kan bereiken. Daar is een halfdoorlatende spiegel heel geschikt voor. Alleen bij passeren bereikt die de detector. Reflectie betekent dat de informatie, al zat die nog in de kwantumgolf, verloren gaat. De informatie kan nooit meer de waarnemer bereiken. Als de golf daarentegen de halfdoorlatende spiegel wel passeert zit die informatie nog in die verstrengelde golf. Die bereikt de detector die in feite ook bestaat uit een complex van kwantumgolven. De detector en de kwantumgolf raken verstrengeld. Die verstrengeling strekt zich vervolgens uit tot de computer waarmee de detector verbonden is en eindigt pas bij de observatie door de experimentator. Dan pas is de informatie die in de kwantumgolf zat het bewustzijn binnengekomen als ervaring van de wereld. Dat is het projectiepostulaat van John van Neumann dat ik nog steeds, ondanks de inherente geest-materie dualiteit – nog de meest aannemelijke verklaring vind van de zogenaamde kwantumcollaps. Afgezien dan van de idealistische interpretatie.


Maar als het nu gaat om de informatie die uiteindelijk de waarnemer bereikt dan kan het onherroepelijk vernietigen natuurlijk ook gedaan worden door er voor te zorgen dat die niet op de harde schijf van de computer terecht komt. Of onmiddelijk weer onherstelbaar gewist wordt. Dat lijkt me ook nogal onherroepelijk. Ik beschrijf zo’n experiment in mijn boek Hoofdstuk 13, Falsifieerbaarheid van het bewustzijnsmodel, paragraaf ‘Aangepaste kwantumwisser’. Of kijk op deze website bij ‘Een echte kwantum informatiewisser‘.

The Idea of the World, volgens Bernardo Kastrup

After we came out of the church, we stood talking for some time together of Bishop Berkeley’ ingenious sophistry to prove the nonexistence of matter, and that everything in the universe is merely ideal. I observed, that though we are satisfied his doctrine is not true, it is impossible to refute it. I never shall forget the alacrity with which Johnson answered, striking his foot with mighty force against a large stone, till he rebounded from it – ‘I refute it thus.’

James Boswell: The Life of Samuel Johnson

Kastrup’s boek is niet echt gemakkelijk lezen. Elke zin moet uitgepakt worden als een zipfile. Je moet echt een aantal begrippen uit de filosofie paraat hebben. Zijn redeneringen zijn dan echter glashelder en het is niet gemakkelijk om er nog iets tussen te krijgen. Het is mijns inziens de moeite waard om hier zijn argumenten te bespreken die verrassend dicht tegen mijn visie op de betekenis van de kwantumfysica voor een interpretatie van de wereld aan liggen. Diezelfde visie vindt u aan het eind van mijn boek. Daar aangekomen breek ik een lans voor het idee van een kosmisch bewustzijn dat zich dit universum met ons erin ‘droomt’, net zoals wij in onze slaap complete werelden kunnen dromen die in de droomtoestand doorgaans als ‘echt’ ervaren worden. Als ik Kastrup’s boek vergelijk met dat van mij, dan pel ik langzaam alle lagen weg van de manier waarop ons geleerd is dat de werkelijkheid in elkaar zou zitten, om uiteindelijk bij Idealisme aan te komen. Kastrup gaat rechtstreeks naar de kern van de zaak, Idealisme, vertrekt daarvan en argumenteert vervolgens waarom dat een beter en vruchtbaarder beeld van de werkelijkheid is dan Fysicalisme.

Dat idee van een dromend kosmisch bewustzijn is identiek aan het Idealisme van bisschop Berkeley. Kastrup betoogt dat dat Idealisme de beste verklaring levert, met de minste ontologische aannames, voor een groot aantal fenomenen waarvoor het Fysicalisme geen enkele verklaring weet te leveren. Er zijn ook fenomenen die zelfs in tegenspraak zijn met die opvatting van de wereld.

Elke interpretatie van de wereld, zowel Idealisme als Fysicalisme, stoelt uiteindelijk op een aantal metafysische aannamen die niet bewezen kunnen worden. Hoe minder hoe beter lijkt daarbij een goed uitgangspunt voor een verstandige keuze tussen die twee. Laten we voor beide systemen de voor en tegens eens op een rijtje zetten en er meteen bij zetten of we op een of andere manier zeker kunnen weten of het uitgangspunt wel of niet klopt en of dit in overeenstemming is met experimentele bevindingen.

Fysicalisme, de problemen

De wereld bestaat volgens Fysicalisme objectief en permanent. Er is alleen materie. Alles heeft uiteindelijk een materiële oorzaak. Ons bewustzijn is een product van de materie, een emergent epifenomeen. Maar hoe kunnen we dat idee eigenlijk hard aantonen? Bedenk dat de wereld zich zonder uitzondering aan ons voordoet als ervaringen die in ons bewustzijn verschijnen. Pas als ze in ons bewustzijn verschijnen zijn die ervaringen voor ons werkelijk. Ervaringen die in ons bewustzijn verschijnen zijn de enige fenomenen waarvan we ondubbelzinnig kunnen zeggen dat ze werkelijk zijn. We kunnen er ons echter op geen enkele manier van verzekeren dat de bron van onze ervaring objectief en fysiek bestond voordat ze als ervaring in ons bewustzijn is verschenen.

De ervaring van Samuel Johnson van zijn voet tegen de grote steen is een ervaring binnen zijn bewustzijn. Niet erbuiten. Het bewijst dus niets. Het feit dat we het er met andere mensen over eens zijn dat iets zich in de wereld voordoet lijkt een argument voor het objectieve fysieke bestaan ervan maar is uiteindelijk ook een ervaring binnen ons bewustzijn en bewijst dus niet het objectieve bestaan ervan. In een droom kan iemand mij ook bevestigen dat hij eveneens ziet wat ik zie. Toch blijkt die bevestiging bij het wakker worden waardeloos.

Fysicalisme en de kwantumfysica

Fysicalisme moet logischerwijs volgens zijn materiële uitgangspunt aannemen dat bewustzijn een product van de materie is want er is alleen materie. Bewustzijn als emergent fenomeen van de hersens biedt echter geen verklaring voor de ontdekkingen in de kwantumfysica dat de waarneming de uitslag van de waarneming beïnvloedt. Zelfs terug in de tijd. Dat zijn de onontkoombare conclusies van de zogenaamde uitgestelde keus experimenten, zoals die van Scarcelli, Zhou en Shih in 2007. Voor een uitgebreide beschrijving daarvan verwijs ik naar mijn boek, hoofdstuk 7, Uitgestelde kwantumwisser vs. 2007.

Een beeld van een universum met alleen materie biedt hier geen enkele verklaring voor het feit dat de detectie van de spleet die gepasseerd moet zijn terug in de tijd werkt. Dat is omdat de oorsprong van het effect dat de interferentie verdwijnt – het verschijnen van het foton in een van de spleten – vóór het moment van detectie plaats gevonden moet hebben.

Uitgestelde keus kwantumwisser tijdlijn

En dat is beslist niet het enige experiment waar het Fysicalisme niet in staat is tot een verklaring. Alle Bell experimenten tot nog toe hebben met toenemende betrouwbaarheid aangetoond dat de meting aan deeltje A – al is de locatie van die meting nog zo ver verwijderd van die van de meting aan deeltje B – de uitslag van de meting aan deeltje B vastlegt en dat vóór de meting aan deeltje A de toestand van A noch B bestond. Je kunt dan niet met goed fatsoen zeggen dat de deeltjes al wel bestonden, maar dan wel zonder hun eigenschappen. Ik spreek hier daarom expres van metingen en niet van uit elkaar vliegende deeltjes aangezien we niet kunnen spreken van een eigenschapsloos bestaan van een deeltje vóór de meting. Iets dat bestaat heeft per definitie eigenschappen, toch? Fysicalisme biedt hier geen oplossing.

Daarbovenop is het verschijnen van het deeltje in het meetinstrument dat onmiddellijk daarvoor nog een coherente waarschijnlijkheidsgolf was, nog steeds een onopgelost raadsel waarvoor nog steeds een werkelijk fundamentele verklaring niet gevonden is vanuit het Fysicalisme. Decoherentie biedt geen verklaring maar is alleen een andere naam voor dit verschijnsel. Het verklaart niets. Het verklaart overigens ook niet hoe een niet-fysieke waarschijnlijkheidsgolf coherent blijft. Coherentie – samenhang – is een verschijnsel dat bij uitstek fysiek verklaard wordt. Hoe waarschijnlijkheden – getallen – een samenhangende golf kunnen zijn is nog steeds niet verklaard.

Fysicalisme houdt ook niet-contextualiteit in. Dat wil zeggen dat de uitslag van een waarneming niet mag afhangen van de manier waarop andere tegelijkertijd uitgevoerde waarnemingen gedaan worden. Ook dat wordt tegengesproken door de Bell experimenten. In dat kader is er in 2019 een experiment gedaan waarvan de voorlopige uitslag ook weer is dan niet-contextualiteit geschonden lijkt te worden. Ik verwijs naar mijn bericht: ‘Het consensus probleem in de kwantumfysica’.

Los van deze fysische experimenten zijn er talloze verschijnselen in de wereld die niet goed of volstrekt niet met het Fysicalisme te verklaren zijn. Die worden dan ook vaak onmogelijk geacht en geschreven op conto van fantasie, illusie, bedrog, ondeugdelijk onderzoek, anekdotisch en wat die meer zij. De nabij-de-dood-ervaring (NDE) is hier een goed voorbeeld van, dat overigens uitstekend te verklaren valt met Idealisme, sterker nog, het voorspelt het.

Idealisme, de bezwaren

Idealisme zegt dit: er is alleen een universeel bewustzijn waarin de werkelijkheid zoals wij die ervaren zich afspeelt op dezelfde manier als wanneer wij dromen. Binnen het bewustzijn dus. De materialiteit en de permanentie van de waargenomen wereld is een illusie. Kastrup somt de belangrijkste tegenwerpingen op:

  1. De ervaren concreetheid van de wereld.
  2. Het persoonlijke privé bewustzijn.
  3. Bestaat alleen de waargenomen werkelijkheid?
  4. Mijn bewustzijn is niet in staat om de waargenomen werkelijkheid aan te passen.
  5. Als de wereld een droom is hoe komt het dat wij die met elkaar delen?
  6. Wat is de oorsprong van de wetten van de natuur?
  7. Dat fenomenen zich buiten onze persoonlijke psyche afspelen wordt evengoed verklaard met Fysicalisme. Waarom dan een andere verklaring?
  8. Hoe komt het dat wat er zich in onze psyche afspeelt correleert met de waarneembare processen in ons brein?
  9. Hoe komt het dat, kort voordat wij een beslissing nemen, de hersenactiviteit al toeneemt? (Libet)
  10. Waar is dat niet-materieel bewustzijn wanneer we bewusteloos zijn?
  11. Is Idealisme niet hetzelfde als solipsisme?
  12. Hoe kwam de Big Bang tot stand zonder bewustzijn?
  13. Als ik naar het universum kijk dan zie ik daar geen bewustzijn.

Het gaat te ver om hier op al die tegenwerpingen in te gaan. Ik verwijs daarvoor naar het boek van Kastrup, deel III: Refuting objections. Maar op punt 1 t/m 4 ga ik hier in:

  1. Ook de concreetheid van de wereld is uiteindelijk een ervaring binnen het bewustzijn. Een goede definitie van bewustzijn is ‘Dat wat ervaart’. Volgens die definitie is er geen enkele manier om de objectieve wereld te ervaren zonder dat het bewustzijn daarbij betrokken is.
  2. Dat we allemaal een persoonlijk privé bewustzijn ervaren is volstrekt mogelijk als elk privé bewustzijn een zelfstandig functionerend onderdeel (subroutine) van het universele bewustzijn is, maar dat slechts in zeer beperkte mate met dat universele bewustzijn kan communiceren.
    • Een technisch voorbeeld: Virtuele computers binnen computers. De virtuele computer heeft geen rechtstreekse verbinding met de hardware en kan die ook niet direct aansturen. Ik heb zelf een volledig functionele -– en legale – Windows 10 draaien in een virtuele omgeving op een Apple computer.
    • Een menselijk voorbeeld: Dissociatieve Identiteitsstoornis (DID – voorheen MPS). In één persoon kunnen meerdere persoonlijkheden huizen. Een uitstekend voorbeeld is het geval van een vrouw die zowel blinde als ziende persoonlijkheden heeft. Als de blinde persoonlijkheid naar voren is gekomen dan zijn aantoonbaar de visuele hersencentra niet meer actief. Die worden actief als een niet-blinde persoonlijkheid naar voren treedt. Lees: ‘Sight and blindness in the same person: Gating in the visual system’.
  3. Dat de maan alleen bestaat als ik ernaar kijk, dat kan toch niet? Wat bedoelen we met ‘de maan bestaat’? Als ik naar de maan kijk dan zie ik die doordat zich een aantal fotonen op mijn netvlies manifesteren. Dat zijn niet dezelfde fotonen die een ander ziet. Die ander die samen met mij constateert dat de maan aan de hemel staat ontvangt zijn eigen fotonen, niet de mijne. Op het moment dat dat nodig is binnen mijn ervaringen zal het universele bewustzijn ervoor zorgen dat ik de juiste fotonen ontvang conform het beeld van de wereld dat dat universele bewustzijn voortdurend creëert en volgens patronen die wij herkennen als wetten van de natuur. Denk aan een VR-bril, als ik die opzet en om me heen kijk (mijn hoofd beweeg) projecteert de VR het overeenkomstige beeld. Het beeld dat overeenkomt met dat wat zich achter mij zou moeten bevinden wordt nog niet in de bril geprojecteerd, bestaat (nog) niet.
  4. Als bewustzijn de wereld creëert, waarom kan ik dan met mijn gedachten de wereld niet naar mijn wens creëren? Het eenvoudigste antwoord daarop is dat ik – dat wat ik momenteel als ik ervaar – een afgesplitst deel ben van het universele bewustzijn. Ik ben een geval van DID dus. Dat afgesplitste fragment dat ik ben, is niet in staat om het totaalplaatje van de wereld te beïnvloeden met een actie van de wil. Dat is afgeschermd. Overigens is het in talloze parapsychologische experimenten aangetoond dat de geest de werkelijkheid wel degelijk beïnvloedt. Er zijn NDE’s gerapporteerd die bevestigen dat de van het fysieke lichaam bevrijde geest uitstekend in staat is om elke ervaring te creëren die het zich maar voorstelt. Een goed voorbeeld is de NDE van Nancy L. Danison waar ze zich in haar lichaamloze toestand, terwijl haar lichaam op dat moment levenloos in een stoel in een ziekenhuiskamer zat, bedacht dat ze toch eigenlijk in een ziekenhuis was en het volgende moment met een verpleegster naast haar door een volledig werkelijkheidsgetrouwe ziekenhuisgang liep – totdat ze aan iets anders dacht.

Voor de overige punten verwijs ik verder naar Kastrup’s boek. Ik kan u wel zeggen dat hij op overtuigende wijze afrekent met al die bezwaren.

Idealisme tegenover Fysicalisme

Idealisme doet metafysische aannames. Daar kom je niet onderuit. Volgens Kastrup:

  • Universeel bewustzijn is primair. Het is de grond van alles.
  • Universeel bewustzijn moet de eigenschap hebben van zelf-excitatie, zoals bij een snaar die spontaan in een toestand van trilling komt.
  • Die zelf-excitatie moet de oorsprong zijn van elke ervaring.

Verdedigers van Fysicalisme brengen vaak – in de geest van Samuel Johnson – naar voren dat voor Fysicalisme geen metafysische aannames gedaan hoeven te worden. Alles is al voorhanden. Niets is minder waar. Waar komen de fysische wetten vandaan? Hoe komt het dat de materie zich volgens mathematische wetten gedraagt?

Kwantumfysische verschijnselen worden door fysicalisten verklaard met de aanname van het kwantumveld. Dat is een veld van potentie dat het hele universum doordringt, dat op elk punt voortdurend actief is met virtuele deeltjes die uit het niets verschijnen en weer razendsnel in dat niets verdwijnen tenzij het – onvoorspelbaar – verandert in een niet-virtueel – waarneembaar – deeltje. Dus:

  • Het kwantumveld is primair, het is de grond van alles.
  • Het kwantumveld heeft de eigenschap van zelf-excitatie. Het produceert voortdurend virtuele deeltjes die objectief reëel kunnen worden.
  • Die zelf-excitatie is de bron van elke waarneming.

Kortom, wat is in deze de meest spaarzame hypothese denkend aan de fenomenen die het Fysicalisme niet kan verklaren?

Niets dan voordelen

Als je er even over nadenkt dan blijkt Idealisme uitstekende verklaringen te bieden voor een aantal verschijnselen waar Fysicalisme het spoor bijster raakt:

  • De NDE
  • De verrassende geschiktheid van de wiskunde om de fenomenen in de wereld te beschrijven terwijl wiskunde bij uitstek een product van de geest is.
  • Het feit dat ruimte en tijd afhankelijk zijn van de positie van de waarnemer. Dat ruimte gekromd kan zijn. Dat wijst er op dat ruimte en tijd een product van de geest zijn.
  • Synchroniciteit. Gebeurtenissen die geen causale samenhang hebben maar wel een gemeenschappelijke betekenis voor degene die de synchroniciteit ervaart. Het stoppen van klokken op het moment van overlijden van een familielid is er zo een die best vaak voorkomt.
  • De verrassende precisie waarmee de fysische constanten op elkaar afgestemd zijn zodat leven mogelijk is. Een minieme afwijking daarvan zou al resulteren in een universum zonder enig leven zoals wij dat kennen.
  • De kwantumcoherentie in levende systemen die veel langer blijft bestaan dan mogelijk wordt geacht.
  • De kwantumefficiency van metabolische processen.
  • Etc.

Tenslotte. Idealisme biedt ook een aanzienlijk hoopvollere boodschap dan Fysicalisme. Het einde van het fysieke lichaam is niet het einde van het bewustzijn. Het universum is verre van zinloos.

Denken is verrukkelijk

Een prachtige beschrijving van twee intens bij de opkomst van de moderne fysica betrokken mensen.

Op deze website houd ik me eigenlijk bezig met wat ik wil vertellen over kwantumfysica en bewustzijn, niet zozeer met de bijbehorende mensenlevens en carrières in de wetenschap. Maar niet omdat ze in dat kader niet interessant zouden zijn. Integendeel. Daarom wil ik dit boek graag onder de aandacht brengen.

Margriet van der Heijden heeft een prachtig en aangrijpend boek opgeleverd. Zij is deeltjesfysicus en wetenschapsjournalist en geeft les aan het Amsterdam University College. Het levenspad van Tatiana Afanassjewa en Paul Ehrenfest zoals zij dat beschrijft is intensief verbonden met de ontwikkeling van de natuurkunde in de eerste helft van de vorige eeuw en met haar ontwikkelaars. De thermodynamica, ontdekking van het kwantum van energie door Planck, het vreemde gedrag van de materie op atomaire schaal, de relativiteitstheorie. Het komt allemaal langs waarbij duidelijk wordt dat het allemaal mensenwerk is, dat is verricht in af en toe uiterst roerige en levens ontwrichtende omstandigheden. Een verbazingwekkende prestatie.

Het is bijzonder om kennis te maken met al die wetenschappers in hun ontwikkeling, Planck, Heisenberg, Schrödinger, Bohr, Einstein om maar een paar van de vele namen op te noemen, terwijl ze de verbijsterende puzzels van de kwantumfysica, ruimte en tijd proberen op te lossen. Het wordt duidelijk dat Tatiana en Paul daarin een belangrijke, verbindende en kritische rol gespeeld hebben. Tussen 1912 en 1933 waren ze in Leiden een uiterst belangrijke en energieke verbindingsschakel tussen al die fysici. De handtekeningenmuur in hun huis in Leiden met de handtekeningen van vele Nobelprijswinnaars daartussen is daar een belangrijke getuige van. En al lezend krijgen we intussen ook een goed begrijpelijke uitleg over de de vraagstukken in de fysica die in die tijd aan de orde waren.

Handtekeningenmuur huize Ehrenfest. Zoek de Nobelprijswinnaars.

Opmerkelijk: In de Wikipedia pagina over het Ehrenfesthuis staat ‘Daar Ehrenfest geen professoraat in Petersburg kon krijgen door het voor joden intolerante regime maar door bemoeienis van Einstein en zijn Leidse vrienden hier hoogleraar was geworden, is het huis met recht, zoals het dispuut Huygens memoreert, een monument voor de vrijheid van meningsuiting in Holland’. Geen woord over het feit dat Tatiana een afgestudeerd wiskundige was, op minstens gelijkwaardig niveau als haar man Paul, en in datzelfde Holland niet mocht werken als getrouwde vrouw. Verder meldt Margriet van de Heijden mij nog het volgende ten aanzien van de gesuggereerde bemoeienis van Einstein: ‘Ik heb nergens aanwijzingen kunnen vinden dat Einstein zich bemoeid heeft met de benoeming van Ehrenfest in Leiden; niet in het Ehrenfest-archief, maar ook niet in de archieven van het Einstein Papers Project. Ik heb dit punt ook met bijvoorbeeld Anne Kox, Frits Berends en Diana Kormos besproken, allemaal geleerden die zich er in meerdere of mindere mate in verdiept hebben, en zij hebben evenmin ooit een aanwijzing daarvoor gevonden. Wel lijkt het erop dat anderen, niet per se met zuivere motieven, in de jaren na de benoeming gesuggereerd hebben dat er ‘vriendjespolitiek’ in het spel zou zijn geweest‘. Zo zie je maar weer. Wikipedia is niet echt de betrouwbare bron waar het nogal eens voor gehouden wordt.

Dus voor mensen die ook geïnteresseerd zijn in de geschiedenis van de fysica, de fysici en de aanpalende ontwikkelingen in de wiskunde is dit boek een grote aanrader.